3. Liefde is geven

Hoe zou het zijn geweest, dat eerste jaar in het kindertehuis? Ik hoop echt voor het kleine kind in mij dat ik in elk geval een paar liefdevolle knuffels heb mogen ontvangen van een verzorger of van wie dan ook. Ik merk dat mijn hart huilt wanneer ik bedenk dat die kans klein is… In gedachten zie ik een ruimte voor me met allemaal kleine ijzeren bedjes waar dreumesen al dan niet liggend, zittend of staand. Huilend, spelend of alleen voor zich uit starend. Maar in alle gevallen alleen. Mijn vraag is dan: Wat heeft dit gedaan met mijn ontwikkeling?

Inmiddels heeft de wetenschap bekend gemaakt dat het eerste levensjaar ontzettend belangrijk is voor de ontwikkeling van de basisemoties en hechting. Nu ik me dat meer en meer realiseer en nadenk over de impact van mijn eerste levensjaren, ontdek ik hoe wankel ik al die jaren in het leven heb gestaan. Gevoelens als liefde, vertrouwen en veiligheid zijn niet stevig genoeg verankerd in mijn ziel door het gebrek aan ontvangen liefde en aandacht in die eerste jaren.  

‘Liefde is geven’ las ik laatst in een dagboek van Ann Voskamp. Geven zonder er iets voor te willen terugkrijgen. Alleen maar gevende liefde zou genoeg moeten zijn. Als ieder mens zo zou leven, zou het leven goed zijn in zichzelf. Maar in dat eerste jaar heb ik waarschijnlijk nooit alleen maar gevende liefde ontvangen. In elk gevoel niet genoeg. Dus hoe heb ik kunnen leren dat het natuurlijk is om liefde te geven? Ook als ik kijk naar mijn opvoeding later, denk ik dat ik heb geleerd liefde te verwarren met waardering. Waardering ontving ik op basis van mijn prestaties. En dat is een fout beeld om mee op te groeien. Hierdoor leerde ik dat ik liefde en waardering alleen maar kon verdienen. En zo leerde ik tegelijk ook dat ik alleen maar liefde kon geven als beloning. Liefde was voor mij altijd gekoppeld aan voor wat hoort wat. En dat heeft impact. In mijn persoonlijk leven, in mijn omgang met de mensen in mijn directe omgeving. Mijn man, mijn gezin en mijn vrienden. 

Maar het heeft ook impact op mijn leven als kind van God. Ik denk dat het in onze menselijke natuur zit dat we graag iets willen verdienen. Zomaar iets krijgen vinden we lastig. Heel onze maatschappij is gebouwd op de gedachte dat we krijgen wat we verdienen. ‘Survival of the fittest’ is niet zo maar een onderdeel van de evolutietheorie. We zien het terugkomen in zoveel maatschappelijke vraagstukken, in de verschillende sociale kringen, in het bedrijfsleven en zelfs op het schoolplein ‘bezit’ het sterkste jongetje de mooiste duwkar. 

Logisch dat wij christenen dan zoveel moeite hebben met het woord genade. 

God staat boven alles. Als we kijken naar Jezus en hoe Hij Zijn leven hier op aarde leidde, dan was dat volledig tegen de menselijke natuur in. In Jezus zien we Gods gevende liefde. Allereerst was Jezus het levende bewijs van Gods gevende liefde. Hij gaf Zijn Zoon voor ons. Zijn Zoon betaalde met Zijn leven de prijs voor onze zonde. Zomaar, zonder dat wij ervoor hoefde te betalen zijn wij vrijgekocht. Jezus’ bloed maakte mij schoon, zonder dat ik daar ook maar iets aan kon bijdragen. Dit is pure gevende liefde en genade. 

Tijdens Zijn leven hier op aarde liet Jezus ook continu gevende liefde zien. Keer op keer strekte Hij zich uit naar de onderkant van de maatschappij. Hij zag de verschoppeling en raakte hem aan met Zijn liefdevolle en genezende handen. Hij maakte geen onderscheid tussen sterk en zwak, maar zag iedereen en sprak tot hun hart. 

Vanuit mijn menszijn heb ik dan misschien nog niet zo vaak van alleen gevende liefde geproefd. Maar als kind van God mag ik alleen maar gevende liefde ontvangen. Ik mag mijn handen uitstrekken naar omhoog en me laten overspoelen met Zijn genade, Zijn liefde. Zoals altijd begint het bij Hem. Hij zag mij vanaf het allereerste begin en had mij lief, al voordat ik bestond paste ik in Zijn plan. Jezus zag mij toen Hij aan het kruis hing. Hij wist hoe mijn leven één grote worsteling zou zijn, vanaf het allereerste begin. Ook toen al, had Hij bakken vol liefde voor mij klaarliggen. Zijn liefde voor mij is onuitputtelijk. En van al die oneindige liefde mag ik ook uitdelen. Gewoon, zonder er iets voor terug te hoeven krijgen. Ik realiseer me dat ik dit ook kán doen. Met mijn hart, mijn handen en mijn stem mag ik delen van Gods liefdevolle hart, Zijn genezende handen en Zijn woorden van Leven. 

Ik mag Zijn  gevende liefde doorgeven. 

Leave a comment