12. Vrijheid

Afgelopen week mochten we de vrijheid vieren. Dit jaar opnieuw geen groots feest vanwege het virus dat ons al een dik jaar bezig houdt. En het zette me aan het nadenken over wat vrijheid nou eigenlijk inhoudt. We hebben momenteel geen vijandelijke bezetter die ons land of volk onderdrukt. Dat is natuurlijk fijn en altijd reden voor een feest. Maar ik vraag me af hoe vrij iedereen zich eigenlijk echt voelt. Vrijheid hangt niet alleen maar samen met oorlog. Vrijheid is een gevoel wat mede bepaalt hoe je in het leven staat. Vrijheid zorgt ervoor dat je zelf kan bepalen wat je wel of niet kan zeggen, denken of doen. 

Wanneer ik terugkijk op de vrijheid in mijn eigen leven dan besef ik dat ik me ten diepste nooit echt vrij heb gevoeld. Ik leefde om te overleven en heb nauwelijks beslissingen genomen enkel en alleen omdat ikzelf het gewoon zo wilde. Altijd was daar het gevoel dat de dingen die ik zei of deed impact zou hebben op de gevoelens bij mijn adoptieouders. Altijd was ik aan het afwegen wat verstandig zou zijn. De gemoedsrust van mijn adoptieouders was voor mij het allerbelangrijkste. Dat bepaalde namelijk hoe de sfeer thuis zou kunnen zijn. 

Als puber had ik een behoorlijke vrijheid. Ik mocht komen en gaan wanneer ik wilde. Ik had de vrijheid gekregen om mezelf op elk moment dat ik wilde ziek te melden op school. Ik mocht naar elk feestje en mocht zelf bepalen hoe laat ik thuiskwam. Maar, die vrijheid had een prijs. Mijn adoptiefouders waren toen al een tijdje uit elkaar, dat was een opluchting. Maar met mijn moeder ging het niet goed, ze werd steeds labieler en depressief. De vrijheid die ik kreeg was eigenlijk een ongezond loslaten. Mijn moeder had het al moeilijk genoeg om goed voor zichzelf te zorgen, laat staan voor twee opgroeiende pubers. De vrijheid die ik had betekende eigenlijk dat ik op jonge leeftijd al voor mijzelf moest zorgen als was ik volwassen, met als extraatje dat ik ook voor mijn moeder en broertje moest zorgen. Ik heb dat altijd als iets natuurlijks, logisch ervaren. Ik deed dat gewoon, zo was de situatie nu eenmaal.

Jarenlang zat ik gevangen in de gedachte dat ik de verantwoordelijkheid droeg voor het welzijn van mijn ouders. Ik heb altijd geleerd om te zorgen voor die ander. Dat zorgen ging zo diep dat ik het ook als persoonlijk falen voelde wanneer de ander zich niet goed voelde. Het werd mijn persoonlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat die ander gelukkig was. Ik weet dat leeftijdgenoten mij benijdden om mijn vrijheden, ik hoefde niet te overleggen, ik mocht doen wat ik wilde. Maar altijd voelde ik de verantwoordelijkheid om ondertussen het gezin draaiende te moeten houden. Wat nou vrijheid? In de periodes dat het echt slecht ging met mijn moeder had ik geen tijd voor feestjes, ook niet voor school of sport. Wanneer ik toch weg was geweest checkte ik bij thuiskomst altijd eerst waar iedereen was en hoe iedereen erbij zat. Wanneer ik mijn moeder niet beneden zag, zocht ik haar boven. Vond ik haar in bed, dan checkte ik eerst of ze nog ademde, voordat ik de dingen ging doen die ik moest doen.

Jaren later ontdekte ik dat dit nooit mijn verantwoordelijkheid had moeten zijn. Ik realiseer me nu dat dit geen echte vrijheid was. Zo moest het leven van een tiener er niet uitzien. 

Ik ben niet verantwoordelijk voor het geluk van de ander. Maar leer dat gevoel maar eens af op je veertigste. Wat houdt echte vrijheid werkelijk in? Het klinkt zo mooi en ik kan echt jaloers worden wanneer ik zie hoe vrijgevochten sommige mensen door het leven gaan. Het lijkt alsof keuzes maken hen gemakkelijk af gaat omdat zij alleen maar aan zichzelf hoeven te denken. Ik zeg ‘lijkt’, omdat ik uit ervaring weet hoe het er achter de voordeur werkelijk uit kan zien. 

Inmiddels voel ik me veel vrijer, ik voel me ten diepste niet meer verantwoordelijk voor de gevoelens van een ander. Tegelijk voel ik me daar nog regelmatig schuldig over. Heb ik wel het recht om voor mezelf te kiezen? Mag ik wel eerlijk aangeven dat ik er nu even niet kan zijn voor die vriendin die een luisterend oor nodig heeft? Vaak weet ik het ook gewoon niet. Het voelt zo egoïstisch om die ruimte in te nemen. Tegelijk is het soms zo nodig. Ik weet het, ik voel het en steeds vaker leef ik ernaar. Dan durf ik die vrijheid te pakken. Steeds vaker durf ik dat ook zonder schuldgevoel. Steeds vaker geloof ik dat ook ík het recht heb om echt in vrijheid te leven. Het is een proces, een langdurig proces van vallen en opstaan en steeds weer opnieuw proberen. Iets wat een manier van leven is geweest kan niet zomaar plaats maken voor een hele andere levensstijl. Bij mij tenminste niet. Toch geloof ik dat ik in mijn recht sta wanneer ik nee zeg tegen de ander. Én ik geloof dat ik de vrijheid heb om dat zelf te bepalen. 

One thought on “12. Vrijheid

Leave a comment