81. Een goed werk

Deze zomer hebben Rombout en ik samen met nog twee andere stellen ‘gesoapt’. SOAP is een bijbelstudiemethode die mij helpt om dagelijks de bijbel te bestuderen. Ik doe dit al jaren samen met wat lieve zussen. En deze zomer besloten we om ook onze mannen eens uit te nodigen om met elkaar via het SOAP-en een bijbelboek te lezen en te bestuderen. We hebben de brief aan Titus gedaan. Ik ben telkens weer verrast hoe God tot een ieder persoonlijk spreekt. Geen enkele SOAP was hetzelfde. Ieder heeft zijn eigen invalshoek en God licht bij iedereen datgeen op wat voor die persoon nodig is. Prachtig vind ik dat. 

Ook al is de Titusbrief betrekkelijk klein, slechts drie hoofdstukken, toch heb ik er weer veel uit geleerd. Allereerst heeft God mijn verantwoordelijkheidsgevoel weer aangesproken. Al langere tijd weet ik dat Hij mij voor een eigen taak heeft geroepen. Ik mag in de bediening van profeet meebouwen voor Gods koninkrijk. Ik mag Zijn licht en woord delen via de prachtige organisaties Love God Greatly en Lume. Ik weet dit, toch ben ik hier niet altijd heel bewust mee bezig. Afgelopen tijd was ik vooral aan het genieten van onze plek en liet ik alles maar over me heen komen. Ik weet dat dit niet verkeerd is. Dus ik ervaar geen enkele veroordeling of aanklacht. Wel werd ik bepaald bij de noodzaak en urgentie van wat ik in Gods koninkrijk doen mag. Ik voelde me opgeroepen om te blijven volharden in de taken die God me gegeven heeft. Om hier niet in te verslappen. Maar met gezag en trouw blijven doen wat God me opdraagt.

Naast mijn persoonlijke taken mag ik samen met Rombout God dienen vanuit ons huis en vanuit Stichting Het Boetje. Langzaamaan krijgt ook dit steeds meer vorm. Nu we op onze door God aangewezen en klaargemaakte plek wonen, ontvangen we steeds meer visie van de Heer hoe we concreet aan de slag mogen gaan. Die visie ontvangen we vaak in onze Binnenkamer, waar we met Hem in gesprek zijn. Waar we onze vragen en twijfels kwijt kunnen. Waar we ook antwoorden krijgen en ideeën en beelden van Hem ontvangen die ons helpen om een volgende stap te zetten. Het is bijzonder hoe we ieder apart in Zijn aanwezigheid zijn en regelmatig dezelfde ideeën krijgen. Deze bevestigingen helpen ons natuurlijk om met zelfverzekerdheid iets nieuws op te pakken. 

Terug naar de Titusbrief. Ook Titus wordt opgeroepen om te blijven volharden  in de taak die Paulus hem heeft gegeven. Het onderwijs dat Titus van Paulus heeft ontvangen moet Titus vasthouden en doorgeven. Met gezag en autoriteit. Paulus roept ook keer op keer dat het geloven samen moet gaan met goede werken die vrucht voortbrengen. Wanneer een gelovige niet vruchtdraagt is er sprake van ‘dood geloof’. 

De allerlaatste dag van onze studie sloten we af met SOAP-en over Titus 3: 14. ‘En ook de onzen moeten leren anderen voor te gaan in het doen van goede werken, om in de noodzakelijke levensbehoeften te voorzien, opdat zij niet onvruchtbaar zijn’. Deze tekst raakte me, ik ontdekte dat het ook over mij ging. Op meerdere manieren. 

Allereerst ben ik één van die ‘onzen’. Paulus heeft het hier namelijk over hen die door het geloof aangenomen te hebben bij Paulus en Titus, maar vooral bij God horen. Paulus zegt dat ik anderen moet voorgaan in het doen van goede werken. Ik ben een voorbeeld, mijn gedrag moet anderen aansporen het goede te doen. Dat is best een verantwoordelijkheid. Het betekent dat ik er soms voor moet kiezen om bijv. de minste te zijn, niet het laatste woord te willen hebben of mijn gelijk te halen. 

In het vervolg van deze zin wordt Paulus heel specifiek over welk goed werk hij het deze keer heeft. Namelijk om in ‘noodzakelijke levensbehoefte te voorzien’. In vers 13 kreeg Titus de opdracht om de twee wetgeleerden Zenas en Apollos, onderwijzers van het woord ‘zorgvuldig uitgeleide te doen’, zodat het hen aan niets ontbreekt. Titus krijgt dus de opdracht om de volgelingen te leren dat zij voor de mensen die God dienen moeten zorgen. Het is hun zorg dat het dienaren van God aan niets ontbreekt, zodat zij vrucht kunnen dragen. Zodat zij het werk van de Heer kunnen doen zonder zich zorgen te hoeven maken over hun eerste levensbehoeften. 

Zelf leerde ik hieruit dat ik, als navolger van het Woord en als volgeling van God,de verantwoordelijkheid heb om hen die dienen in Gods koninkrijk te zegenen. Hetzij door middel van financiële middelen of in praktische of materiële zaken. Concreet kan ik dat doen door in een bediening die God aanwijst via een gift of partnerschap te zaaien. 

De andere kant is ook dat ik anderen, navolgers van het Woord, medechristenen, mag uitnodigen om in onze bediening te zaaien. Zodat ook wij het werk voor Gods koninkrijk kunnen doen, zonder ons bezig te hoeven houden met onze levensbehoeften. Zodat wij kunnen vruchtdragen. 

Met zelf zaaien in een andere bediening heb ik geen enkel probleem. Zeker niet als God het zegt. Maar vorige week zei God dat ik dit, wat ik leerde uit de Titusbrief, mocht delen en zo anderen mag oproepen om in onze bediening te zaaien. Ik zal maar eerlijk bekennen dat ik dit zelf ervaar als de zoveelste ‘leur’poging. Het klopt dat er geld nodig is om het werk te doen wat God van ons vraagt. Daarbij geloof ik in de geestelijke wetmatigheid die God ons in Zijn woord leert, namelijk dat als jij in onze bediening zaait, jij ook meedeelt in onze oogst. Zo zal de vrucht op je geestelijke rekening toenemen. Dit is waarom ik dit van God ‘moest’ delen. God wil dat Zijn kinderen weet hebben van hun geestelijke rekening. God wil ook dat Zijn kinderen hun verantwoordelijkheid nemen en het goede werk doen, namelijk voor de ander zorgen. God wil het beste voor iedereen. Daar mag iedereen ook zelf aan bijdragen.

Wij hebben jou nodig om ons werk goed te kunnen doen. Net zoals andere bedieningen ons nodig hebben. Alleen samen kunnen we bouwen voor Gods Koninkrijk. Samen kunnen we delen in de oogst, mensen bij God brengen, discipelen zijn en discipelen maken. Samen kunnen we Gods licht en Zijn woord verspreiden. 

Samen, gefundeerd op Jezus onze Rots. Ieder met onze door God gegeven verantwoordelijkheid.

Voor meer informatie ga je naar hetboetje.com/partner

Titus 1-3, Jakobus 2:17, 1 Korinthe 3:9, Filippenzen 4:15-19

Leave a comment