Eerder deze maand mochten wij een Evangelisatie training en outreach hosten bij ons op de Deel. Er waren 35 bezoekers en het was een prachtige middag. We startten de middag met aanbidding. God groot maken en Hem op voorhand al danken voor de dingen die Hij die middag zou gaan doen.
Vervolgens krachtig onderwijs over de verschillende evangelisatie-stijlen die er zijn en dat niet één verkeerd is of de beste is. Het lichaam van Christus bestaat uit vele verschillende delen, iedereen daarvan is nodig. Iedereen kan dus met zijn of haar eigen kwaliteiten op een unieke manier het Evangelie delen. Na het onderwijs zouden we allemaal als groep naar Epe rijden en daar in het centrum het goede nieuws verspreiden.
Voor mij zou het de eerste keer zijn dat ik zo op straat zou gaan evangeliseren. Eerder had ik altijd wel wat last van schroom, maar afgelopen half jaar heeft God mijn hart wel veranderd. Tot nu toe was het er alleen nog niet van gekomen.
Eerlijk, ik had superveel zin. Ik had geen zenuwen, ik zag er naar uit. Ik had die vrijdag ervoor onze badkamer al netjes gemaakt, want ik verwachtte wel wat dopelingen. Je moet tenslotte met grote verwachtingen de straat op gaan toch!?
Tot God al tijdens het onderwijs begon te spreken. En ik dacht iets te horen wat ik liever wilde negeren. Ik snapte er niks van, de logica ervan ontging me volkomen.
Ik kreeg het idee dat de Heer niet wilde dat ik mee zou gaan. Op dat moment heb ik mijn hart onderzocht of het echt niet iets van mijzelf was. Misschien was ik toch te bang, durfde ik niet en verschool ik me achter dat waarvan ik dacht dat het Gods stem was. Maar dit was anders. En terwijl iedereen hun spullen bij elkaar pakte en de auto’s van ons terrein wegreden, stond ik jankend op de oprit. Ik wilde zo graag mee, maar het voelde alsof ik, als ik toch in de auto was gestapt en mee was gegaan, God ongehoorzaam was. En dat wil ik in ieder geval niet.
De rest van de middag heb ik de boel opgeruimd en de Deel vast klaargemaakt voor de volgende bijeenkomst. Ondertussen met God in gesprek. In eerste instantie ervoer ik vooral ongeloof en verontwaardiging. Hoezo zou God mij tegenhouden om te evangeliseren. Ben ik eindelijk zover dat ik wil gaan, mag het niet. Het voelde bijna onrechtvaardig en vooral volkomen onlogisch. Zo onlogisch dat ik ergens toch weer begon te denken dat het misschien toch wel mijn eigen onzekerheid was geweest die me tegen had gehouden.
Tot ik eindelijk een beetje uitgeraasd was en God begon te spreken. Ik hou ervan hoe God spreekt. Geen enkele veroordeling, gewoon helder en duidelijk. Op dat moment liet Hij me weten dat Hij mijn gehoorzaamheid testte.
God testte op dat moment mijn gehoorzaamheid. Zoals je begrijpt, was ik daarvoor op dat moment wel geslaagd. Toch ervoer ik ook aan alles dat dit niet het enige was. In de dagen erna heb ik meer tijd met God hierover doorgebracht. Telkens als ik een filmpje of post over de outreach voorbij zag komen voelde ik een soort van teleurstelling. Zo van ‘zij waren er wel…’ Ik ervoer teleurstelling vermengd met een soort jaloersheid. Ik had daar ook bij willen zijn! En er begon wat aan me te knagen.
Toen ik maandagochtend weer zo’n filmpje zag, hoorde ik God vragen: ‘Waarom had je daar eigenlijk bij willen zijn?’ Toen wist ik het zeker, mijn motieven om mee te doen met de outreach waren helemaal niet zuiver geweest. Ik wilde mee om erbij te zijn, om iets mee te maken, omdat ik bang was om iets prachtigs te missen. De Fear Of Missing Out was groter dan mijn verlangen om over mijn Koning Jezus te vertellen. Ik was helemaal niet meer gericht om zielen te gaan winnen. Ik wilde er gewoon bij horen.
Eerlijk gezegd is dit een oud patroon. Vroeger al had ik super veel last van dat Fomo, waardoor ik altijd ver over mijn grenzen ging. Sinds mijn bekering heb ik me hier echt wel van afgekeerd. Ik ben een groot voorstander van altijd vragen aan God of Hij me bij een evenement, een conferentie of samenkomst wil hebben. Als ik overtuigd ben van een ‘ja’ ga ik er ook helemaal voor. Ik heb nooit meer last gehad van overprikkeling of het gevoel dat ik over mijn grenzen heen ging. Ook nu had ik dit niet.
Maar toch, God liet me zien hoe mijn beweegredenen om mee te gaan niet Zijn beweegredenen zijn. Hij liet me op dat moment een stukje van Zijn bewogenheid voor al die verloren zielen ervaren. Hij zuiverde mijn hart. Hij brandde op dat moment mijn egoïsme, mijn verlangen om ergens bij te horen en gezien te worden weg. Daarna voelde ik me leeg en schoon.
Ik had alleen nog één ding te doen. Ik moest het delen.
En terwijl ik dit zo schrijf, het is zo’n blog die binnen een half uur uit mijn laptop rolt, realiseer ik me hoe belangrijk dit is voor het lichaam van Christus. Onze beweegredenen moeten zuiver zijn en met liefde voor de ander gepaard gaan. We zijn niet onderweg om maar niks te hoeven missen. We hoeven niet te hoppen van het ene christelijke festijn naar het andere omdat we anders niet gezien worden of God ons niet kan gebruiken.
We mogen God elke keer weer vragen waar Hij ons wil hebben, hoe Hij ons wil gebruiken. Geloof dat God ons sowieso wil gebruiken, misschien is het nodig dat we eerst nog een zuiveringsproces doorgaan.
Luister naar wat God tegen je zegt. Wees beschikbaar, wees gehoorzaam en ga alleen naar waar Hij je wil hebben. Dat kan je namelijk het beste vruchtdragen voor Zijn Koninkrijk.