25. Een DNA kit

Zojuist heb ik een DNA kit besteld. Hiermee ben ik in staat om mijn DNA op te sturen naar een DNA bank waar geboorte moeders hun DNA hebben ingeleverd in de hoop dat er een match gevonden wordt. Even voor de duidelijkheid, het is de hoop van die geboortemoeders, niet de mijne. En hoewel ik al enige tijd de beslissing heb genomen om dit te gaan doen, raak ik, door het daadwerkelijk bestellen, aardig van slag. 

Onwillekeurig doet het me blijkbaar toch een heleboel. Wanneer ik er aan denk, versnelt mijn hartslag en kruipt mijn ademhaling omhoog. Ik voel een knoop in mijn buik ontstaan. 

Want wat als er daadwerkelijk een match ontstaat? Wat moet ik dan doen, wat wordt er dan van mij verwacht? Dan heb ik ineens biologische familie, wat moet ik daar nu weer mee?

Ik weet, ik stel vragen die ik nu niet kan beantwoorden, ik heb nog niet eens mijn DNA afgenomen en opgestuurd. Maar toch, de vragen zoemen wel door mijn hoofd. 

Een tijd geleden werd bekend dat er grote kans bestond dat mijn adoptie niet eerlijk geregeld was. Ik behoor tot de groep van één van de eerste geadopteerden uit Indonesië in de jaren ’70. Er is in die periode veel gesjoemeld met de papieren. Men wilde zo snel mogelijk en zoveel mogelijk adopties afronden. Dat leverde geld op. Men durft te beweren dat ze toentertijd zelfs zo ver gingen dat er baby’tjes ontvoerd of gestolen werden. Om hen vervolgens bij een kindertehuis waar adoptie plaatsvond aan te bieden. Daar kreeg men geld voor. Zowel de babyaanbieder als de adoptieaanbieder. Beide hadden belang bij baby’s, want iedereen had belang bij geld. 

Het gevolg is dat alles wat er in mijn adoptiepapieren staat geen waarheid hoeft te zijn. Er staan gebeurtenissen en namen opgeschreven, maar die kunnen gewoon ter plekke verzonnen zijn. Het is goed mogelijk dat een groot gedeelte van mijn eerste paar maanden één grote leugen is. 

Het kan dus ook zijn dat mijn geboortemoeder überhaupt nooit afstand van mij heeft willen doen. Misschien is het hele verhaal van de bont en blauwe vondeling een verzonnen iets. Bedacht om een zielig verhaal op te kunnen hangen voor westerse mensen die zo graag een kind wilden. 

Toen ik hier achterkwam en het weinige wat ik wist over mijn afkomst op losse schroeven kwam te staan heeft me dat wel wat verwerkingstijd gekost. Vervolgens realiseerde ik me dat het mogelijk is dat er mensen in Indonesië zijn die mij missen, die mij misschien zelfs al jarenlang zoeken. Misschien was daar in 1976 een jonge moeder die ineens ontdekte dat haar geliefde dochtertje weg was. Misschien heeft ze in paniek rondgerend omdat het ergste wat haar kon overkomen is gebeurd. Misschien loopt er nu wel een moeder in Indonesië rond met een groot gat in haar hart vanwege het gemis van haar kind. Zij vraagt zich af hoe ik eruit zie, net als dat ik bij elke Indonesische vrouw van rond de zestig me afvraag of zij misschien mijn geboorte moeder is. Opnieuw een heleboel ‘misschiens’.

Zelf heb ik nooit de behoefte gehad om mijn biologische familie op te zoeken. Regelmatig keek ik naar Spoorloos maar voor mij geen zoektocht naar mijn roots hoor. Want stel je vindt ze, wat dan? Er is een taalbarrière en een mega kloof tussen beide culturen. Echt veel te ingewikkeld wat mij betreft.

Ik heb dan ook lang getwijfeld of ik mijn DNA zou inleveren. Ik wil het liever niet, maar te bedenken dat er ergens een moeder al dikke veertig jaar in het ongewisse leeft, dat doet me wel wat. Zelf ben ik ook moeder.  Als ik in haar schoenen zou staan, zou ik op zijn minst willen weten dat mijn dochter nog leeft en goed terecht is gekomen. Want zo is het wel. Ik kan van alles van mijn opvoedsituatie vinden en er zijn dingen absoluut fout gelopen of hadden eigenlijk niet mogen gebeuren. Maar ik ben nu wel een gelukkige vrouw. Ik ben gevonden, geliefd en gezond. Wanneer ik eigenlijk een ontvoerde baby was, dan gun ik mijn geboorte moeder de wetenschap dat ik nog leef. Dát is de reden dat ik toch mijn DNA ga inleveren. 

Tegelijk maakt me dat dus wel onrustig. Want wat als mijn geboortemoeder inderdaad nog leeft en me zoekt, wat wil ze dan? Is de wetenschap dat ik goed terecht gekomen genoeg voor mijn biologische familie? Of willen ze meer, zoals een ontmoeting of misschien zelfs een echt relatie? Daar heb ik geen behoefte aan zeg ik nu. Maar ben ik dan niet te hard? Ik weet het allemaal niet. Ik heb ook besloten dat ik het allemaal wel zal zien. Dat besluit is weliswaar met mijn hoofd genomen, dus moet nog landen in mijn hart…

Morgen komt de DNA kit, misschien wacht ik er nog even mee om mijn DNA werkelijk af te nemen en op te sturen. Maar misschien kan ik het ook maar beter wel direct doen. De vragen zullen voorlopig nog wel blijven rondzoemen in mijn hoofd. Daar zal een eventuele match van DNA onderzoek echt niet veel aan veranderen. 

Zoals gezegd; We zullen het  allemaal wel zien. Welja we zullen wel zien;). 

One thought on “25. Een DNA kit

  1. Een hele stap. Voor een eventuele moeder die dit niet vrijwillig heeft gedaan. Schokkend. Maar zo lief dat jij het gaat doen. Dan te bedenken dat er Eén is, die dit alles overziet. Die weet. En hoe het ook zal uitpakken, jou tot in je diepste ik liefheeft,

    Like

Leave a comment