67. De bruid

Regelmatig heb ik het nodig om van God te horen hoe Hij naar mij kijkt, hoe Hij mij ziet en wat Hij over mij denkt. Regelmatig begin ik daarom mijn stille tijd met de vraag: Lieve Vader, hoe ziet U mij?

Inmiddels meer dan een jaar geleden kreeg ik op die vraag als antwoord: ‘jij bent Mijn bruid, heilig, rein en puur’. En op dat moment zag ik mijzelf in een witte jurk dansend door een veld vol bloemen. Allemaal vrolijke kleuren en ik in het wit. Daarna heeft God me regelmatig aan dat beeld herinnerd en de laatste paar weken komt dit beeld opnieuw regelmatig terug. In gesprekken, in visioenen en in liederen. Alsof God me ergens van wil overtuigen. Ik denk dat dit ook zo is. 

Toen ik jaren geleden met mijn lief trouwde had ik geen witte trouwjurk aan. Dat was een praktische beslissing, maar ik zag ook op tegen het hele witte. Ik voelde me verre van rein en puur in die periode, ten diepste was ik nog veel te veel beschadigd van alles wat ik in het verleden had meegemaakt. Daarnaast was ik ontzettend bang dat ik binnen het half uur een mega vlek op mijn witte jurk zou maken, wat zou betekenen dat ik die hele dag niks zou gaan eten ter voorkoming van die eventuele ramp. Ook vond ik het echt zonde van mijn geld. Geld wat ik op zich wel had, maar waarom veel geld uitgeven aan iets wat vervolgens jaren in de kast zou gaan hangen?

Nu, jaren later besef ik dat het ook allemaal te maken heeft gehad met het gevoel dat ik niet te veel moest opvallen. Het mocht niet om mij gaan, ik mocht niet te veel aandacht vragen of aandacht krijgen. Nog steeds merk ik dat deze gedachte regelmatig, in een veel mildere vorm, in me opkomt. En ik merk dat ik me hierdoor makkelijk laat tegenhouden om te doen wat ik in het Koninkrijk mag doen. 

Het beeld van een bruid is eigenlijk alles wat ik lange tijd niet heb gevoeld of beter gezegd niet heb durven voelen. Alsof ik, als weggelegd en afgewezen babytje, geen rechten meer had om op enig ander moment in de schijnwerpers te mogen staan. Alsof de start van je leven bepalend is voor hoe je verder door het leven mag gaan en hoe je op latere leeftijd als volwassene in het leven mag staan. Alsof gebeurtenissen en omstandigheden bepalen wie ik ben. Het heeft allemaal zeker invloed op mijn ontwikkeling gehad en op hoe ik nu in het leven sta. Maar het is een leugen dat het mijn identiteit bepaalt. 

Als ik nu zou gaan trouwen, zou ik (misschien) wel een witte jurk aandoen. Al was het alleen al omdat God me zo ziet. Maar ook omdat ik geloof dat ik niet langer als besmeurd en afgedankt door het leven hoef te gaan. 

Ik hoef niet langer om me heen of naar beneden te kijken in de hoop dat ik niet op zal vallen. God nodigt me uit om juist omhoog te kijken. Om alles van Hem te verwachten en te ontdekken dat hoe Hij mij ziet het allerbelangrijkste is. Wat Hij over mij zegt en hoe Hij mij ziet dat bepaalt mijn identiteit. Ik weet dat ik dit vaker zeg, maar ik zie het tegenovergestelde zo vaak om mij heen. Ook bij mede-gelovigen. Het calvinistisch gedachtegoed van ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ en de min of meer valse bescheidenheid helpt deze wereld niet. 

Het is niet dat ik nu denk dat ik vanuit arrogantie mezelf meer in de spotlight moet gaan zetten. Als je me een beetje kent, dan weet je dat ik niet zo ben. Maar ik geloof wel dat ik, en met mij zoveel meer christenen, met meer zelfverzekerdheid mogen gaan staan op de plekken waar God ons positioneert. Ik ben Gods bruid, heilig, rein en puur. Vanuit die identiteit mag ik Zijn waarheid verkondigen. In mijn gezin, op het werk, op school, in de buurt en op elke andere plek waar God mij geplaatst heeft.

De eerste keer dat ik het beeld als zijnde Gods bruid kreeg, heb ik echt moeten wennen aan deze gedachte. Ik heb het me als het ware eigen moeten maken, door Gods woord hierover te lezen. God heeft me hier ook meerdere malen in bevestigd, voordat ik dit echt van harte kon pakken. Het heeft best een tijdje geduurd voordat ik mezelf kon zien zoals Hij me ziet.

Laatst sprak God hier weer over. Hij zei opnieuw dat ik Zijn bruid ben, ik ben heilig, rein en puur. Maar Hij zei ook dat ik de kerk ben. Samen met mijn broers en zussen ben ik de kerk van Christus. De kerk is Zijn bruid. God nodigt mij uit om op te staan, om namens Hem in de wereld te zijn. Hij zet mij in het licht, Zijn licht. Maar durf ik dat? Durf ik de plek, de positie te pakken die Hij mij gegeven heeft? Durf ik echt bevrijding en genezing te brengen namens Hem. Ben ik er klaar voor om Zijn kerk te zijn, om Zijn handen en Zijn voeten te zijn. Durf ik namens Hem te spreken en geloof ik dat ik Zijn woord en waarheid kan spreken? 

Eerlijk gezegd voel ik me daar nog lang niet klaar voor. Ik ben nog hard bezig om me te voelen als de bruid waar Jezus het over heeft. Ik heb nog steeds vernieuwing van denken nodig om in de beelden die God me gegeven heeft te kunnen wandelen. Ik ben nog vaak zat op zoek naar hoe mijn nieuwe kleding comfortabel zit. Ik weet dat het me perfect past, maar zo voelt het nog lang niet altijd. 

Toch zegt God me keer op keer ‘Kijk omhoog, zoek Mijn aangezicht en zoek anderen die Mijn aangezicht zoeken. Dien anderen dan dien je Mij. Wees in Mijn woord; Ík zal je toerusten. Jij bént al Mijn bruid, trek het kleed van de gerechtigheid aan en doe Mijn mantel om’.

Vorig jaar rond deze tijd ontving ik een beeld waarbij ik in een witte jurk de oorlog introk, ik was op een slagveld. Ik verzorgde de gewonden, ik bemoedigde, troostte, ik plakte pleisters op kapotte knieën van kleine kinderen en ik stopte de bloedingen van grotere wonden. Ik deed van alles terwijl de grond onder mij één grote bloederige modderpoel was. Hierdoor raakte mijn witte jurk natuurlijk besmeurd. En ik merkte dat ik moe werd, ik was zo hard aan het werk. Toen ik mij tegenover God beklaagde dat ik zo moe was en dat mijn witte jurk zo vies was geworden, opende God mijn ogen. Hij zei ‘kijk eens om je heen.’  Ik keek en zag andere mensen in witte besmeurde kleding. Ook zij liepen over het slagveld en zorgden voor de gewonden. Ook zij deden wat ik deed. Maar zij deden nog meer. Ik zag hen telkens naar de kant van het slagveld lopen. Toen ik daarheen liep zag ik een rivier. Mensen met besmeurde witte kleding stapten de rivier in en kwamen even later weer met schone witte kleding eruit. 

God sprak en zei; ‘laat Mij je bron zijn, vertrouw Mij, Ik ben jouw kracht en jouw sterkte. Laat Mij je elke keer opnieuw verfrissen en van nieuwe energie voorzien. Ga, vanuit Mij. Wees Mijn handen, wees Mijn stem. Dit kan je doen want jij bent in Mij en Ik ben in jou. Altijd’.

Ik geloof dat wij, als bruid van Jezus de wereld in mogen trekken om Gods eigen heling, Zijn liefde en kracht uit te delen aan ieder die dit nodig heeft. Dit kunnen we, omdat God ons zo bedoeld heeft. In mijn eentje en op eigen kracht gaat me dat niet lukken. Maar vanuit God en samen met Zijn kinderen kunnen we als een leger optreden. Ieder heeft hierin een eigen taak, een eigen door God gegeven positie. Maar voor ons allen geldt dat we Gods liefde en licht mogen verspreiden in deze wereld. 

Laten we samen in Zijn licht staan en zo samen, zij aan zij een leger vormen dat bouwt aan Gods koninkrijk. 

One thought on “67. De bruid

  1. Wat kan je toch mooi schrijven Henriëtte! En waarom wachten inderdaad, waarop wachten. Laten we als soldaat in Gods Koninkrijk ten strijde trekken om Zijn Licht te delen ❤️💡, ik doe mee!

    Liked by 1 person

Leave a reply to Miranda Cancel reply