90. Het beeld van de papieren vliegtuigjes 

Zojuist zat ik in onze gebedsstoel en was ik bij de Heer. Gewoon lekker samen zijn, zonder speciaal iets. Ik las Nehemia 4, een zus die met mij op de bres staat had me hierop geattendeerd. En ineens zag ik in mijn verbeelding allemaal witte papieren vliegtuigjes vanuit de hemel naar de aarde zweven. Een heleboel! Ze zweefden naar beneden en kwamen op verschillende plekken op verschillende momenten op de aarde terecht. Hoewel ze naar beneden zweefden, leken ze wel een doel te hebben. Telkens landden de vliegtuigjes letterlijk op iemand. En ik zag hoe de mensen verschillend met de ontvangen vliegtuigjes omgingen. Sommigen keken verstoord op, graaiden het vliegtuigje van hun hoofd en verfrommelden het tot een prop. Ze gooiden het in de prullenbak, of gewoon op de grond waar het vertrapt werd door de volgende voorbijganger. Anderen pakten het, vouwden het vliegtuigje open, lazen wat erop stond en gooiden het alsnog weg. Of iemand pakte het vliegtuigje, las wat er op stond en stopte het in de tas. Ook zag ik iemand die het vliegtuigje pakte, opende en las wat er op stond en ineens leek alles om haar heen stil te staan. Ze begon te dansen en te juichen met de handen in de lucht. Er straalde zoveel vreugde vanuit. Zoveel verschillende mensen, zoveel verschillende reacties.

Toen zoomde de Heer op één iemand in, of eigenlijk meer een gelijksoortige groep mensen. Deze mensen ontvingen het vliegtuigje, lazen aandachtig wat er op stond en het leek wel alsof ze hier verder mee aan de gang gingen. Ik zag mensen letterlijk omkeren en een nieuwe weg inslaan. Mensen gingen aan een tekentafel zitten, anderen kropen achter hun laptop. Mensen verzamelden andere mensen om zich heen en gingen samen op weg. En af en toe pakte men het vliegtuigje er weer bij. Daarna ging de bedrijvigheid weer verder. Iedereen was actief en creatief op hun eigen manier. 

Ik werd steeds nieuwsgieriger naar wat er nou op die vliegtuigjes stond. Het leek wel of het ene vliegtuigje vol beschreven stond met van alles en een andere bevatte slechts twee zinnen. Dus ik vroeg de Heer: ‘wat betekenen die vliegtuigjes, wat wilt U me laten zien?’ En Hij vertelde dat op elk vliegtuigje iets anders stond. Soms waren het waarheden voor mensen die dat op dat moment nodig hadden. ‘Hierdoor worden ze herinnerd aan hoe Ik naar hen kijk’, sprak de Heer. ‘Sommigen hebben het ontvangen en kunnen nu weer in geloof verder. Zij die de vliegtuigjes niet naar waarde schatten en ze achteloos weggooiden, zij kozen nog niet voor mijn waarheid. Zij blijven het zelf proberen en zijn te druk en te op hen zelfgericht om van Mij te ontvangen’. 

De Heer sprak verder, Hij legde me uit wat de betekenis was van die mensen die ineens één en al bedrijvigheid werden, ieder op hun eigen unieke manier. ‘Op hun vliegtuigjes stonden Mijn plannen en die zijn ze gaan uitvoeren’. 

De Heer spreekt en zegt: ’Ik deel nieuwe plannen uit, nieuwe mogelijkheden, nieuwe visie. Plannen die de wereld niet zal begrijpen. Visie die ‘unusual’ zal zijn, ongewoon en buitengewoon. Buiten de wereldse kaders. Buiten natuurlijke mogelijkheden om. Maak je klaar om te ontvangen. Richt je op Mij en zuiver je hart, heilig je leven, laat Mij je focus zijn. Laat Mij je leiden, laat Mij je vullen. Kom, ga met Mij’!

Ik geloof dat dit een woord is voor velen. Voor velen van wie we het niet zullen verwachten. Velen die het zelf niet zullen verwachten. Zij met wie God al langere tijd bezig is. Zij die een periode van wachten en verwachten achter de rug hebben. Zij die al langere tijd aan de voeten van de Heer zitten, zij die geleerd hebben in de afgelopen periode om gericht te zijn op de verlangens van Gods hart. Zij met een gehoorzaam, nederig en trouw hart. God heeft hen klaar gemaakt om Zijn plannen te ontvangen. En God blijft met hen bezig, zodat ze steeds beter in Zijn plannen kunnen blijven wandelen. . 

Misschien heb jij wel een heel bijzonder idee, iets voor een nieuwe onderneming of iets waarvan je vermoedt dat iedereen het maar raar gaat vinden. Ga ermee terug naar God. Zoek Zijn aangezicht en vraag Hem of dit is wat Hij je gegeven heeft. En ga stap voor stap met Hem op weg. Vertrouw erop dat Hij deuren opent en wees niet verrast wanneer het onmogelijk lijkt. Vertrouw erop dat voor God niets onmogelijk is en wees dan ook niet verrast wanneer onverwachts de juiste deuren opengaan. Denk en verwacht het buiten de normale kaders om. Denk unusual. En stap door de open deuren de nieuwe mogelijkheden in. Bouw met de Heer mee. Wees gehoorzaam, nederig en trouw. Wandel in de goede werken die Hij al heeft voorbereid. Dat wat Hij geeft en dat wat jij ermee doet zal tot zegen zijn voor Gods koninkrijk.

89. Welke God nader jij?

Al een tijdje loop ik met de onrust rond dat ik iets ervaar maar nog niet helemaal helder heb om er duidelijke woorden aan te geven. Ik ervaar ook dat God me iets wil laten zeggen, maar ik weet niet precies wat Hij wil dat ik zeg. Soms lopen processen zo en dan is het aan mij om hier tijd met God voor te nemen, zodat ik in Zijn aanwezigheid steeds helderder krijg wat er is en waarom Hij wil dat ik spreek. Afgelopen weken ging ik dus door zo’n proces. Het mooie is dat ik de eerste drie week van het nieuwe jaar ook wat meer dan gewoon tijd besteedde om te bidden en te vasten. Dus dat kwam mooi samen. 

Hoe dan ook, het gaat over Gods rechtvaardigheid, God de Rechter. Een onderwerp dat we als christenen zo veel mogelijk uit de weg gaan. Althans ik wel. Lange tijd heb ik geleefd met de gedachte dat God met de wijsvinger omhoog vanuit de hemel naar de aarde kijkt. Dat Hij mijn komen en gaan continu in de gaten houdt, dat Hij als het ware op de loer ligt om te checken of ik iets fout doe. Het is mij met de paplepel ingegoten dat ‘ik een ellendig mens ben, van nature tot niks goeds in staat’. 

Jarenlang heb ik mijn stinkende best gedaan om God te behagen. Naast mensen-pleaser was ik ook een echte God-pleaser. Maar niet vanuit liefde voor Hem, maar vanuit een angst. Elke avond bad ik voor het slapen, mijn vergeef-me-dit-vergeef-me-dat-gebed. Ik probeerde te bedenken wat ik die dag allemaal fout had gedaan en vroeg er vergeving voor. Mijn laatste bede was altijd ‘en vergeef me dat wat ik niet meer weet en vergeef me alstublieft ook dat ik het niet meer weet’. Dan wist ik zeker dat ik alles van die dag had gedekt. 

In mijn studententijd leerde ik de liefde van Jezus kennen. Oh wat hield ik van Hem (en nog steeds natuurlijk). Hij was altijd dichtbij en de (ver)oordelende God schoof steeds meer naar de achtergrond. 

Tijdens het herstel van mijn burn-out leerde ik God als liefdevolle Vader kennen. Dit heeft mijn beeld en relatie met mijn aardse ouders ook compleet hersteld. Bij dit alles was de Heilige Geest natuurlijk ook nauw betrokken. Zijn aanwezigheid in mij en de daarbij behorende verandering mocht ik ervaren vanaf mijn doop. Het moment dat ik uit het water opstond in mijn nieuwe leven was voor mij echt wel levensveranderend. Vanaf toen leefde ik vanuit Gods rust en vrede. Een stuk aangenamer kan ik je vertellen.

Toch is liefde ook niet het enige van God. Ja, God is een liefdevolle Vader. Maar niet lieflijk. Hij is geen goedaardige, goedlachse man met een grijze baard. Daarmee doen we God echt tekort. 

God is rechtvaardig. In de psalmen lezen we dat gerechtigheid en recht fundamenten zijn van Zijn troon. God troont op gerechtigheid en recht. (psalm 89:15 en 97:2). Hier kunnen we dus niet even makkelijk aan voorbij lopen. Het is Gods fundament. Zoals Christus ons fundament is, zo is gerechtigheid en recht Zijn fundament. 

Wanneer we de visioenen lezen van de profeten in het OT en in het NT de Openbaring van Johannes, zien we hoe God altijd omringd wordt door majesteit en macht. We lezen over een troon waar bliksemstralen, donderslagen en stemmen uit voortkomen (openbaring 4:5). Dit is groots. Weg is het beeld van de goedlachse man met grijze baard. 

Dit is de Almachtige die ontzag inboezemt. Niet een God voor wie we angst hoeven te hebben. Oh nee, want door het bloed van Jezus zijn we geheiligd en mogen wij elk moment de troonzaal inwandelen. En wanneer we dat doen, zullen we Zijn heiligheid ontmoeten. 

Wanneer we het hebben over het rechtvaardige oordeel van God is dit niet dat God vanaf de troon met Zijn wijsvinger zwaait wanneer jij of ik de troonzaal binnenkomt. Integendeel. Het is God die ons wenkt en zegt dat wij dichterbij mogen komen. Hij nodigt ons uit! De bliksemstralen en donderslagen laten Gods almacht zien. Het kan niet anders dan dat wij dan vol overgave onze knieën voor Hem buigen en in aanbidding en diep ontzag neervallen. Ook wij zullen dan onze eigen kronen aan Zijn troon neerleggen. Hem erkennen als de grote Almachtige. Als Koning en Heerser van hemel en aarde en alles wat daartussen zit.

Vandaag mag ik de oproep van de Heer doen om je uit te nodigen Hem in al Zijn facetten, al Zijn karakter-eigenschappen te kennen en te erkennen. Liefde en rechtvaardigheid zijn daar slechts twee van. Laat je eigen gemaakte beeld van God los en keer terug naar Zijn Woord. God spreekt en vraagt: ‘Mag Ik, zoals Ik ben, met alles wat Ik ben, in jouw hart wonen? Net zoals jij altijd met alles wat jij bent, bij Mij mag komen. Ik kijk naar je uit!’

88. Rijden in geloof

Omdat in november ’23 het leasecontract van onze rode Skoda Fabia zou aflopen besloten we al in juni ’23 om, onafhankelijk van elkaar, in gesprek te gaan met de Heer over wat Hij wilde dat wij zouden gaan doen voor wat betreft het leasen van een auto. Onze manier van leven als christen was in de afgelopen maanden al zo aan het veranderen, dat we ook deze stap samen met God wilden zetten. Ook het wel of geen nieuw leasecontract aangaan wilden we graag in overeenstemming met Gods wil doen. 

Onafhankelijk van elkaar hoorden we bijna precies dezelfde woorden. Dat we de auto in mochten leveren en geen nieuwe auto hoefden uit te zoeken want God had voor ons een beter plan. Onze conclusie was dat Hij zou voorzien in een auto. Dus vol vertrouwen besloten we onze leaseauto in te leveren en het daarbij te laten. Er brak een periode aan waarin we regelmatig een auto huurden of leenden. Ik heb me in al die tijd weinig druk gemaakt over vervoer. Er was altijd wel een auto beschikbaar en anders was er altijd nog openbaar vervoer. 

Maar toen brak het moment aan dat we de sleutel kregen van ons nieuwe huis én we elke dag op en neer zouden gaan om te klussen. We hadden nog steeds geen auto en ook geen zicht op een auto. God sprak in die tijd telkens ‘Ik zorg voor iets beters’. Nou ben ik iets comfortabeler met de houding ‘oké, dan zien we het wel’ dan Rombout is. Dus Rombout wilde al een auto gaan huren, maar hij kreeg sterk het gevoel dat God zei: ‘vraag die en die’ en ‘wacht tot zes uur’. Iets na zessen appte ‘die en die’ dat hij de komende vier weken een auto voor ons beschikbaar had. Een bestelbusje met veel ruimte achterin, waardoor we in die vier weken al een groot gedeelte van onze inboedel konden verhuizen. Het was onderdeel van het betere plan dat God voor ons had. 

Ondertussen hadden we nog steeds geen eigen auto. Mensen vroegen me in die tijd wel eens of ik het wachten niet zat was. Of het niet naïef was om op deze manier in afhankelijkheid te leven. Wanneer ik mensen vertelde dat wij van God een auto zouden krijgen, werd ik regelmatig glazig of ongelovig aangekeken. Men vond er wel wat van…

Die hele periode van wachten hadden we ook gewoon de mogelijkheid om opnieuw een leaseauto te bestellen. We hoefden het de baas maar te laten weten en twee week later zouden we in de auto naar keuze kunnen rondrijden. Ik zal eerlijk bekennen dat de verleiding hiervan zo af en toe om de hoek kwam kijken. We werden het wachten niet eens echt moe omdat we wisten dat God zou voorzien en keken uit naar Zijn creatieve manier van geven. Maar we werden het vragen om een auto te kunnen lenen wel moe. Zeker toen we in Heerde gingen wonen en hier nog niet veel mensen kenden waar we een auto van konden lenen werd het echt wel lastiger. Het kost aardig wat tijd om een auto in Zwolle op te halen als je er eerst op de fiets heen moet. Het begon als ‘leuren’ te voelen. 

Het is goed om het leven in afhankelijkheid te ervaren. Het is goed om te leren vragen en te ontvangen. Mooie bijkomstigheden waarin we afgelopen jaar absoluut in zijn gestretcht! Toch geloof ik niet dat dit de manier is waarop een kind van God zou moeten leven. Onze Vader is een overvloedige God, bij Hem is geen tekort. Hij doet niet aan karig of net genoeg. Dus ergens begreep ik ook niet waarom het zo lang moest duren voordat onze auto naar ons toe zou komen rollen…

Toen God ons in december ’24 duidelijk maakte dat wij ons mochten verbinden aan de School of the Supernatural van Faith Movement gingen we daar beiden vol voor. Dit betekende dat we vanaf de eerste maandag in januari een jaar lang sowieso elke maandag naar Nijkerk op en neer zouden gaan omdat de school daar plaats zou vinden. Zowel Rombout als ik hadden geen zin om een jaar lang voor elke maandagavond een auto te moeten lenen of huren. We wilden niet nog een jaar lang tijd en energie moeten stoppen in het leuren van een auto. We spraken dit ook beide uit naar God. Dat we die auto wel op korte termijn nodig hadden en dat we er dus vanuit gingen dat God zou gaan voorzien. Als ik het zo beschrijf dan kan het zeurderig, misschien zelfs dwingend overkomen. Maar besef wel dat wij in de geest wisten dat God zou voorzien. Hij had op meerdere manieren al bevestigd dat Hij een auto voor ons beschikbaar had. Alleen in het natuurlijke zagen we hem nog niet. Zelf ben ik ervan overtuigd dat het ergens in het geestelijke werd tegengehouden. 

Hoe dan ook, in onze gesprekken met God over de auto, bleef Gods stem zeggen ‘Ik zal voorzien. Die auto komt er en op tijd’. Aan deze zekerheid hielden we ons vast. En in die zekerheid regelden we dus ook geen leenauto voor maandag 6 januari, de dag dat onze Bijbelschool begon. Die hele dag bleef ik met één oog verwachtingsvol onze oprit in de gaten houden. Het zou zomaar kunnen dat onze grijze of witte auto het terrein op zou rijden. De hele dag door kwamen er auto’s langs, maar niet eentje voor ons. 

Die avond moesten we eigenlijk om half zes weg, om op tijd in Nijkerk te kunnen zijn. De tijd begon wat te dringen. Om zes uur hebben we Arnoud, de schoolleider gebeld om te zeggen dat we nog steeds aan het wachten waren. Hij moest (gelukkig) vreselijk hard lachen. En nadat we even gepraat hadden zijn we toch maar een auto voor die avond gaan regelen. Zelf had ik ook sterk het gevoel dat deze situatie echt tegenwerking van de vijand was. Om ons geloof onderuit te halen, maar ook om mij letterlijk tegen te houden om in mijn bestemming te lopen. Namelijk mijn taken als coördinator van de Bijbelschool uit te voeren. 

We konden een auto lenen van iemand uit het dorp, hallelujah! En binnen tien minuten waren we onderweg naar Nijkerk en hebben we een bijzonder mooie start van de Bijbelschool gehad. 

Die dagen erna heb ik keer op keer hardop uitgesproken dat mijn God een God is die Zich aan Zijn beloften houdt, mij nog nooit teleurgesteld heeft en dat ook nooit zal doen. Dit was namelijk ook wat God sprak in ons eerste gesprek na die maandagavond. ‘Lief kind van Mij, hou vol, heb ik jou ooit teleurgesteld?’ Hier ging zoveel liefde en rust vanuit, dat ik het ook helemaal los kon laten. Noem het naïef, wat je wilt. Ik noem het geloof. Ik weigerde bewust om op dat moment toe te geven aan twijfel, onrust of aanklacht. Ik bleef mijn focus op Jezus houden en keek uit naar Gods creatieve manier van geven. Hij had dat al vaker op andere vlakken gedaan.

Op vrijdagavond werden wij gebeld, door Arnoud, dat hij een auto voor ons had. Zij zelf hadden namelijk die dag ervoor een auto gekregen van mensen die het van God op hun hart hadden gekregen om hen te zegenen met een nieuwe auto. Nu konden zij eindelijk hun auto aan ons doorgeven. Iets wat al langere tijd op hun hart lag. Hallelujah! Gods manieren zijn inderdaad creatief. 

Momenteel rijden wij dus rond in een grijze Volvo station. Groot, veilig, een automaat mét cruise control en van allerlei andere luxe voorzien. Je kan je afvragen ‘een Volvo, was dat nou niet wat overdreven?’ Dan kom ik even terug op wat ik al eerder zei: ‘Onze Vader is een overvloedige God, bij Hem is geen tekort. Hij doet niet aan karig of net genoeg’. 

Ik voel me echt gezegend en ben dankbaar dat ik op deze manier mag groeien in mijn geloof en dat God opnieuw heeft laten zien dat Hij doet wat Hij belooft. Hij stelt nooit teleur. Het is echt genieten om weer een auto op elk moment beschikbaar te hebben. Zo konden we vanmiddag onze zoon ophalen van het station, toen de treinreis tegenzat en hij belde of wij hem konden ophalen. 

Halleluja, dank U Heer. Wat een genot om te wonen in geloof en nu ook te rijden in geloof. 

87. Hemelse kado’s

Op oudejaarsavond zat ik voor de laatste keer dat jaar in onze gebedskamer. Het was een moment van aanbidding en lofprijzing om alles wat er afgelopen jaar gebeurd is. En terwijl ik op mijn knieën lag ervoer ik dat God me uitnodigde om hogerop te komen. Hij nam me mee en in mijn verbeelding kwam ik in een prachtige kamer vol goud en glitter. De kamer had hele hoge muren en overal lagen kado’s. Prachtig ingepakt, echt zo veel! Het was er zo mooi, het was intens om daar te zijn. En ik vroeg de Heer ‘waarom ben ik hier, wat wilt U me laten zien, wat betekent dit? Waarom liggen die kado’s hier allemaal? En…’  Ik had zoveel vragen, maar terwijl ze mijn mond uitbuitelden realiseerde ik me dat ik God niet eens de tijd gaf om te antwoorden, dus ik zweeg. Ik bleef om me heen kijken en luisterde verwachtingsvol wat de Heer zou zeggen. 

De Heer liet me weten dat dit de kado’s zijn die voor mij klaarliggen. In 2025 zal ik ze allemaal uit mogen pakken! Wauw, wat een belofte. Het zijn er zoveel, groot en klein. Ik kon het einde van de kamer niet echt ontdekken. Overal waar ik keek dacht ik meer te zien verschijnen. Pure hemelse overvloed!

Even later nam de Heer me mee, we liepen verder naar een andere kamer. Hij opende de deur en ik kwam in een even schitterende kamer als daarstraks terecht, ook hier stonden kado’s, maar een stuk minder dan in de vorige. Toch stonden er nog best veel kado’s. En ik vroeg de Heer opnieuw ‘Heer, wat betekent dit’? De Heer vertelde me dat dit de kado’s waren die ik niet had uitgepakt. Ze lagen daar, te liggen zonder dat ze hun doel bereikt hadden. God had me zoveel meer willen geven, maar ik heb het niet aangenomen, niet uitgepakt, om wat voor reden dan ook. 

Zo, dat zette me wel even stil. Het confronteerde me, overigens zonder me aan te klagen. 

Ik realiseerde me hoeveel God mij eigenlijk had willen geven. Deze tweede kamer was nog steeds behoorlijk vol. Ik zag nog steeds overal om me heen kado’s liggen. Het voelde als allemaal gemiste kansen. 

Toch, als ik nadenk over mijn leven tot nu toe, dan ervaar ik dat ik ook zo ontzettend veel van de Heer heb ontvangen. Als je mijn levensverhaal een beetje kent, dan weet je dat het lang niet altijd mooi en voorspoedig verlopen is. Ik heb regelmatig armoede gekend. Emotioneel en financieel kwam ik eigenlijk altijd wel tekort. Het heeft lange tijd geduurd voordat ik af kon rekenen met dat tekort-denken. En nog steeds overkomt het me vaak zat. Vernieuwing van denken, met name op dit gebied is de laatste tijd een on-going-proces. En terwijl ik daar zo in die schatkamers was kreeg ik het vermoeden dat ik hier komend jaar nog verder in ga groeien. 

Ik keek met spijt om me heen. En beloofde de Heer dat ik komend jaar alles wil uitpakken wat Hij voor me heeft. Daarvoor heb ik het wel nodig dat de Heilige Geest me hierbij helpt. ‘Open mijn geestelijke ogen Heer, ik wil niks missen van wat U voor me heeft. Ik ga liever wat langzamer door het leven zodat ik de tijd kan nemen om de kado’s uit te pakken, dan dat ik door het leven ren en niet eens zie dat U me iets aanbiedt’. 

Terwijl ik de iets legere kamer weer uitliep, ik wilde nog graag even bij de schatkamer van 2025 kijken, zag ik aan de andere kant van de gang een kamer waarvan de deur dicht was. Nieuwsgierig als ik ben vroeg ik de Heer wat er achter die deur was. Misschien wel nog zo’n prachtige kamer…

De Heer opende de deur en ik zag opnieuw een kamer. Een kamer met opnieuw veel kado’s. Alleen waren dit kado’s die hun glans hadden verloren. Ze lagen er wat stoffig bij. Deze hele kamer had sowieso een wat troosteloze aanblik. Ik zag ook kado’s die al opengescheurd waren. Sommigen kapot, alsof ze er gewoon neergegooid waren. Deze keer hoefde ik de Heer niet eens te vragen wat deze kamer betekende. God sprak al voordat ik Hem iets kon vragen. Ik voelde het verdriet van de Heer toen Hij me vertelde dat dit de kado’s waren die Zijn bruid daar had lagen liggen. Zijn bruid, de kerk, pakt lang niet alle giften, de gaven van de Heer uit. Sterker nog, sommige dingen zijn gewoon weer teruggegeven. Als het ware uitgepakt en niet goed genoeg bevonden. Dat zijn de uitgepakte en slordig neergegooide kado’s die daar lagen. 

De Heer liet me zien hoe verschillende gaven uit de kerk zijn geroofd, losgelaten, uitgedoofd en weggegooid. Door de tijden heen, lang niet alles bewust en expres. 

En terwijl ik dit typ voel ik weer het verdriet en de bewogenheid van de Heer hierom. Hij wil zo graag zoveel meer voor Zijn bruid. Hij verlangt naar zuiverheid, naar rechtvaardigheid en barmhartigheid. 

Ik vraag de Heer wat we kunnen doen, hoe kunnen we die kado’s alsnog ontvangen en uitpakken. Terwijl ik het vraag weet ik het antwoord eigenlijk al. ‘Bekeer. Keer af. Kom weer terug bij Mij. Ga op de knieën, wees in Mijn Woord’, spreekt God. ‘Heb hernieuwd ontzag voor Wie Ik ben’.

Het is een oproep en uitnodiging die ik vaker van de Heer heb gehoord. Voor mijn eigen leven en nu dus ook algemener voor Gods volledige bruid. 

Deze maand zal ik gerichter tijd nemen om hierover door te bidden en te ontdekken hoe God mij hierin wil gebruiken. Want ook ik verlang ernaar om alle kado’s die God voor Zijn bruid heeft klaarliggen uit te pakken. Zijn verlangen is mijn verlangen. Ik geloof dat we als kerk nog zoveel meer kunnen betekenen voor deze wereld, voor dit land, voor onze steden en dorpen. 

Ik bid voor meer bekeringen, zowel van ongelovigen als gelovigen. En ik ben bereid te doen wat daarvoor gedaan moet worden. 

Doe je mee?!

86. Een leuke vacature

Regelmatig deel ik hoe mijn leven met God een groot avontuur is. De dingen die ik mag doen, de stappen die ik mag zetten zijn vaak ontzettend leuk en leerzaam, maar kosten me ook vaak een (kleine) worsteling. Ze liggen vaak buiten mijn comfortzone, soms zelfs heel ver en is uitstappen hiermee super oncomfortabel. Dan vraag ik me af ‘hoezo ik, hoezo dit?’ Ik herken me in Mozes, die tegensputterde toen God hem riep om de leiderspositie in te nemen (Ex. 3). Ook ik vond van mezelf dat ik dit niet kon. Ik herken me in Saul die zich verstopte toen God hem als koning van Israël uitkoos (1 Sam. 10). Ook ik zat liever in mijn eigen bubbel dan voorop te gaan.

Ik herken me in Jeremia die het uitriep tot God dat hij niet kon spreken en te jong was toen God hem riep als profeet (Jer. 1). Ook ik vond mezelf lange tijd te jong in het geloof om namens God tot anderen te spreken. En zo kan ik best nog even doorgaan. 

Als God me iets vraagt te doen, reageer ik vaak met een ‘ja, maar’. Vervolgens komt er dan een argument waarom ik niet degene zou moeten zijn die God uitkiest voor die taak. 

Toch is mijn ervaring dat het altijd goed komt, God weet wat ik kan, omdat Hij mij volkomen kent. Hij heeft mijn bekwaamheid allang in mij gelegd om te kunnen wandelen in de goede werken die Hij voor mij heeft klaargemaakt. Steeds meer ontdek en leer ik ook om in vertrouwen te gaan doen wat God me vraagt te doen.  Inmiddels heb ik mij overigens ook bewust afgekeerd van de gedachte dat ik niet geschikt zou zijn voor dat wat God me vraagt te doen. Mijn eerste reactie zal niet meer zijn ‘ik kan dit niet’.

Deze maand december wordt meestal als de drukste maand van het jaar ervaren. Zelf heb ik dat ook jarenlang zo ervaren. Dit jaar zei God me het anders te doen. Namelijk dat ik in de rust mocht zitten aan Zijn voeten. In het begin was dat even wennen. Maar nu, met nog maar een week te gaan, vind ik het jammer dat het alweer bijna voorbij is. Mede door deze maand van minder rennen, meer thuis zijn, had ik veel meer tijd om in gesprek te zijn met God. Het is een tijd van samen nagenieten, evalueren en ook me opmaken voor het nieuwe dat eraan gaat komen. Mijn hoofd borrelt van ideeën. Over sommigen zegt God heel duidelijk dat het voor later is, sommigen zullen ook al vrijwel direct in het nieuwe jaar geboren gaan worden. 

In 2025 ga ik me in elk geval vol enthousiasme inzetten in een superleuke functie waarvan ik in eerste instantie had bedacht dat ik het daar veel te druk voor zou hebben. Maar gelukkig dacht God daar anders over. 

Een tijdje geleden kreeg ik een vacature onder ogen waar ik direct enthousiast van werd. De meeste vaardigheden die gevraagd werden, pasten in mijn straatje. Maar vanuit het natuurlijke beredeneerd leek het me niet handig om die functie te gaan doen, want het zou veel van mijn tijd vragen. Tijd die ik voor mijn gevoel niet beschikbaar heb. Ik verwacht niet dat in de toekomst ons werk hier in Heerde minder tijd zal gaan kosten. Integendeel. De nieuwe plannen zullen alleen maar meer tijd van mij vragen, wat ik helemaal oké vind! In het geval van deze superleuke functie had ik hier niet eens met God overlegd maar voor mezelf al besloten dat deze niet voor mij was. Het ging om de vacature Bijbelschool coördinator van de School of the Supernatural van Faith Movement (FM). 

Eerder dit jaar kondigde Faith Movement de start van hun parttime Bijbelschool School of the Supernatural aan. Dat klinkt natuurlijk sowieso al goed. De onderwerpen die voorbij komen klinken ook nog eens hartstikke goed. Onderwijs vanuit de Bijbel over onderwerpen waar in veel kerken niet zo veel over geleerd wordt. Ook zal er veel activatie plaatsvinden, dus het geleerde ook gelijk doen. Omdat wij betrokken zijn bij FM kreeg ik al vroeg de vacature voor Bijbelschool Coördinator onder ogen. Hoe leuk me dit dus ook leek, ik besloot direct dat dit niet handig was, omdat ons werk hier in Heerde zich alleen maar zou gaan uitbreiden. Ik dacht er geen tijd voor te gaan hebben. 

Tot Rombout na een wandeling met God, vertelde dat hij de Bijbelschool van FM wil gaan volgen. Direct zei ik vol enthousiasme ‘oh dan doe ik mee!’ Direct daarna hoorde ik ook Gods stem in mijn hoofd: ‘Die school is niet voor jou, de vacature is voor jou!’ Oh?? Opnieuw riep ik er direct een dikke ‘maar’ achteraan. Want waar haal ik de tijd dan vandaan? Gaat me dat wel lukken naast het werk dat we hier in Heerde mogen gaan doen? Terwijl ik dit bedacht, slaakte ik ook direct een zucht in mezelf. Vraagt God eens iets niet buiten mijn comfort zone, sputter ik toch weer tegen…

Ik ben vrijwel direct in de gebedskamer in alle rust met God hierover in gesprek gegaan. Heb ondertussen ook Arnoud van FM een appje gestuurd met de vraag of er al reacties op de vacature waren. Hij beschouwde dit  als een ‘open sollicitatie’, haha. 

De volgende dag toch gesolliciteerd én aangenomen. Tijdens het gesprek vertelde Arnoud ook dat hij mij in de geest al voor alle studenten had zien staan om de mededelingen te doen of iets dergelijks. Hij wist dus al dat God die functie voor mij had geschreven. Heerlijk hoe God werkt, want dit was voor mij een fijne bevestiging. 

Het mooie aan dit soort processen vind ik Gods liefde voor mij die ik hier doorheen ervaar. Ik wist al dat God mij door en door kent. Hij heeft mij gemaakt dus weet Hij wat ik leuk vind, Hij weet hoe ik van organiseren en regelen hou. Hoe tof ik het vind om te zorgen dat de dingen soepel verlopen en hoe fijn ik het vind om anderen te helpen en te kunnen dienen op een plek waarvan ik weet dat het tot eer en opbouw van Gods koninkrijk is. Het leven als discipel van Jezus is avontuurlijk. Tegelijk betekent dat niet dat er alleen maar dingen buiten de comfortzone gevraagd worden. Het betekent niet dat alle dingen die je mag doen altijd alleen maar ongemakkelijk zijn.

Het bewijst voor mij ook weer dat het altijd goed en belangrijk is om te blijven overleggen met de Heer, wat Zijn plan voor mij is. Ook als ik er al een mening over heb is het goed om dit met de Heer te bespreken. 

God is goed, altijd. Hij zorgt ervoor dat we niet moe of uitgeput raken. Dat vraagt van ons wel een diepe intimiteit met Hem. Zodat we Zijn stem herkennen, op elk moment. Anders bestaat de kans dat we zomaar iets leuks zouden missen!

85. Het gezag van de Bijbel

Naar aanleiding van de blog ‘Get trained’ heb ik veel reacties gehad met de vraag ‘hoe dan’? En hoewel ik aan het einde van die blog enkele suggesties heb gedaan waarin jij je kan oefenen, begrijp ik het ook echt dat dit nog wat vaag is. 

Toen ik God de vraag stelde wat Hij belangrijk vindt in hoe we ons trainen, zei Hij ‘Wees in Mijn Woord’. Nou, dat klinkt als nog te doen toch? Veel christenen met mij zullen erkennen dat de Bijbel belangrijk is. Maar God sprak verder. Hij stelde de vraag of wij christenen nog wel onder het gezag van Zijn Woord willen staan. ‘Mijn Woord is geen mooie levensgids met aanbevelingen. Mijn Woord is dé waarheid. Mag Mijn Woord weer jullie leiding zijn? Mogen de woorden die in de Bijbel staan weer de kracht van het tweesnijdend zwaard hebben?’

Ik geloof dat dit vragen zijn die we ter harte moeten nemen. Voordat we de Bijbel openen en de woorden lezen, moeten we onszelf de vraag stellen hoe we de Bijbel zien. Is het werkelijk Gods betrouwbare en onfeilbare woord? De Bijbel zelf zegt dat hij door God is ingegeven (2 Tim 3:16-17). Aangezien God Zelf onfeilbaar is, zou Zijn Woord dat dan dus ook zijn, maar belijden wij dit zelf ook echt. Want als je dit belijdt, dan heeft dat nogal impact op hoe je de bijbel leest en hoe jouw leven verloopt. 

Zelf heb ik zo’n tien jaar geleden de worsteling doorgemaakt in het erkennen dat de Bijbel, de hele Bijbel Gods betrouwbare en onfeilbare Woord is. Ik wilde het zo graag eerst met mijn verstand begrijpen. Ik wilde de logica ervan snappen, ik wilde eerst vrede voelen. Op basis van al deze dingen wilde ik mijn keuze maken om voor de hele Bijbel als Gods Woord te gaan. Maar ikzelf kreeg het niet voor elkaar. Ondertussen wist ik dat ik een keuze moest maken. Veel dingen uit de Bijbel zijn met mijn menselijke verstand niet te bevatten. Ik besefte dat wanneer ik ervoor koos bepaalde stukken uit de Bijbel niet voor waar aan te nemen, de Bijbel zijn kracht zou verliezen. Dan had wat mij betreft het bestuderen van de Bijbel weinig zin. Waarom zou ik tijd besteden aan iets wat mij geen zekerheid zou geven?

Op een avond realiseerde ik me ineens dat de keuze aan mij was. Ik kon ervoor kiezen om voor de betrouwbaarheid van de Bijbel als Gods Woord te gaan. Daarmee zou ik vertrouwen op Gods woorden. En niet op mijn eigen wijsheid en inzicht. Precies wat er in Spreuken 3:5 staat. Dat was het moment dat ik mijn eigen struggles hierin kon loslaten en er toen voor koos om voor de volledige betrouwbaarheid van de Bijbel als Gods waarheid te gaan. Toen kwam de vrede en rust waar ik naar verlangde. 

Terwijl God mij vorige week de vraag stelde of wij wel onder het gezag van Zijn woord willen staan, ervoer ik ook Gods verlangen hiernaar. Hij nodigt ons uit om Hem te vertrouwen, om Zijn Woord te vertrouwen omdat we mogen weten dat Hij het beste met ons voorheeft. De leefregels die we uit Zijn Woord kunnen halen zijn er niet om ons te pesten, of om ons het leven moeilijker te maken. Zijn leefregels zijn er om ons te beschermen tegen de invloeden van de vijand. Ze zijn er om ons sterker te maken in ons geloof, zodat we zullen standhouden en de vijand zullen weerstaan zodat deze zal wegvluchten (Jakobus 4:7).

Wanneer je de keuze hebt gemaakt om het gezag van de Bijbel als Gods onfeilbare Woord te erkennen, lees en luister dan je Bijbel, zo veel als je kunt. Ook dit is een keuze. Gods Woord is in het geestelijke je voedsel van elke dag. Ik zie veel christenen om me heen die zichzelf in geestelijke opzicht uithongeren. Ze nemen genoegen met een snelle hap. Een overdenking over Gods Woord, of een korte podcast tussendoor met een filosofische boodschap. Ik zeg niet dat het verkeerd is. Maar wel dat het niet genoeg is. Je kan niet leven van af en toe een stukje witbrood. Je hebt het vaste hemelse manna nodig. Wat je hele wezen versterkt. Het is niet voor niets dat God in de Bijbel de mens zo vaak aanmoedigt om Zijn Woord continu te overdenken, te murmelen, te mediteren en te memoriseren. Met name in het oude testament kunnen we hier veel over lezen. Nu de Heilige Geest is uitgestort en in ons woont is het ons nog eens extra makkelijk gemaakt. De Heilige Geest onderwijst en helpt ons herinneren wat God zegt en gezegd heeft (Johannes 14:23-26). Hij voorziet ons van wijsheid en inzicht. Beseffen we dat wel en gebruiken we Zijn Geest ook? Het klinkt misschien wat plat, maar we mogen gewoon Gods Geest gebruiken. Net als dat ik een beroep doe op de kracht van mijn volwassen zoons om voor mij een pot groente open te draaien of een zware pan van de kookplaat naar de tafel te tillen, zo mag ik gebruik maken van de wijsheid en het inzicht van de Heilige Geest om mij de Bijbel te doen begrijpen. Laat je Bijbel lezen dan ook altijd gepaard gaan met de bede om wijsheid en inzicht. Open je hart voor dat wat God door Zijn woord tegen jou wil zeggen. Ook al lees je het vers al voor de zoveelste keer, je ogen kunnen zomaar ineens opengaan voor een diepere betekenis. God spreekt door Zijn Woord tot jou persoonlijk. Hij wil jou persoonlijk aanspreken en je laten zien welke weg je mag gaan. Wanneer jij en ik hetzelfde bijbelgedeelte lezen, zal Hij jou andere dingen laten zien dan mij. Maar altijd zal het tot opbouw van ons geloof en onze relatie met Hem zijn. Zo is God. 

Ik ben ervan overtuigd dat de tijden veranderen. Wij kunnen niet veel langer meer vertrouwen op andermans geloof. Op andermans openbaringen. God zal weliswaar blijven spreken door Zijn profeten, ook nu nog. God zal visie blijven delen aan Zijn apostelen. Maar het blijft onze eigen verantwoordelijkheid om dit alles te toetsen aan Zijn Woord. Daarvoor zullen we de Bijbel moeten kennen en dus moeten bestuderen. Gods eigen Woord zou altijd leidend moeten zijn in ons eigen leven. Het is onze eigen verantwoordelijkheid om te weten welke stappen we moeten nemen. Wat onze waarden en normen zijn en welke standpunten we mogen innemen. Ook als de wereld het tegendeel beweert. Wat vaak zo is. Maar, ook al zijn wij wel in de wereld, we zijn niet van deze wereld. Door gevoed te worden met Gods woord zullen we stevig geworteld zijn in Gods waarheid. Zo zijn we beschermd tegen de invloeden van de vijand en zullen we standhouden in welke geestelijke strijd we ons ook (gaan) bevinden. 

84. Aanbidding

Afgelopen zaterdag mocht ik op een aanbiddings-event van His Voice Music, een profetische bediening binnen de aanbidding, dienen. Het was een dag waarbij aanbiddingsleiders en -teams en -schrijvers getraind en toegerust werden in hun rol als aanbidder en schrijver. 

Mij was gevraagd om als profetische wachter betrokken te zijn bij dit event. Dit betekende dat ik ook vooraf al regelmatig de tijd heb genomen om in de geest te luisteren en te kijken naar wat God met dit event wil. Ik hou hiervan. Ik hou ervan om in Gods aanwezigheid te zijn en met Hem te kijken en te ontdekken wat Hij van plan is. Hoe Hij gaat bewegen en sowieso al aan het bewegen is. Ik hou ervan om me te richten op de Heer en van Hem te horen wat Hij belangrijk vindt. 

Daarnaast houdt het profetische wachterschap ook in dat ik alert mag zijn op de geestelijke aanvallen die de vijand uitoefent. Zeker daar waar mensen in hun bediening getraind en toegerust worden, kun je verwachten dat de vijand zich ook zal gaan roeren. We moeten daar alert op zijn, zonder ons in een hoekje te laten drukken dat we dit soort events dan maar niet meer gaan organiseren. Integendeel. Daar waar we flinke tegenstand ervaren moeten we juist de hakken in het zand zetten en doorgaan met ons werk. Vaak is tegenstand juist een teken dat we met de goede dingen voor het koninkrijk bezig zijn. Want waarom zou de vijand ons tegen willen werken als ons werk geen impact zou hebben, what’s the use?!

Dus, afgelopen weken heb ik regelmatig tijd genomen om in alle rust bij de Heer te zitten en te vragen wat Hij met dit event wil. Hoe gaat dit event van betekenis zijn voor Gods koninkrijk? Hoe zal dit event tot zegen zijn voor hen die gaan komen. Terwijl ik die tijd nam, werd me al snel duidelijk dat het niet zozeer om dit ene event gaat, maar dat de aandacht mag gaan naar aanbidding an sich. Hoe zit het met de aanbidding in het algemeen in Nederland? Hoe denken wij christenen over aanbidding en hoe gaan we hiermee om in de kerken en op evenementen? 

God liet me afgelopen weken zien hoe Hij het ziet. Én Hij liet me zien hoe Hij het wíl hebben. Beide waren confronterend en tegelijk liefdevol. 

In de bijbel neemt lofprijzing en aanbidding een belangrijke plek in. God groot maken is belangrijk, zelfs noodzakelijk. Wij mensen zijn gemaakt tot eer van God. Wij zijn geschapen om God te aanbidden. God groot maken zet Gods kracht vrij. We lezen in de bijbel verschillende keren wat gejuich en gezang tot eer van God teweegbrengt. Lees maar over de inname van Jericho (Jozua 6). Ook koning Josafat behaalde de overwinning door zangers en mensen voor de Heer aan te stellen die ‘de heilige Majesteit prijzen zouden, terwijl zij voor de gewapende mannen uittrokken en zongen: Loof de HEERE, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig! Juist op de tijd dat zij met gejuich en lofzang begonnen, legde de HEERE hinderlagen tegen de Ammonieten, Moab en de bewoners van het Seïrgebergte die op Juda waren afgekomen, en zij werden verslagen’. Lees het hele verhaal maar in 2 Kronieken 20.
Ook Paulus en Silas zongen lofliederen in de gevangenis waardoor er een enorme kracht vrij kwam met als gevolg dat de gevangenisbewaarder en zijn gezin zich bekeerden tot God (Handelingen 16).

Door me op al deze gebeurtenissen te wijzen liet God me de kracht van aanbidding zien. De kracht die wij vergeten zijn en onderschatten. Het event van afgelopen zaterdag heette ‘The sound of the Levites’. De Levieten gingen het volk voor in muziek en gezang, in lofprijzing. Met die lofprijzing brachten ze het volk bij God, in Gods aanwezigheid. God loven en prijzen brengt je bij God, dicht bij Hem. Er ontstaat vrijheid om de kracht van Zijn aanwezigheid te ervaren. Maar, dit lukt niet op de manier waarop de aanbidding tegenwoordig in veel kerken plaatsvindt. 

Ik hoorde de Heer spreken over de Levieten: ‘Het was altijd al de taak van de Levieten om hierin voorop te gaan. Om het volk te leiden in lofprijzing tot eer van Mijn naam. Die taak is niet veranderd, die zalving is niet minder groot of minder krachtig geworden. De Levieten zijn nog steeds onderdeel van Mijn volk. Hun taak is nog steeds om voorop te gaan en Mijn volk in aanbidding bij Mij te brengen’. 

Door het offer van Jezus zijn wij als heidenen nu ook ingelijfd bij het volk van God. De stammenverdeling zoals in het Oude Testament is er niet meer. Dus je hoeft geen Leviet te zijn om te aanbidden. Toch zijn er nog steeds mensen die een speciale roep en bediening op hun leven hebben om anderen in aanbidding mee te nemen naar het hart van God. Zij die voorgaan in de lofprijzing en muziek om God groot te maken. Zij, die ons ‘gewone’ mensen door lofprijzing in de aanbidding dicht bij Gods hart brengen. God liet me afgelopen week zien dat aanbidding op de bijbelse, op de goddelijke manier, in geest en waarheid door de jaren heen geroofd is. De aandacht in de kerken richtte zich steeds meer naar wat de mensen wilden zien en ervaren. De aanbidding werd een gelikte show. Mooi op elkaar aansluitende liederen, zodat je in de juiste ‘sfeer’ kwam. We hebben voorrang gegeven aan wat we dachten dat de mensen wilden, waar de mens behoefte aan had. Maar zijn daarbij vergeten wat God wil. 

God sprak en zei: ‘Ik wil de plek van lofprijzing herstellen. Omdat Ik weet wat goed voor jullie is. Jullie offers wil Ik niet, Ik wil jullie hart. Ik zit niet te wachten op een mooie show, hier in de hemel heb Ik voortdurend een mooie show van engelen die Mij aanbidden. Ik wil dat jullie je op Mij richten, bij Mij zijn, alle aandacht voor Mij. Want dat geeft leven, daarmee zegen jij jezelf met meer kracht, meer zalving, meer van Mij. Dat is wat Ik wil voor Mijn kinderen’. 

Dit raakte me zo, God zegt dit niet omdat Hij er minder van wordt dat wij Hem niet meer in geest en waarheid aanbidden. God zegt dit vanuit Zijn liefde voor ons. Hij weet dat wij het nodig hebben. Wanneer we Hem weer op de heilige, goddelijke manier aanbidden, dan zullen genezingen, bevrijdingen al plaatsvinden tijdens de aanbidding. Dan hebben we geen ministry en bevrijdingsteams meer nodig. Dan daalt Gods kracht automatisch tijdens de aanbidding neer op de plek waar we zijn. 

Ik geloof dat het tijd is dat we weer luisteren naar wat de Geest zegt over aanbidding, over welke liederen, over hoe we God groot mogen maken. Durven we onze vrees voor wat de mensen ervan vinden los te laten zodat we ons kunnen richten op God en vanuit ontzag Hem groot gaan maken. Durven we God weer de volledige regie te geven en Hem te volgen. Mee te bewegen met wat de Geest ons wil laten doen. Omdat we er simpelweg op vertrouwen dat Hij het beter weet?!

Terwijl ik mijn ogen sluit stel ik me de tempel voor. Ik hoor de Levieten vanaf de trappen bij de ingang van de tempel luid muziek maken en God loven. Ik hoor tamboerijnen en cimbalen. Ik hoor de sjofars de strijd én de overwinning aankondigen. Ik zie dat we de tempel al dansend binnen gaan. Dat plein op. Gewoon om God te ontmoeten en groot te maken! Weg met alle kaders en kijkende ogen die er wat van vinden. Alleen maar ons oog en hart op God gericht! Zodat Hij ons kan zegenen met Zijn kracht en nabijheid. Dat is de plek waar we compleet zijn, precies zoals Hij ons geschapen heeft.

83. ‘Een dubbel deel’

Regelmatig ontvang ik een beeld van de Heer waar ik op dat moment niet direct wat mee kan. Zo zag ik vorige week tijdens mijn stille tijd een heleboel prachtige kronen, vurige fakkels en paarse mantels liggen. Grote stapels, netjes gesorteerd. Ze leken klaar te liggen in de hemelse gewesten, te wachten op… ik wist het niet. Ik had eigenlijk geen tijd om dit uit te zoeken dus schreef ik het beeld op. Een paar dagen later nam ik de tijd om hierover in gebed te gaan. Zittend aan de voeten van Jezus vroeg ik God wat Hij hierover te zeggen had. 

Vrijwel gelijk hoorde ik Hem zeggen ‘een dubbel deel, een dubbel deel aan zalving ligt klaar om uitgedeeld te worden’. Dit deed me denken aan de profeet Elisa die aan Elia om een dubbel deel van de Geest vroeg. Je kan hierover lezen in het boek 2 Koningen hoofdstuk 2. 

Als ik kijk naar de kronen, fakkels en mantels dan moet ik gelijk denken aan bedieningen in Gods koninkrijk met koninklijk gezag en autoriteit. Aan lichtdragers én lichtbrengers, aan boodschappers van het goede nieuws. Ik moest denken aan mensen die hun kroon, hun fakkel en mantel al met overtuiging dragen. Zij die al bewegen in de bestemming die God op hun leven heeft gelegd. Ik moest ook denken aan hen die nog niet zo vrij zijn, die nog wat twijfelen of de kroon wel voor hen is. Zij die nog niet helemaal helder hebben welke mantel ze mogen dragen. Of van wie de fakkel wel brand, maar nog niet zoveel licht verspreidt als ze zelf wel zouden willen. 

Ik geloof dat mensen in/naar nieuwe bedieningen geleid worden. Anderen zullen een soort doorstart krijgen in verantwoordelijkheden in het Koninkrijk. Sommigen zullen ook een switch in hun bestaande bedieningen ervaren. Alsof God in de dichtbije toekomst met meer kracht en dieper Zijn Koninkrijk wil (uit)bouwen. Er zullen nieuwe bedieningen opstaan. En bestaande zullen met nog meer kracht dit land, maar ook daarbuiten, gaan raken. 

Ik geloof dat dit dubbele deel voor velen van ons klaar ligt. God wacht erop om het te kunnen uitdelen. Komende tijd zal dit ook in groten getale uitgedeeld gaan worden. Zijn we hier klaar voor?

Ik hoor de Heer nogmaals zeggen ‘een dubbel deel, een dubbel deel aan zalving ligt klaar om uitgedeeld te worden’. Vervolgens hoor ik Zijn vraag waarmee het beeld ineens heel persoonlijk wordt: ‘Dúrf jij te vragen om een dubbel deel? Ik heb het voor je klaarliggen maar durf jij het echt aan? Want met dat dubbele deel ontvang je ook dubbele verantwoordelijkheid’. En toen werd het beeld iets minder aantrekkelijk moet ik eerlijk bekennen. Ja, ik verlang ernaar dat onze bediening groeit, dat we nog meer dingen mogen gaan doen waarmee we anderen nog meer tot zegen zijn. En ja, ik verlang ernaar om met nog meer hemels gezag en autoriteit door het leven te gaan. Ik verlang naar groei in evangelisatie, genezing en bevrijding. Ik wil heel graag dat mijn fakkel van veraf te zien is en dat mijn mantel nog beter zit. Maar, ik realiseer me dat met het ontvangen van dat dubbele deel, ik ook dubbel gezuiverd moet worden. En hoewel ik weet dat zuiveringen nodig zijn, vind ik de processen die daarmee gepaard gaan lang niet altijd leuk en comfortabel. 

Toen ik vorige week toch met enige aarzeling ‘ja’ zei op Gods vraag of ik het wil ontvangen hoorde ik ook gelijk Zijn bevestiging: ‘Ik acht je bekwaam, Ik ben bezig dit in je te bewerken, vertrouw op Mij’. Zo werkt God. Wat een geruststelling. Hij heeft van alles voor ons klaarliggen, maar dwingt ons nooit om het te ontvangen. Het start altijd bij Hem. Hij heeft ons het eerst liefgehad, Hij legt eerst Zíjn verlangens in ons hart, Hij laat ons Zijn beelden zien. Hij!

Daarna hebben wij de keuze om in te stappen en mee te bewegen. We mogen meegaan in Zijn verlangens, of (nog) niet. Hij doet Zijn werk in ons en daarna mogen wij het werk vóór Hem doen, of (nog) niet. 

Naast de bevestiging die ik hoorde in mijn gedachten, ontving ik ook bevestiging door verschillende vragen en gesprekken die ik afgelopen dagen heb gekregen. En hoewel ik inmiddels wel afgerekend heb met het kleine denken over mezelf, ervaar ik ook tijdens die gesprekken of vragen regelmatig de gedachte dat ik dit toch niet kan. Opnieuw mag ik deze valse gedachten in het licht zetten en ze zo afbreken en brengen onder de gehoorzaamheid van Christus. 

Gods woord zegt namelijk dat ik Zijn maaksel ben, in Jezus Christus geschapen om goede werken te doen, zoals bevrijden, genezen en het evangelie verspreiden. God heeft dit van tevoren al bewerkt, klaargemaakt, zodat ik erin kan wandelen. 

2 Koningen 2:9, 2 Korinthe 10:4-6, Efeze 2:8-10

82. De Heer zegt: Get trained!

Enige tijd geleden ontving ik een droom van de Heer. Het was een openbaring en oproep tegenlijk.

Ik zag een prachtige, helder verlichte plek waar veel mensen aanwezig waren. Het deed me denken aan zo’n grote Griekse tempel, met hoge witte stevige pilaren. Ondanks dat ik alleen maar een toeschouwer was, ervoer ik dat die plek vol van vrede, vreugde, liefde, ontspanning en verlangen was. Ik begreep dat het een plek was waar mensen met elkaar en van elkaar leerden van de Heer. Het woord werd gedeeld, men bemoedigde elkaar, men deelde getuigenissen, men deelde gebed en de maaltijd van de Heer. Er liepen engelen rondom wijsheid en openbaringen uit te delen. En hoewel deze plek veel licht en wit naar buiten toe uitstraalde, was de ruimte eromheen toch grauw en somber. Het straalde een duisternis uit, waar ik zelf liever niet zou willen zijn. 

Maar terwijl ik bleef kijken zag ik dat het beeld veranderde.
Ik vroeg de Heer wat hier gebeurde. Wat wilde de Heer me met dit beeld laten zien? Terwijl ik wachtte op het antwoord zag ik ondertussen die witte tempel verdwijnen. Langzaamaan werd hij kleiner, minder wit. Ik moest denken aan playmobil materiaal. Hele dunne plastic pilaren. Mijn focus was op de tempel, maar die zag ik verdwijnen. Ik heb geen idee wat er met de mensen gebeurde. Die waren eigenlijk al niet meer in beeld. 

Toen ik wakker werd voelde ik direct de noodzaak om deze droom in gebed te brengen. Ik had nog maar een flauw idee wat de droom betekende en ik wist dat dit rechtstreeks van God kwam. Ik wist zeker dat Hij me hier iets mee wilde zeggen. Afgelopen tijd heb ik hierover door gebeden. Ik ben met God hierover in gesprek gegaan. Ook met anderen, waarvan ik weet dat zij regelmatig inzichten van de Heilige Geest ontvangen, heb ik deze droom gedeeld. 

Al langere tijd geloof ik dat onze toekomst hier op aarde steeds moeilijker, heftiger en chaotischer gaat worden. Wanneer je christen bent, dan weet je waarschijnlijk wel dat we in de eindtijd leven. Misschien weet jij, net als ik, niet het fijne van deze eindtijd. Maar we weten wel dat het een heftige tijd zal zijn, dat lezen we in de bijbel. Jezus waarschuwt ons hier ook voor. Én Hij troost ons met de woorden ‘in de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen’. (Johannes 16:33 HSV). In die waarheid mogen we blijven staan.

Tijdens deze droom zag ik heel duidelijk het verschil tussen licht en donker. Tussen het leven gericht op God en het leven in de wereld. God zei me dat dit ook is wat Hij wil dat ik duidelijk maak. IEDEREEN, ieder mens heeft de keuze. Kiezen voor het licht of de duisternis. Elke keuze is een keuze voor leven of dood. Sommige keuzes lijken minimaal. Maar elke keuze heeft een gevolg. Het leven met God in alles zorgt voor licht, vreugde, liefde en overvloed van dat alles. Maar wanneer je kiest om in de wereld te staan en je te laten vullen met dat wat de wereld biedt, dan kan de Heer minder met Zijn Geest bij je zijn. Dan geef je de duisternis meer ruimte. 

Jij en ik hebben de heerschappij over licht en duisternis teruggekregen toen Jezus stierf en weer opstond. Wij hebben de keuze. Ook als het lijkt alsof we die keuze niet meer hebben. 

Oh wat klinkt dit scherp, vind je ook niet?! Toch liet God me heel duidelijk zien door de droom wat de gevolgen zijn van het maken van de verkeerde keuze. Het werd letterlijk steeds donkerder. De plek van licht en vreugde werd langzaamaan opgeslokt door het duister. Het is echt belangrijk te beseffen dat we wel in deze wereld zijn, maar niet van deze wereld. (Johannes 17:14-16).

Ik vroeg God ook wat wij mensen nu kunnen doen. Wat kunnen we doen om het tweede gedeelte van mijn droom geen werkelijkheid te laten worden?

God sprak en zei: Repent. Belijd en keer af. Draai je om vanuit het duister naar het licht. Ik heb je uit het duister getrokken en in Mijn Koninkrijk van licht gezet. Ik heb dat al gedaan. Onderzoek je hart, onderzoek je leven, waar merk je dat de wereld grip op je krijgt? Is het je agenda? Is het je denken of je gevoel? Vraag Mij, zoek Mij, laat Mij Mijn licht op jouw verborgen plekken schijnen. Zodat jij het in het licht kan zetten. In Mijn licht, want als Mijn licht erop schijnt dan krijg Ik weer de ruimte om jouw leven te verlichten. Mijn licht zal jouw duisternis doen verdwijnen.

De Geest sprak verder en zei:

Get trained! De mensen moeten nu, in deze periode, leren hoe ze in Mijn aanwezigheid kunnen zijn. Hoe ze van Mij rechtstreeks Mijn waarheid kunnen ontvangen.
Maak jezelf krachtig en sterk. Wees voorbereid zodat je zelf in staat bent standvastig en vastberaden te blijven standhouden in situaties van onrust en verwarring. Bouw je geloof, je moet niet pas geloof gaan bouwen als het aangevallen wordt.

Ik ervoer heel sterk de oproep van God om deze tijd te gebruiken om nog zoveel mogelijk en zo intensief mogelijk met anderen bij God te zijn. In Zijn aanwezigheid met elkaar Hem te aanbidden, maar ook van Hem te leren en te ontdekken. Om onderwijs te pakken op zoveel mogelijk plekken waar Zijn waarheid te vinden en te horen is. Iemand anders sprak al over ‘genadetijd’. Zo is God. Vanuit Zijn genade krijgen we nu nog de tijd om onszelf te trainen in een leven dichtbij God.

Get trained! Train jezelf in het sterk en stevig blijven staan op Mijn waarheden en Mijn beloften. Ken Mijn woord. Lees het, hoor het, mediteer erop. Zodat je, wanneer het nodig is, de vijand kan weerstaan. Ken Mij, wees in Mijn aanwezigheid zodat Ik je kan vullen met Mijn waarheid. Mijn kracht, Mijn liefde, Mijn rechtvaardigheid. Blijf in Mij, dan blijf Ik in jou. 

Oh deze woorden, deze oproep en bemoediging van God Zelf. Dit is wat ik nodig heb, wat elk kind van God nodig heeft. Dit is wat we te doen hebben. Gods woord kennen, bij God zijn en Hem door en door leren kennen. Met elkaar tijdens conferenties, events en samenkomsten. Ook alleen, met Hem in je eigen binnenkamer. 

Als je deze levensstijl nog niet gewend bent, zet dan gewoon de eerste stap. Oefen jezelf in het samen zijn met mede-christenen en oefen jezelf in het alleen zijn met de Heer. Oefen jezelf in het lezen van Gods woord. Oefen jezelf in de gaven van de Geest en oefen jezelf in het richten op God.

Get trained. Ook het leven met God is als een leerschool. Een hele avontuurlijke! Én een hele veilige. God, jouw Vader is hier namelijk je Leermeester!

81. Een goed werk

Deze zomer hebben Rombout en ik samen met nog twee andere stellen ‘gesoapt’. SOAP is een bijbelstudiemethode die mij helpt om dagelijks de bijbel te bestuderen. Ik doe dit al jaren samen met wat lieve zussen. En deze zomer besloten we om ook onze mannen eens uit te nodigen om met elkaar via het SOAP-en een bijbelboek te lezen en te bestuderen. We hebben de brief aan Titus gedaan. Ik ben telkens weer verrast hoe God tot een ieder persoonlijk spreekt. Geen enkele SOAP was hetzelfde. Ieder heeft zijn eigen invalshoek en God licht bij iedereen datgeen op wat voor die persoon nodig is. Prachtig vind ik dat. 

Ook al is de Titusbrief betrekkelijk klein, slechts drie hoofdstukken, toch heb ik er weer veel uit geleerd. Allereerst heeft God mijn verantwoordelijkheidsgevoel weer aangesproken. Al langere tijd weet ik dat Hij mij voor een eigen taak heeft geroepen. Ik mag in de bediening van profeet meebouwen voor Gods koninkrijk. Ik mag Zijn licht en woord delen via de prachtige organisaties Love God Greatly en Lume. Ik weet dit, toch ben ik hier niet altijd heel bewust mee bezig. Afgelopen tijd was ik vooral aan het genieten van onze plek en liet ik alles maar over me heen komen. Ik weet dat dit niet verkeerd is. Dus ik ervaar geen enkele veroordeling of aanklacht. Wel werd ik bepaald bij de noodzaak en urgentie van wat ik in Gods koninkrijk doen mag. Ik voelde me opgeroepen om te blijven volharden in de taken die God me gegeven heeft. Om hier niet in te verslappen. Maar met gezag en trouw blijven doen wat God me opdraagt.

Naast mijn persoonlijke taken mag ik samen met Rombout God dienen vanuit ons huis en vanuit Stichting Het Boetje. Langzaamaan krijgt ook dit steeds meer vorm. Nu we op onze door God aangewezen en klaargemaakte plek wonen, ontvangen we steeds meer visie van de Heer hoe we concreet aan de slag mogen gaan. Die visie ontvangen we vaak in onze Binnenkamer, waar we met Hem in gesprek zijn. Waar we onze vragen en twijfels kwijt kunnen. Waar we ook antwoorden krijgen en ideeën en beelden van Hem ontvangen die ons helpen om een volgende stap te zetten. Het is bijzonder hoe we ieder apart in Zijn aanwezigheid zijn en regelmatig dezelfde ideeën krijgen. Deze bevestigingen helpen ons natuurlijk om met zelfverzekerdheid iets nieuws op te pakken. 

Terug naar de Titusbrief. Ook Titus wordt opgeroepen om te blijven volharden  in de taak die Paulus hem heeft gegeven. Het onderwijs dat Titus van Paulus heeft ontvangen moet Titus vasthouden en doorgeven. Met gezag en autoriteit. Paulus roept ook keer op keer dat het geloven samen moet gaan met goede werken die vrucht voortbrengen. Wanneer een gelovige niet vruchtdraagt is er sprake van ‘dood geloof’. 

De allerlaatste dag van onze studie sloten we af met SOAP-en over Titus 3: 14. ‘En ook de onzen moeten leren anderen voor te gaan in het doen van goede werken, om in de noodzakelijke levensbehoeften te voorzien, opdat zij niet onvruchtbaar zijn’. Deze tekst raakte me, ik ontdekte dat het ook over mij ging. Op meerdere manieren. 

Allereerst ben ik één van die ‘onzen’. Paulus heeft het hier namelijk over hen die door het geloof aangenomen te hebben bij Paulus en Titus, maar vooral bij God horen. Paulus zegt dat ik anderen moet voorgaan in het doen van goede werken. Ik ben een voorbeeld, mijn gedrag moet anderen aansporen het goede te doen. Dat is best een verantwoordelijkheid. Het betekent dat ik er soms voor moet kiezen om bijv. de minste te zijn, niet het laatste woord te willen hebben of mijn gelijk te halen. 

In het vervolg van deze zin wordt Paulus heel specifiek over welk goed werk hij het deze keer heeft. Namelijk om in ‘noodzakelijke levensbehoefte te voorzien’. In vers 13 kreeg Titus de opdracht om de twee wetgeleerden Zenas en Apollos, onderwijzers van het woord ‘zorgvuldig uitgeleide te doen’, zodat het hen aan niets ontbreekt. Titus krijgt dus de opdracht om de volgelingen te leren dat zij voor de mensen die God dienen moeten zorgen. Het is hun zorg dat het dienaren van God aan niets ontbreekt, zodat zij vrucht kunnen dragen. Zodat zij het werk van de Heer kunnen doen zonder zich zorgen te hoeven maken over hun eerste levensbehoeften. 

Zelf leerde ik hieruit dat ik, als navolger van het Woord en als volgeling van God,de verantwoordelijkheid heb om hen die dienen in Gods koninkrijk te zegenen. Hetzij door middel van financiële middelen of in praktische of materiële zaken. Concreet kan ik dat doen door in een bediening die God aanwijst via een gift of partnerschap te zaaien. 

De andere kant is ook dat ik anderen, navolgers van het Woord, medechristenen, mag uitnodigen om in onze bediening te zaaien. Zodat ook wij het werk voor Gods koninkrijk kunnen doen, zonder ons bezig te hoeven houden met onze levensbehoeften. Zodat wij kunnen vruchtdragen. 

Met zelf zaaien in een andere bediening heb ik geen enkel probleem. Zeker niet als God het zegt. Maar vorige week zei God dat ik dit, wat ik leerde uit de Titusbrief, mocht delen en zo anderen mag oproepen om in onze bediening te zaaien. Ik zal maar eerlijk bekennen dat ik dit zelf ervaar als de zoveelste ‘leur’poging. Het klopt dat er geld nodig is om het werk te doen wat God van ons vraagt. Daarbij geloof ik in de geestelijke wetmatigheid die God ons in Zijn woord leert, namelijk dat als jij in onze bediening zaait, jij ook meedeelt in onze oogst. Zo zal de vrucht op je geestelijke rekening toenemen. Dit is waarom ik dit van God ‘moest’ delen. God wil dat Zijn kinderen weet hebben van hun geestelijke rekening. God wil ook dat Zijn kinderen hun verantwoordelijkheid nemen en het goede werk doen, namelijk voor de ander zorgen. God wil het beste voor iedereen. Daar mag iedereen ook zelf aan bijdragen.

Wij hebben jou nodig om ons werk goed te kunnen doen. Net zoals andere bedieningen ons nodig hebben. Alleen samen kunnen we bouwen voor Gods Koninkrijk. Samen kunnen we delen in de oogst, mensen bij God brengen, discipelen zijn en discipelen maken. Samen kunnen we Gods licht en Zijn woord verspreiden. 

Samen, gefundeerd op Jezus onze Rots. Ieder met onze door God gegeven verantwoordelijkheid.

Voor meer informatie ga je naar hetboetje.com/partner

Titus 1-3, Jakobus 2:17, 1 Korinthe 3:9, Filippenzen 4:15-19