20. De 80ste verjaardag.

Vandaag 4 augustus, is mijn adoptiemoeder 80 jaar geworden. Van die 80 jaar ben ik al 46 jaar haar adoptiekind. Ze houdt enorm veel van mij, dat weet ik en dat geloof ik. Ze heeft altijd gezegd dat ze zich niet kan indenken meer van een ‘eigen’ kind te kunnen houden. Lief en oprecht gesproken, toch schuurt het. Want ík ben dus niet haar eigen kind. Ik ben aangenomen, geadopteerd. Ik ben niet haar eigen vlees en bloed.

Ik ben voor mezelf blij dat zij geen eigen kinderen heeft gekregen, grote kans dat ze anders mij niet had geadopteerd. Dus echt, ik ben een bevoorrecht mens.

Toch vraag ik me regelmatig af of haar moederliefde anders zou zijn geweest wanneer ze mij werkelijk in haar buik had gedragen en zelf gebaard had. Tegelijkertijd vraag ik me regelmatig af of mijn liefde als dochter anders zou zijn geweest wanneer ik opgevoed was door mijn biologische moeder.

Wat ik nu voel voor mijn adoptie moeder heeft als basis dankbaarheid. Ik voel ook de loyaliteit van een kind voor de ouder. Maar ik realiseer me dat de liefde voor mijn adoptieouders niet onvoorwaardelijk is. En ik vraag me af of de liefde tussen eigen, biologische kinderen en ouders anders voelt. Minder gecompliceerd ofzo.

Als adoptiekind heb ik het gevoel dank verschuldigd te zijn naar mijn adoptieouders toe. Ik mag hen niet afvallen of in de steek laten. Zonder hen zou ik nu niet meer leven. Wanneer ik vroeger als puber mijn ouders ‘haatte’ dan voelde ik me daar vreselijk schuldig over. De negatieve gevoelens mochten er nooit zijn, want dan deed ik geen recht aan het feit dat zij mij ‘gered’ hebben. Ik heb nooit geschreeuwd naar mijn adoptieouders, ik heb ze nooit dingen verweten of ben boos op ze geweest. Je zou me een modelkind kunnen noemen. Inmiddels besef ik dat ik hierdoor nooit geleerd heb om mijn boosheid op een gezonde manier te uiten. Ik heb dat nooit durven doen. Ik had hier geen recht op, vond ik. Ik moest dankbaar zijn. En ik was bang. Bang om terug gestuurd te worden. Bang om niet meer geliefd te zijn en los gelaten te worden.

Dit is een stukje waar ik in mijn vriendschappen en andere relaties nog steeds wel eens last van heb. Ik durf mijn irritatie of boosheid niet zo makkelijk te uiten. Ik ben bang om daarmee de liefde van anderen te verspelen. Wanneer ik toch eens mijn stem in boosheid verhef, wacht ik gespannen de reactie van de ander af. Ik zou het ook accepteren wanneer de ander besluit niks meer van mij te willen weten.

Eerder dit jaar heb ik een bijbelstudie gedaan over vriendschap. Waardoor ik leerde dat Jezus de Enige is die onvoorwaardelijke vriendschap aanbiedt. Ik kan erop vertrouwen dat Hij alleen met Zijn onvoorwaardelijke liefde trouw aan mij blijft. Zijn trouw is niet afhankelijk van mijn liefde, mijn gedrag of mijn humeur. Hij laat mij niet gaan als ik boos ben. Hij laat mij niet los wanneer ik niet weet waar ik het zoeken moet. Hij laat mij niet liggen wanneer ik onderuit geschopt wordt door het leven.

Ik kan me nog steeds afvragen hoe het zit met de liefde van mijn adoptie- én biologische moeder. Hebben bloedbanden werkelijk invloed op de ontwikkeling van moedergevoelens?

Uiteindelijk maakt het weinig uit. Ik weet namelijk één ding zeker.

Gods liefde is onvoorwaardelijk en duurt gelukkig voor altijd!

19. Liefde is ontvangen.

Er zijn vele wetenschappelijke studies gedaan naar het ontstaan en de ontwikkeling van liefde. Het klinkt in mijn oren wat raar om wetenschap en liefde in één zin te plaatsen, om liefde als onderwerp van een wetenschappelijke studie te zien. Liefde is een gevoel en hangt niet samen met cijfers en berekeningen. Tegelijk heeft liefde zeker met je hersenen, met je denken te maken. Het is niet alleen maar een gevoel. Zoals voor heel veel dingen die te maken hebben met je eigen ‘zijn’ heeft alles wat er in je eerste twee levensjaren gebeurt ontzettend veel invloed. Volgens de wetenschap zijn ze zelfs bepalend. In die eerste twee levensjaren ontwikkelt ieder mens zijn of haar eigen identiteit. Je leert wat wel en niet mag, de waarden en normen van het gezin waar je in opgroeit, cultuureigenschappen, klimaat, eten en drinkgewoontes. Alles heeft een eigen bepalende invloed. Als al die randvoorwaarden positief aanwezig zijn, dan ontwikkel je een mooi en evenwichtig zelfbeeld.

Helaas gaat het niet altijd goed. Ik ben daar een typisch voorbeeld van. In een eerdere les heb ik het gehad over ‘gevende liefde’. Over hoe ik liefde verwarde met waardering. Waardering gaat gepaard met een prestatie. Je wordt wel of niet gewaardeerd om dat wat je doet of gedaan hebt. Wanneer een kindje geboren wordt in een omgeving waarin het regelmatig vastgehouden, geknuffeld en getroost wordt dan ontstaat er automatisch een soort geborgenheid. Het gevoel van gekoesterd en geliefd te zijn zonder er iets voor te hoeven doen is normaal. Op deze manier ontwikkelt de emotie liefde op een gezonde manier. 

Een mens kan van nature op een goede manier ontvangen. Een baby ontvangt zonder reserves. Het heeft nog te weinig meegemaakt en kan ongefilterd liefde als puur iets ontvangen. Maar hoe ouder je wordt, des te meer verschillende vormen van liefde je leert kennen. Liefde mag dan een basis gevoel zijn, liefde is er in allerlei soorten en maten. Ik denk dat ten diepste iedereen liefde bezit om te geven en te ontvangen. Maar de manier waarop en de mate waarin je dat kunt verschilt bij ieder mens en is uitermate afhankelijk van wat je hebt meegemaakt. 

Na mijn vorige blog heb ik veel hartverwarmende en bemoedigende reacties ontvangen. Het is echt bijzonder om te lezen en te horen hoe mensen naar mij kijken. Wat ze van mij zien en wat ze over mij onthouden. Toch vond ik het ook moeilijk om te lezen en simpelweg als waarheid te ontvangen.

Ik schreef over een wond die weer openbarstte, diep weggestopte gevoelens die weer bovenkwamen. Ik weet dat de ruimte die ik mag innemen niet afhangt van hoe ik ter wereld ben gekomen en of er toen ruimte voor mij was. Dit hoeft niet mijn uitgangspunt te zijn. Ik wil dit niet meer laten gebeuren. 

Ik merkte door de mailtjes, appjes, knuffels en gebeden die ik mocht ontvangen hoe de wonden opnieuw genazen. Het voelde als onzichtbare armen die me lieten weten dat ook ik van waarde ben. 

Persoonlijk wil ik graag tot zegen zijn voor de mensen om me heen. Ik verlang ernaar om anderen te laten proeven Wie God is. De moeilijkheid is alleen dat ik Zijn liefde niet uit kan delen als ik Zijn liefde niet echt kan ontvangen. 

Door mijn achtergrond heb ik geleerd de liefde waardig te zijn op basis van mijn prestaties. Liefde mag pas ontvangen worden als beloning op goed gedrag. Zo werkt God niet. Hij doet het tegenovergestelde. Hij is liefde en doet aan onvoorwaardelijke liefde. Jezus gaf Zijn leven voor Zijn vrienden én voor jou en mij. Uit liefde, niet omdat wij er recht op hebben. 

Door alles wat er afgelopen tijd is gebeurd realiseer ik me weer dat ook ik allereerst liefde mag ontvangen. Ik mag mijn hart, hoofd en handen openen en me onderdompelen in Gods bevrijdende liefde. Die onvoorwaardelijke liefde die ik zo gemist heb in mijn eerste levensjaren had God altijd al voor mij beschikbaar. En het al er altijd zijn. Ik mag het pakken, aannemen en ontvangen. 

Ik mag er zijn. 

18. Opnieuw bont en blauw

Soms, op die momenten dat het leven me onderuit haalt voel ik me weer dat kleine vondelingetje. Bont en blauw gebutst door de klappen van het leven waar ik al zo jong mee in aanraking kwam. 

Enkele dagen geleden kwam mijn leven op een onverwachtse manier letterlijk even stil te liggen. Ik lag al op bed toen plotsklaps uit het niets alles in mijn hoofd begon te draaien. Minutenlang was alles in mijn hoofd in beweging en het tolde maar door. Wat een bizar gevoel was dat, zo naar. De duizeligheid, weliswaar in mindere mate gelukkig, heeft me voor twee dagen volledig gevloerd. Afwisselend geslapen en gebraakt, want wat werd ik misselijk van al die duizeligheden. Nu ben ik weer iets fitter; ik kan weer eten dankzij medicatie tegen de misselijkheid. De diagnose is een verstoord evenwichtsorgaan. Geen aanwijsbare oorzaak, vaak gebeurt het zomaar ineens. Terwijl ik dit schrijf voel ik me, naast de lichamelijke ongemakken, ontdaan, afgedankt en moe van het leven. Opnieuw bont en blauw. Maar dan aan de binnenkant. Het zijn de niet zichtbare littekens die weer gevoelig zijn. Het is zo’n wond die eigenlijk genezen is, maar soms toch begint te trekken, openspringt en opnieuw bloedt. 

Terwijl ik vanavond eigenlijk bezig zou zijn met de start van een onwijs mooi project waar ik een dienende rol mocht invullen, zit ik alleen thuis op de bank omdat mijn lijf het niet aankan. De verwachting dat ik nog wel zo’n twee tot drie week echt rustig aan zal moeten doen en dus überhaupt het hele project niet mee kan maken, frustreert me enorm. Het maakt me boos. Boos op het leven en boos op mijn lijf wat me opnieuw in de steek laat. 

Ik dacht een mooie balans te hebben gevonden met wat ik wel of juist beter niet kan doen. Maar nu kan ik helemaal niks meer. Ik loop er opnieuw tegen aan dat ik geen keuze heb, dat voor mij bepaalt wordt wat het beste is, ook al wil ik liever iets anders. Verstandelijk kan ik het beredeneren, maar het maakt me moedeloos en verdrietig. 

Vanavond bloedt het weer van binnen. Het gevoel van onveiligheid en onzekerheid komt weer boven. Hoe zou men mij, in deze staat van doen, nog willen houden? Ik weet, ik heb het zelf niet in de hand gehad, het is niet mijn schuld, er valt mij niets te verwijten, maar het voelt alsof ik beter weggelegd kan worden. Terzijde geschoven vanwege de nutteloosheid van mijn zijn. Ik ben al eens apart gelegd in deze wereld. Misschien wel omdat ik over was en men niet goed wist wat men met mij aanmoest. Momenteel weet ik niet zo goed wat ik met mijzelf aanmoet. Mijn innerlijke wond is weer open, het bloed spuit eruit. Misschien, zolang ik maar stil ben en geen ruimte of aandacht vraag, word ik ook niet lastig gevonden en mag ik misschien blijven waar ik ben. 

17. Vaderdag (3)

Vandaag is het dan echt Vaderdag. En hoewel ik eerder al beschreef dat dit een dag is met een groot gat in mijn hart van gemis en verlies, kan ik inmiddels ook eerlijk zeggen dat het gat elke keer opnieuw opgevuld wordt.

Door het gedrag en de opvoedstijl van mijn adoptievader heb ik lange tijd een totaal verkeerd beeld van God als Vader gehad. Voor mij was God die altijd beoordelende vader. Ik was bang voor God, ik heb jarenlang bijna elke avond in bed al mijn (mogelijk) verkeerde dingen beleden, zodat ik hopelijk niet naar de hel zou gaan later. De laatste standaardzin van mijn avondgebed was ‘Mocht ik iets vergeten zijn Here God, vergeef me die zonde en vergeef me dat ik het me niet kan herinneren’. Ik hoopte dat ik daarmee alles gedekt had.

Tijdens mijn studententijd ontdekte ik pas dat God liefde is. Sterker nog, dat Hij aan onvoorwaardelijke liefde doet. Hij houdt van ons, van mij, precies zoals ik ben. Laatst benadrukte iemand nog, terwijl we de maaltijd van de HEER vierden dat God van ons allemaal evenveel houdt. Hij doet niet aan gradaties, Hij meet Zijn liefde niet af aan wat ik of jij presteert, denkt of zegt. Dat kwam binnen; God houdt van mij net zoveel als van jou.

Dat is zoiets wonderlijks, dat kan ik niet bevatten en zeker niet beredeneren! 

Met het karakter ‘vader’ had ik absoluut niet de associatie liefde. Lange tijd heb ik dat stukje van God ook niet begrepen, ik weigerde te geloven dat God als een Vader voor je zou willen zijn.

Als God liefde is, kan Hij niet ook ‘vader’ zijn. In technisch opzicht wil ik het nog wel aannemen. Mijn adoptievader is op papier mijn vader. Zoals al eerder gedeeld, is dat papier rechtsgeldig en betekende dat concreet dat mijn adoptievader verantwoordelijkheden had bijvoorbeeld in financieel opzicht. Doordat hij mijn vader werd en ik zijn kind, kreeg hij een verplichting ten opzichte van mij. Voor mijn gevoel kon ik bij mijn adoptievader zijn liefde verdienen door goed gedrag. Ik leerde enigszins inschatten wat goed en fout was. De beste manier om hem tevreden te houden was niet laten merken dat je er was, tenzij hij me iets vroeg. Meestal ging het er dan om dat ik iets moest laten zien wat ik heel goed kon. 

Mijn beeld van het vaderschap was een verwrongen aards beeld. Het klopte totaal niet met hoe Gods beeld van een vader is. God heeft het vaderschap nooit bedoeld als veroordelend of voorwaardelijk. 

Toen ik zelf moeder werd ontdekte ik hoe groot de liefde voor je kind kan zijn. Voor mij was mijn eigen kind de mooiste, de knapste en de liefste. Daar was ik voor de volle honderd procent van overtuigd. Toen ik dat gevoel bij mijzelf ontdekte begon ik te beseffen hoeveel meer en hoeveel beter Gods liefde voor mij zou moeten zijn. 

Ik begon in de bijbel te zoeken naar hoe God als Vader zou moeten zijn. Ik heb ook aan God gevraagd of Hij mij wilde laten zien hoe Hij voor mij Vader zou willen zijn. Ik las over de liefde tussen Jezus en de Vader. Ik las over de zorg en bescherming van de Vader. Ik leerde dat, doordat ik Jezus mijn broer mag noemen, God mijn Vader is en ik me Zijn kind mag noemen. Die wetenschap is bizar en ongelofelijk, tegelijk is dat een anker waar ik me aan vasthou. 

Vandaag vier ik Vaderdag, maar liever stilletjes en alleen. Het is voor mij niet automatisch een leuke dag. En ik weet zeker dat velen dit met mij zo ervaren. Al heeft ieder zo zijn eigen redenen. Het liefst besteed ik er geen aandacht aan. Ik krijg er nog steeds een wat angstig gevoel van en juist op deze dag ben ik vatbaarder voor afwijzing en boosheid van anderen. 

Maar het helpt me om me te richten op God mijn Vader. Om te beseffen hoe Hij als volmaakte Vader onvoorwaardelijk van mij houdt. Hij wordt niet boos. Hij zal mij nooit in de steek laten. Hij zal altijd, als een volmaakte liefdevolle Vader op Zijn perfecte manier voor mij blijven zorgen. Niet omdat dit nu eenmaal een verplichting voor Hem is, maar juist vanuit Zijn diepe Vaderliefde voor mij. Hij wil zo graag dat gapende gat in mij vullen met Zijn onvoorwaardelijke liefde.

Op deze Vaderdag nodig ik Hem opnieuw uit om Zichzelf als Vader aan mij te laten zien. Ik heb het verlangen om Zijn liefdevolle armen om me heen te voelen. Om te weten wat het is om als kind op de Vaderschoot te klimmen en me te koesteren in Zijn onvoorwaardelijke liefde. Soms heb ik het gevoel het te kunnen pakken. Dat zijn de momenten dat ik met een oprecht hart durf te zeggen ‘Abba Vader’. Dan durf ik te geloven dat Vaderschap gepaard gaat met onvoorwaardelijke liefde en dat Hij net zoveel van mij houdt als van al mijn broertjes en zusjes. Dan is Vaderdag ook voor mij een feestelijke dag met het grootste en mooiste kado. Dit keer niet een kado voor de Vader, maar voor mij, namelijk verlossing, bevrijding en een heleboel liefde. 

16. Moederschap.

Op dit moment, terwijl ik deze blog plaats ben ik net 21 jaar moeder. Terugkijken en mijmeren over hoe mijn leven als moeder tot nu toe verlopen is gaat vandaag automatisch. 

Met alles wat ik aan foute voorbeelden heb gehad qua huwelijk en opvoeden besloot ik al jong om zelf nooit te gaan trouwen én zeker geen kinderen te gaan krijgen. Ik realiseer me nu hoe naïef dat kan overkomen. Ook ik heb vriendinnen die verlangen naar een levenspartner. En ook wij hebben in onze directe omgeving meegemaakt hoeveel verdriet een onvervulde kinderwens teweeg brengt. Ik heb met een licht schuldgevoel onze derde zwangerschap aangekondigd. Ik voelde me schuldig omdat we én makkelijk zwanger raakten én ik eigenlijk nooit kinderen had willen hebben.

Toen mijn man en ik trouwden, was dat bij mij niet per definitie voor altijd. Ik wilde er absoluut wel voor gaan. Maar de intentie ‘voor altijd’ hadden mijn adoptieouders ook gehad, en kijk hoe dat afliep! Ik had mezelf beloofd dat bij de eerste (be)dreiging, psychisch of fysiek, ik ons huwelijk zou verlaten. Ik was geenszins van plan om net als mijn moeder jarenlang in een ongelukkig en moeilijk huwelijk vast te zitten. Overigens had ik absoluut geen reden om het gedrag van mijn adoptievader terug te kunnen verwachten bij mijn man. Door de jaren heen heeft mijn man bewezen onvoorwaardelijk trouw en liefdevol te zijn naar mij toe. Door hem heb ik echt geleerd wat trouw en liefde inhoudt. Dus momenteel is er geen haar op mijn hoofd die nog rekening houdt met een eventuele escape uit ons huwelijk. Ons huwelijk is echt ‘tot de dood ons scheidt’!

Over het moederschap heb ik nooit durven dromen hoe prachtig het is. Het moment dat ik mijn kinderen na maandenlang ín de buik, eindelijk óp mijn buik voelde, is niet te omschrijven. Werkelijk de hele bevalling is zo goed als vergeten. Ook die eerste, lange, zware en pijnlijke bevalling van nu 21 jaar geleden. Het eerste moment van kennismaking met mijn dochter was uniek en geweldig. Dit had ik echt niet willen missen! En wat voelde ik me extra blij en dankbaar dat het een meisje was!! 

De opvoeding van drie uitdagende kinderen was én is echt wel pittig en kost nog steeds de nodige energie. Toch zou ik het met liefde (en hier en daar anders) direct overdoen. De liefde die ik voel voor mijn kinderen is zo anders dan de liefde voor mijn man. Niet minder of meer, maar zeker heel anders. 

Ik ben blij en dankbaar voor zoveel mooie momenten die ik met mijn kinderen heb mogen beleven. Het is onmogelijk om me nu voor te stellen dat ik hen niet in mijn leven had willen hebben. 

En daar gaat het bij mij wringen. Nu ik weet hoe moederliefde voelt kan ik niet begrijpen hoe een moeder haar kind kan afstaan. In het verleden heb ik het altijd goedgepraat. Door de beschrijvingen in de adoptiepapieren kon ik ergens wel begrijpen dat ik te vondeling gelegd was. En hoogstwaarschijnlijk is het beter voor mij geweest. Heel goed mogelijk dat ik anders nu niet meer zou leven.

Maar laatst las ik een artikel waarin een moeder aan haar afgestane kind vroeg: Kun je het me vergeven dat ik je heb afgestaan?! 

Van die vraag raakte ik helemaal van slag. Het raakte me zo. Want nee, ergens kan ik het mijn biologische moeder niet vergeven. Het schuurt, het doet onbeschrijfelijk zeer om te weten dat je ergens niet gewenst bent. Dat je, om welke reden en hoe gerechtvaardigd die reden dan ook was, toch door je bloedeigen moeder te vondeling bent gelegd. Zoals gezegd, ik kan het wegredeneren, ik kan het verstandelijk benaderen en er vrede mee hebben. Maar op een dag als deze, wanneer het moederschap weer even intens op me afkomt, ervaar ik vooral een stuk verdriet en gemis. Omdat dat wat ik nu al 21 jaar met mijn eigen dochter heb, ik nooit met mijn biologische moeder heb gehad. Het stemt me ook verdrietig dat mijn biologische moeder nooit die intense moederliefde en dat trotse gevoel heeft gehad als wat ik vandaag voelde toen ik het huis van mijn dochter binnenstapte, haar feliciteerde en met haar feest vierde. Geen eerste lachje, geen eerste stapjes, geen pleisters, knuffels of eerste dag op het schoolplein. Geen open dagen van middelbare scholen, geen eerste vriendje en eerste liefdesverdriet. Geen diplomering of het uit huis gaan van je kind. Geen vasthouden en langzaam loslaten. Voor haar was het even vasthouden en direct weer loslaten. 

Voor mezelf hou ik vast aan de gedachte dat mijn biologische moeder echt geen andere optie had dan mij af te staan. Dat van alle mogelijkheden, mij te vondeling leggen de minst slechte en minst pijnlijke was. Want dat zou betekenen dat zij als moeder het meest moeilijke, bijna onmogelijke, deed. Het afstaan van je bloedeigen kind gaat zo tegen alle natuurwetten in. Dit past niet in hoe God de wereld bedacht had. De enige keer waarop het opgeven van je kind paste in Zijn plan was toen Hij Zijn eigen Zoon Jezus afstond. Voor ons, voor mij. Juist zodat Jezus voor mijn verdriet aan het kruis kon sterven. Zijn dood voor mijn leven. 

Het is bizar hoe al deze gedachten op deze bijzonder dag en op dit bijzonder moment toch weer uitkomen bij God. 

Ik snap niks van dit leven. Ik lach en ik huil. Ik voel me verloren, afgewezen, gevonden en geliefd. En weet je, het mag er allemaal zijn. Op de vraag of ik mijn biologische moeder vergeven heb, kan ik nu nog geen volmondig ja zeggen. Dat hoeft van mij ook nog niet direct. Voor nu is het genoeg om gewoon heerlijk dankbaar te zijn voor het feit dat ik 21 jaar geleden aan mijn moederschap begon. En dat ik daar met volle teugen van heb kunnen proeven, voelen en van heb kunnen genieten. 

15. Vaderdag (2)

In eerdere hoofdstukken heb ik het al wel eens gehad over mijn adoptievader. Laat ik als eerste zeggen dat we nu een prima relatie hebben, alles is vergeven en veel is vergeten. Dit heeft niet kunnen gebeuren zonder de inmenging en helende werking van de Heilige Geest! Ik verbaas me regelmatig over hoe mijn adoptievader veranderd is. Hij kan nu met zoveel meer mildheid en met een kritische kwetsbare blik naar zijn eigen gedrag kijken, blijkbaar ben je echt nooit te oud om te leren!

Wanneer ik nadenk over hoe mijn adoptievader was, denk ik ook direct na over hoe het vaderschap voor hem heeft moeten zijn. Nu ik ouder ben en meer weet over hoe zijn eigen vader was kan ik meer begrip opbrengen voor de manier waarop mijn adoptievader de rol van vader droeg. 

In mijn herinnering heb ik Vaderdag nooit gevierd. Volgens mij was het vroeger toen ik op de basisschool zat ook nog niet zo’n ding. Later, toen er steeds meer aandacht aan besteed werd koos ik er bewust voor om mijn adoptievader op die dag geen kadootje te geven. Ik besefte ergens echt wel dat de manier waarop mijn adoptievader zich gedroeg niet goed was. Hij verdiende gewoon geen kadootje. 

Aan Moederdag heb ik nog wel herinneringen. Mijn adoptiemoeder was vaak het slachtoffer van de boosheid van mijn adoptievader geweest, ik probeerde dat een beetje goed te maken door haar wel iets te geven op Moederdag.

Mijn adoptievader wilde aan de buitenwereld laten zien dat hij, als hoofd van het gezin, alles onder controle had. Dit betekende voor hem dat zijn gezin zich in alle opzichten gedroeg zoals het hoorde. Voor ons betekende dit dat wij precies deden wat hij zei. Alles wat mijn adoptievader dacht of zei was de waarheid, hij had het altijd bij het juiste eind. Ik geloof dat hijzelf daar ook echt van overtuigd was. Hij regelde alles op de juiste manier. Ik kan me ook geen fouten van hem  herinneren. Maar ik herinner me wel het gevoel wat hij me gaf. Pas toen ik ouder werd realiseerde ik me welk een foute impact dit had op mijn eigen ontwikkeling.

Misschien was die behoefte aan controle en drang naar perfectie bij mijn adoptievader ook wel compensatiegedrag. Misschien voelde hij zich tekortschieten tegenover mijn adoptiemoeder omdat hij zelf geen eigen kinderen kon verwekken. Hoewel hij adoptie altijd als een ‘maatschappelijk goede daad’ beschouwde zal ook hij pijn en verlies hebben ervaren over hun kinderloosheid. Vaak gaat de aandacht in deze situatie uit naar de vrouw. Maar ik denk dat we niet moeten onderschatten wat het niet kunnen krijgen van kinderen bij de man aan verdriet, falen en teleurstelling teweeg brengt. Misschien was mijn adoptievader zich helemaal niet bewust van al deze gevoelens. Heel goed mogelijk dat in die tijd hier nog helemaal geen aandacht voor was.

Hoe dan ook, door de opstelling van mijn adoptievader ontstond in mij het idee dat een vader iemand was die zegt wat je moet doen en wanneer je dat niet doet het afstraft op een ongenadige manier. Mijn associaties bij het woord ‘vader’ waren angst, voorzichtigheid, onzekerheid en onveiligheid. Angst om iets fout te doen. Voorzichtig moeten zijn in wat je zegt of doet, want het zou zomaar verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Soms voel ik dat allemaal weer opnieuw. 

Wanneer iets niet ging zoals mijn adoptievader het wilde maakte het niet uit wie of wat de oorzaak daarvan was. We droegen allemaal de gevolgen. Dat was wel het vervelendste. Wanneer ik iets verkeerd heb gedaan en een ander moet daar de gevolgen van dragen, dan is dat een dubbele straf. Ik draai liever alleen zelf voor de gevolgen op, dan dat ik weet dat de ander pijn heeft dankzij mijn gedrag.

Wanneer er iets verkeerd ging, werd dat niet direct benoemd, maar werd dat duidelijk door de gevolgen. Ik wist dus vaak niet wat ik verkeerd deed. Dat zorgde voor onzekerheid. Als er bijvoorbeeld bezoek was en iemand van ons had iets verkeerd gezegd of gedaan dan werd dat pas duidelijk wanneer het bezoek weg was, omdat mijn vader dan pas zijn boosheid uitte. Dat maakte dat ik tijdens bezoek me zo goed mogelijk gedroeg. Ik hoopte altijd dat het goed genoeg was, maar wist dat nooit zeker. Soms kon het bezoek, een logeerpartij van nichtjes heel leuk zijn geweest, maar ontdekte ik na afloop pas dat er iets niet goed was gegaan doordat mijn adoptievader totaal door het lint ging. 

Hierdoor werd ik zo onzeker over mijn eigen gedrag. Ik ontdekte dat het beter was me stil en meer op de achtergrond te houden. Lachen, zingen of praten is niet per definitie verkeerd, maar te hard of op het verkeerde moment kan wel in een later stadium boosheid tot gevolg hebben. Wanneer je dat als kind door hebt, dan vergaat het lachen je snel genoeg en zorg je er wel voor dat je niet gehoord wordt. 

Als kind had ik dat nooit zo goed door, pas toen ik ouder werd ontdekte ik de impact hiervan op mijn eigen gedrag en gevoel van veiligheid en falen. Ik heb me lange tijd niet ontspannen kunnen gedragen bij andere vaders in de buurt. Wanneer ik bij iemand speelde probeerde ik me altijd perfect te gedragen, zodat mijn vriendje of vriendinnetje, wanneer ik weer naar huis ging geen straf kreeg door iets wat ik mogelijk verkeerd had gezegd of gedaan. 

Ook nu nog vind ik het lastig om spontaan iets te zeggen of te doen, ik krijg regelmatig te horen dat ik zo bedachtzaam en rustig ben. Wanneer ik iets zeg of doe gaan er hele denkprocessen en afwegingen aan vooraf. Ik wik en weeg, zelfs nu er geen vader meer in de buurt is die over mijn praten of doen zal oordelen. Dat kost energie en soms zou ik willen dat ik anders in elkaar zit… 

Pas toen mijn man vader werd van onze dochter heb ik ontdekt dat vaderschap gepaard kan gaan met liefde, met adoratie, met zorg én met genade. Het is niet zo dat mijn man de volmaakte vader is, ik ben ook echt niet de volmaakte moeder, vraag onze kinderen daar maar naar;). Maar we doen ons best, met vallen en opstaan én met heel veel liefde.

14. Vaderdag

Vaderdag, moederdag, ik kan er maar weinig mee. Ik vind het beide iets te commercieel. Natuurlijk is het  een mooi excuus voor vaders en moeders om een nieuwe frituurpan, scheerapparaat of strijkbout aan te schaffen, aangezien de oude nodig aan vervanging toe was. Voor creatieve meesters en juffen is het een ideale gelegenheid voor een leuk knutselwerkje, waar de kinderen weer een middag mee vermaakt kunnen worden. En uiteraard heb ik als moeder die zelfgemaakte kadootjes ook altijd gekoesterd. Trots liep ik een hele zondag rond met mijn macaroni-ketting om. Toch zijn deze dagen voor mij pijnlijk confronterend, het raakt een diep gevoel van gemis aan. Dat wat altijd als een gaatje in mijn ziel voelt, ervaar ik die twee dagen van het jaar als een groot gapend gat. 

Vorige maand was het Moederdag en deze maand is het weer Vaderdag. Ooit heb ik een geadopteerd iemand eens horen zeggen dat ze zich gezegend voelde omdat ze, door haar adoptie, twee moeders en twee vaders had. Dat gezegende gevoel heb ik dus totaal niet. Doordat ik nu overal reclames en aankondigingen zie over Vaderdag knalt het gemis weer binnen. Van mijn biologische vader weet ik niks. In mijn adoptiefpapieren staat een Nederlandse naam vermeld. Ook mijn gegeven Indonesische naam is vrij Nederlands. Maar gezien de onduidelijkheid over hoe eerlijk mijn adoptie is verlopen, durf ik niet met zekerheid te zeggen dat die namen echt waar zijn. 

In mijn verhaal zitten een heleboel ‘misschiens’. 

Misschien wist mijn biologische vader niet eens van mijn bestaan af. Misschien wist hij wel dat mijn biologische moeder zwanger van hem was, maar heeft hij opdracht gegeven tot abortus en heeft zij nooit verteld dat ze de zwangerschap toch heeft uitgedragen. Misschien was hij wel getrouwd met een andere vrouw, was ik dus een buitenechtelijk kind en wilde hij niks meer met mijn biologische moeder te maken hebben en verdwenen wij uit zijn beeld. Maar, misschien waren mijn biologische ouders wél gelukkig bij en met elkaar, misschien was ik wel gewoon een blije baby die geliefd was, maar ben ik gestolen en zo uit het leven van mijn biologische vader geglipt. Misschien heeft hij wel ontzettend veel verdriet om mijn verdwijning en mist hij mij nog steeds.

Misschien…

Uiteindelijk heb ik natuurlijk weinig aan die misschiens. Het geeft geen helderheid, het maakt mijn verhaal niet mooier of triester. Het heeft weinig zin om daarop te focussen. Ondanks dat ik dit weet met mijn hoofd, maakt dat mijn gevoel hierover niet anders. Bij vlagen voelt het toch leeg, incompleet ofzo. Ik heb geen idee waar ik uit ontstaan ben. Het voelt alsof ik wortels heb, maar niet weet waar ze in groeien. Wat mijn bodem is, uit welke bron ik kom. 

Vroeger dacht ik altijd, op basis van de Nederlandse naam op de adoptiefpapieren dat ik een halfbloed ben. Maar ook dat is helemaal niet zeker. Ik ben zelf natuurlijk het levende bewijs dat ik ergens ontstaan ben, maar waar die oorsprong is, dat zweeft een beetje in de lucht. Dat is wazig en vol onzekerheden. Het is er, maar ik weet echt niet hoe het er uit ziet. ik zou echt graag willen weten op wie ik lijk, van wie ik bepaalde karaktertrekjes heb geërfd. Wat voor een type is mijn vader en leeft hij überhaupt nog? Hoe zou ik zijn geworden wanneer hij een actieve rol in mijn opvoeding had gespeeld? 

Het zijn allemaal vragen waarop ik nooit antwoord zal krijgen. En dat voelt standaard als een gaatje in mijn ziel. Omdat hij er wel voor gezorgd heeft dat ik besta. Misschien is hij wel de oorzaak van mijn gevoeligheden, van mijn hooikoorts of van mijn behoefte aan controle. Ik mis het om me in een ouder te herkennen. Ik mis het om iemand te kunnen zien en te bedenken dat ik later misschien ook wel dat soort rimpels krijg. Het gevoel van liefdevolle herkenning van mijn eigen ik, Hoewel ik weet dat mijn adoptiefouders op hun eigen manier van mij houden, toch voelt het niet geheel compleet. Ondanks hun liefde hunkert mijn ziel toch naar een andere liefde. Die liefde wat ik als moeder voelde toen ik mijn eigen kind direct na de bevalling op mijn buik had liggen. Die diepe, intrigerende, allesomvattende en intense liefde heb ik nooit terug gezien in de ogen van een ander. Dat mis ik op sommige momenten enorm. Vooral op het moment dat het moeder- of vaderdag is. Op die dagen wordt het gaatje een gat en voel ik het gemis tot diep in mijn botten. Die dagen sla ik liever over. Ik probeer het gemis vaak te compenseren door me extra te koesteren in de liefde van mijn man en kinderen. Op die dagen ben ik extra dankbaar dat ik het hier in Nederland goed heb, dat er voldoende eten is, dat de zon zo vaak schijnt én dat ik míjn kinderen wél kan overladen met een diepe intense liefde. Die liefde vult het grote gat in mijn ziel en zorgt ervoor dat het weer een hanteerbaar gaatje wordt.

13 Mijn identiteit?!

Veel mensen reageren op mijn blogs, wat ik natuurlijk fijn vind, want dat bevestigt dat het gelezen wordt! Tegelijk vind ik de reacties best schrijnend, ik hoor namelijk erg vaak terug dat het zo herkenbaar is. Niet iedereen is te vondeling gelegd of geadopteerd, maar zovelen worstelen met dezelfde gevoelens qua identiteit en veiligheid. Wat maken wij mensen toch veel kapot bij elkaar. We stellen anderen teleur, we voelen ons niet goed genoeg gehoord of gezien. Zovelen verlangen met mij naar een veilige plek en zien uit naar echt thuiskomen bij de Vader. Niet dat het leven hier op aarde voor iedereen één groot drama is. Maar laten we eerlijk zijn, het kan een terugkerend gevecht zijn om je hier in deze wereld staande te houden. 

We moeten met zijn allen voldoen aan zoveel verwachtingen. Hoe we ook proberen hier niet in mee te gaan, toch heeft ieder hier op zijn of haar eigen wijze last van. We denken te weten wat de verwachtingen van de ander is. Vervolgens proberen we aan die onuitgesproken verwachtingen te voldoen. Waarbij ik op wil merken dat het dus best mogelijk is dat we daarmee vreselijk veel energie verspillen, omdat die ander misschien niet eens die verwachting van ons had. Hoe moeilijk kunnen we het onszelf eigenlijk maken!

Het is schrijnend om te horen hoeveel mensen om me heen worstelen met hun identiteit. De vragen ‘wie ben ik’ en misschien ook vooral wel de vraag ‘wie mag ik zijn?’ heeft iedereen. De antwoorden hierop zijn alleen niet voor iedereen zo duidelijk. 

Je bent een partner, een broer, een zus, een ouder, een vriend, een mantelzorger, een directeur of onderwijzer. Maar wat blijft er van je over wanneer je al die rollen loslaat? Wie ben je en van waaruit leef je? Bepaald jouw rol ook jouw identiteit? Heb je ooit nagedacht over wie je zou wíllen zijn? Of wie je eigenlijk mag zijn van jezelf? Wat vind je daarin belangrijk, welke waarden en normen laat jij meespelen in jouw beslissingen? En wat zegt dat over jouw identiteit?

Het is mijn overtuiging dat God jouw fundament wil zijn. Hij is de oorsprong van jouw identiteit. Zijn waarheid over jou kan jouw identiteit bepalen, als je dat tenminste durft toe te laten. 

Wanneer ik naar mijn eigen leven kijk dan heb ik lang gedacht dat wat ik doe en presteer bepaalt wie ik ben. Ik vond het belangrijk dat anderen een goede indruk van mij hadden. Als ze mijn strijdlust, mijn eigengereidheid en zelfstandigheid zien, mijn goede prestaties en positieve resultaten, dan denkt men vast positief over mij. Die gedachte liet ik mijn identiteit bepalen. 

Het feit dat alle goede en positieve dingen die ik kon vanaf het begin dat ik in mijn adoptiefgezin kwam, continu genoemd werden naar anderen toe heeft hier natuurlijk aan bijgedragen. Ik heb vaak te horen gekregen dat ik lief en rustig speelde. Aan mij had je eigenlijk geen kind, terwijl mijn ouders juist zo graag kinderen wilde;). Als peuter mocht ik op schoot bij mijn vader een verhaaltje voorlezen aan de visite, waarop iedereen natuurlijk met complimenten reageerden. De grootste beloning was voor mij dat mijn vader daarna altijd goedgemutst was. Ik maakte hem trots en blij en dat kon zorgen voor een (korte) periode van vredige rust in huis. 

Pas toen mijn lijf helemaal op was stond ik stil bij de vraag wie ik eigenlijk was wanneer ik nergens meer toe in staat was. Wie was ik, liggend in de foetushouding met de gordijnen overdag dicht. Niet meer in staat om meer te doen dan huilen en slapen. Welke bestaanswaarde had ik nog in die momenten dat ik nog net energie genoeg had om adem te halen? Eerlijk gezegd had ik in die tijd geen idee en eigenlijk maakte het me ook weinig meer uit.

Wel ontdekte ik dat ik niet meer die vrouw wilde zijn van eerst. Ik wilde niet meer te hoeven voldoen aan alle verwachtingen van anderen. Ik wilde geen meetlat meer naast mezelf moeten leggen om te checken of ik voldeed aan de eisen van anderen, althans aan de eisen waarvan ik dácht dat anderen die hadden. Ik was daar zo moe van…

Ik ontdekte in die periode dat mijn identiteit niet iets is wat ik of anderen bepaal, maar dat mijn identiteit door God bepaalt wordt. Hoe Hij over mij denkt, hoe Hij mij ziet , dat maakt wie ik ben. Ik ging zoeken in Zijn woord. En ik ontdekte hoe de bijbel een boek voor míj werd. Het werden woorden waarin God persoonlijk tot mij sprak. Gods woorden werden waarheden die over en tegen mij werden uitgesproken. Het was niet langer alleen maar een boek met verhalen over hoe machtig God is. Gods plan met mij lag al vast voordat Hij de aarde schiep. Ik pas in Zijn plan, sterker nog, Zijn plan was zonder mij niet compleet. Elke dag van mijn leven stond al beschreven in Zijn boek voordat ik in mijn moeders schoot gevormd werd. En hoewel ik dat stukje nog steeds niet echt snap, bemoedigt het me wel. Want hierdoor weet ik dat Zijn oog altijd al rustte op mij. Ik ben Zijn geliefde dochter, in wie Hij vreugde vindt en dat al eeuwen lang! Het feit dat ik Zijn dochter ben, maakt mij een koningsdochter en mede-erfgenaam. Hierdoor ben ik vrij en sta ik schoongewassen voor Gods troon. 

Wanneer ik echt geloof dat Gods woord waarheid is, dan geloof ik dat Gods woord bepaalt wie ik ben. Dan durf ik dat mijn basis te laten zijn.

Ik ben geheiligd, gereinigd en innig geliefd. Gods waarheid is mijn fundament. 

12. Vrijheid

Afgelopen week mochten we de vrijheid vieren. Dit jaar opnieuw geen groots feest vanwege het virus dat ons al een dik jaar bezig houdt. En het zette me aan het nadenken over wat vrijheid nou eigenlijk inhoudt. We hebben momenteel geen vijandelijke bezetter die ons land of volk onderdrukt. Dat is natuurlijk fijn en altijd reden voor een feest. Maar ik vraag me af hoe vrij iedereen zich eigenlijk echt voelt. Vrijheid hangt niet alleen maar samen met oorlog. Vrijheid is een gevoel wat mede bepaalt hoe je in het leven staat. Vrijheid zorgt ervoor dat je zelf kan bepalen wat je wel of niet kan zeggen, denken of doen. 

Wanneer ik terugkijk op de vrijheid in mijn eigen leven dan besef ik dat ik me ten diepste nooit echt vrij heb gevoeld. Ik leefde om te overleven en heb nauwelijks beslissingen genomen enkel en alleen omdat ikzelf het gewoon zo wilde. Altijd was daar het gevoel dat de dingen die ik zei of deed impact zou hebben op de gevoelens bij mijn adoptieouders. Altijd was ik aan het afwegen wat verstandig zou zijn. De gemoedsrust van mijn adoptieouders was voor mij het allerbelangrijkste. Dat bepaalde namelijk hoe de sfeer thuis zou kunnen zijn. 

Als puber had ik een behoorlijke vrijheid. Ik mocht komen en gaan wanneer ik wilde. Ik had de vrijheid gekregen om mezelf op elk moment dat ik wilde ziek te melden op school. Ik mocht naar elk feestje en mocht zelf bepalen hoe laat ik thuiskwam. Maar, die vrijheid had een prijs. Mijn adoptiefouders waren toen al een tijdje uit elkaar, dat was een opluchting. Maar met mijn moeder ging het niet goed, ze werd steeds labieler en depressief. De vrijheid die ik kreeg was eigenlijk een ongezond loslaten. Mijn moeder had het al moeilijk genoeg om goed voor zichzelf te zorgen, laat staan voor twee opgroeiende pubers. De vrijheid die ik had betekende eigenlijk dat ik op jonge leeftijd al voor mijzelf moest zorgen als was ik volwassen, met als extraatje dat ik ook voor mijn moeder en broertje moest zorgen. Ik heb dat altijd als iets natuurlijks, logisch ervaren. Ik deed dat gewoon, zo was de situatie nu eenmaal.

Jarenlang zat ik gevangen in de gedachte dat ik de verantwoordelijkheid droeg voor het welzijn van mijn ouders. Ik heb altijd geleerd om te zorgen voor die ander. Dat zorgen ging zo diep dat ik het ook als persoonlijk falen voelde wanneer de ander zich niet goed voelde. Het werd mijn persoonlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat die ander gelukkig was. Ik weet dat leeftijdgenoten mij benijdden om mijn vrijheden, ik hoefde niet te overleggen, ik mocht doen wat ik wilde. Maar altijd voelde ik de verantwoordelijkheid om ondertussen het gezin draaiende te moeten houden. Wat nou vrijheid? In de periodes dat het echt slecht ging met mijn moeder had ik geen tijd voor feestjes, ook niet voor school of sport. Wanneer ik toch weg was geweest checkte ik bij thuiskomst altijd eerst waar iedereen was en hoe iedereen erbij zat. Wanneer ik mijn moeder niet beneden zag, zocht ik haar boven. Vond ik haar in bed, dan checkte ik eerst of ze nog ademde, voordat ik de dingen ging doen die ik moest doen.

Jaren later ontdekte ik dat dit nooit mijn verantwoordelijkheid had moeten zijn. Ik realiseer me nu dat dit geen echte vrijheid was. Zo moest het leven van een tiener er niet uitzien. 

Ik ben niet verantwoordelijk voor het geluk van de ander. Maar leer dat gevoel maar eens af op je veertigste. Wat houdt echte vrijheid werkelijk in? Het klinkt zo mooi en ik kan echt jaloers worden wanneer ik zie hoe vrijgevochten sommige mensen door het leven gaan. Het lijkt alsof keuzes maken hen gemakkelijk af gaat omdat zij alleen maar aan zichzelf hoeven te denken. Ik zeg ‘lijkt’, omdat ik uit ervaring weet hoe het er achter de voordeur werkelijk uit kan zien. 

Inmiddels voel ik me veel vrijer, ik voel me ten diepste niet meer verantwoordelijk voor de gevoelens van een ander. Tegelijk voel ik me daar nog regelmatig schuldig over. Heb ik wel het recht om voor mezelf te kiezen? Mag ik wel eerlijk aangeven dat ik er nu even niet kan zijn voor die vriendin die een luisterend oor nodig heeft? Vaak weet ik het ook gewoon niet. Het voelt zo egoïstisch om die ruimte in te nemen. Tegelijk is het soms zo nodig. Ik weet het, ik voel het en steeds vaker leef ik ernaar. Dan durf ik die vrijheid te pakken. Steeds vaker durf ik dat ook zonder schuldgevoel. Steeds vaker geloof ik dat ook ík het recht heb om echt in vrijheid te leven. Het is een proces, een langdurig proces van vallen en opstaan en steeds weer opnieuw proberen. Iets wat een manier van leven is geweest kan niet zomaar plaats maken voor een hele andere levensstijl. Bij mij tenminste niet. Toch geloof ik dat ik in mijn recht sta wanneer ik nee zeg tegen de ander. Én ik geloof dat ik de vrijheid heb om dat zelf te bepalen. 

11. Ontheemd (3)

Wanneer ik zeg dat ik mij ten diepste niet echt meer ontheemd hoef te voelen, betekent dat niet  dat ik dit ook niet meer voel. Ik verlang nog steeds naar een plek hier op aarde waar ik mij volledig thuis voel. Waar ik kan zijn, zonder dat het gevoel van alertheid me onderdrukt. Het feit dat ik geadopteerd ben impliceert dat ik vanaf het begin van mijn leven niet echt gewenst ben geweest. Op de plek waar ik ter aarde kwam was niet genoeg ruimte, dat was blijkbaar niet de juiste plek voor mij. Als baby en klein kind kan je niet anders dan je lot accepteren. Volwassenen hebben voor mij beslissingen genomen waarvan zij dachten dat het voor mij beter zou zijn. Ik wil geloven dat mijn biologische familie dacht het goede te doen om mij op de stoep van het kindertehuis achter te laten. Ik wil geloven dat mijn adoptiefouders dachten er goed aan te doen om mij te adopteren en naar Nederland te halen. Ik wil geloven dat de Raad voor de Kinderbescherming dacht er goed aan te doen om mijn adoptieouders toestemming te verlenen voor een buitenlandse adoptie. 

Ik wil het geloven…

Maar ondanks al die goede bedoelingen kan ik niet ontkennen dat ik nog dagelijks te dealen heb met de negatieve keerzijde van deze medaille die adoptie heet. In die tijd was er nog zoveel minder studie gedaan naar het belang van hechting. Er was zoveel minder ondersteuning voor de adoptiegezinnen. Adoptie vanuit het buitenland werd gezien als een prachtige win-win situatie. Een kind werd uit armoedige omstandigheden geplukt en in een rijk westers gezin gezet. Hierbij werd denk ik te gemakkelijk voorbij gegaan aan de emotionele en psychische kant. 

Doordat de meeste aandacht ging naar alle positieve aspecten is mij vooral bij gebleven dat ik dankbaar moet zijn. Ik moest dankbaar zijn voor genoeg eten, genoeg drinken en een stevig huis om in te wonen. Ik moest dankbaar zijn voor een vader en een moeder en later een broertje. Op deze manier werd ‘dankbaar zijn’ voor mij een moeten, iets wat ik met mijn brein kon doen, maar wat ik nauwelijks meer voelde. Sterker nog, ik mocht eigenlijk niks meer voelen. Al het gevoel wat ik als klein kind had, daar werd niet op gereageerd. Ik had als baby en dreumes al afgeleerd te huilen. Mijn uiting van gevoel werd niet gehoord waardoor ik merkte dat mijn gevoel ook niet gezien werd. Hierdoor leerde ik ten diepste dat mijn gevoel niet belangrijk genoeg was om gezien of gehoord te worden. In mijn eigen brein heb ik daarvan gemaakt dat ik als persoon niet belangrijk genoeg was om aandacht aan te geven.  Blijkbaar had ik te weinig bestaansrecht om gezien of gehoord te worden. Later in mijn adoptiefgezin werd dit bevestigd, aangezien het daar ook het verstandigste was om stil aanwezig te zijn. Ik wilde geen risico lopen op verstoring van de sfeer. Ik wilde niet de oorzaak zijn van onenigheid tussen mijn adoptiefouders. 

Wanneer ik opnieuw nadenk over ‘huis en haard’ en me realiseer welk gevoel dat bij me oproept, dan besef ik dat ik mijn verlangen naar veiligheid en vertrouwen al lang geleden diep in mijn binnenste heb verstopt. Ik had me neergelegd bij de gedachte dat dit niet voor mij weggelegd was. Sterker nog, dat ik daar geen recht op had. Ik mocht mijzelf al gelukkig prijzen met het feit dat ik nog leefde en kon me beter richten op al die dingen die ik wel had. 

En ergens heeft die gedachte me ook geholpen te overleven. Het zorgde er voor dat alle rottigheid die ik heb meegemaakt me niet al te veel belemmerde of me depressief maakte. Het feit dat ik de start van mijn leven overleefd heb, zou vast een teken zijn. De gedachte van ‘als ik dat als baby heb overleefd, dan kan ik deze situatie nu ook wel overleven’ heeft mij vaak aangemoedigd om door te gaan en er het beste van te maken.

Ik realiseerde dat ‘huis en haard’ voor mij niet was weggelegd. Ik was al blij dat ik überhaupt bestond, waarom naar meer verlangen als je denkt te weten dat dit niet voor je is weggelegd?! Tegelijkertijd bleef het gevoel van ontheemd te zijn wel degelijk in mij aanwezig. Je mist iets in je bestaan wanneer je geen herinneringen hebt van een veilige plek. Verlangen naar veiligheid is iets aparts als je eigenlijk niet weet hoe veiligheid voelt. Ontheemd zijn is een ongrijpbaar iets, ergens voel je dat je op de plek waar je bent niet volledig tot je recht komt. Ik heb die plek nog steeds niet gevonden. De plek die daar voor mijn gevoel het dichts bij komt is in de aanwezigheid van mijn Vader en in de armen van mijn man. Op beide plekken heb ik geen angst om afgewezen te worden. Op beide plekken mag ik zijn met al mijn gevoelens die ik op dat moment heb. Beide plekken zijn nog niet volmaakt, maar ik denk dat ik hier voorlopig maar genoegen mee moet nemen. Zolang we hier op deze aarde zijn, zullen we die volmaakte veiligheid nooit gaan meemaken. We zullen ons allemaal ten dele ontheemd voelen. Bewust of onbewust.

Toch denk ik dat we van geluk mogen spreken dat wij gelovigen, als kinderen van God het uitzicht hebben op de perfecte ‘huis en haard’. Ik geloof dat God bezig is die plek voor ons klaar te maken. Ons huis en haard zal klaar zijn om ons te ontvangen. Wanneer we daar zijn hoeven we ons niet langer ontheemd te voelen. Dan zijn we thuis bij de Vader.