43. Jozef, van slaaf tot koning

Momenteel ben ik bezig met het bestuderen van het leven van Jozef uit de bijbel. Misschien ken je het verhaal. Jozef was één van de jongste zonen uit een groot gezin. Hij had 8 broers boven zich, allemaal van andere moeders en hij was zelf het lievelingetje van zijn vader, wat hem natuurlijk niet populair maakte bij zijn oudere broers. Op 17-jarige leeftijd ontving hij van God dromen die hem lieten zien dat hij ooit boven zijn broers en zijn vader zou komen te staan. Die dromen maakten hem nog minder populair. Vervolgens wordt Jozef door zijn broers verkocht als slaaf en belandt hij in een huishouden in Egypte. Daar wordt hij vals beschuldigd en zo belandt Jozef onterecht in de gevangenis. Je kan zijn hele verhaal lezen in de bijbel in het eerste gedeelte, de hoofdstukken 37 en 39-48 van Genesis.

Vroeger als klein kind was ik al gefascineerd door het verhaal van Jozef. Zijn prachtige veelkleurige jas sprak natuurlijk tot mijn verbeelding. Maar ook de eenzaamheid, de onzekerheid, de verantwoordelijkheid en de onterechte beschuldiging die hem in de gevangenis deed belanden maakte dat ik een diepe bewogenheid en bewondering voelde voor Jozef. 

Afgelopen dagen heeft zijn leven me opnieuw geraakt. En hoewel hij een man is, voel ik me verbonden met hem. Zijn leven lijkt in veel opzichten op de mijne. Jozef werd totaal onverwachts uit zijn familie weggerukt, hij werd eerst door zijn broers in een diepe put gegooid en vervolgens verkocht als slaaf.  Ook ik ben ‘weggerukt’ uit mijn biologische familie. En ook al heb ik ze nooit gekend toch voelt het als een gemis. Ik mis de cultuur, ik mis de geuren en de geluiden, ik mis de melodie van de taal en ik mis het zien van gelijk gekleurde en gevormde mensen om me heen. Het is lastig te zeggen dat ik het echt mis, maar als ik me er een voorstelling van maak dan krijg ik toch dat gevoel. Afgelopen voorjaar heb ik een Indonesische vrouw leren kennen. Toen ik haar zag en nu ik haar beter ken heb ik bij haar het gevoel van ‘thuiskomen’. Ze voelt als een verloren zus. Als ik haar zie en met haar praat voelt het gewoon zo eigen. Dat heb ik nooit echt gehad en daar geniet ik enorm van. 

Het in de donkere put gevoel heb ik ook gehad. Jozef was vol enthousiasme op reis gegaan naar zijn broers, maar zij waren vol van jaloezie en afgunst en gooiden hem in een put. Dat wat Jozef nog zag waren de lange donkere muren met bovenin een beetje licht. Tijdens de donkere periodes van mijn burn-out en depressie voelde het ook vaak alsof ik een diepe put zat met heel in de verte ergens een lichtpuntje. Het jammere was dat het lichtpuntje nooit dichterbij kwam. Het begrip ‘tunnelvisie’ kreeg hierdoor echt een heel nieuwe betekenis. Ik wist, net als Jozef, dat er buiten de donkere tunnel een hele mooie lichte wereld was. Maar ik had geen idee hoe ik uit die tunnel moest komen. Op eigen kracht zijn zulke dingen ook niet mogelijk. Jozef had met geen mogelijkheid zelf uit die put kunnen klimmen. Het is mij ook niet gelukt om op eigen kracht uit mijn duisternis te stappen. God Zelf trok mij eruit en hij gebruikte daar mijn man, kinderen, vrienden en therapiesessies voor. Maar wat mij bovenal geholpen heeft was de belofte dat God altijd bij mij zou zijn. Ik heb Hem vaak aan die belofte helpen herinneren. Ik deed aanspraak op die belofte, ik las het regelmatig in de bijbel. Hij had het Abraham, Mozes, Jozua, Zijn discipelen en nog vele anderen ook al beloofd. Want hoewel gevoelens als eenzaamheid, duisternis en hopeloosheid overheerste, moest ik wel geloven dat die belofte ook voor mij gold. Zonder Zijn aanwezigheid had het omhoog klimmen uit die put geen kans van slagen. 

Toen Jozef als slaaf onterecht beschuldigd werd kwam hij in een vreemd land in de gevangenis terecht. Ook hierin voel ik me verbonden met Jozef. Ook al heb ik nog nooit echt in de gevangenis opgesloten gezeten, toch zijn er fases in mijn leven geweest dat ik me onterecht opgesloten heb gevoeld. 

Vroeger als klein kind bleef ik regelmatig boven op mijn kamer omdat ik niet naar beneden durfde. Dan was de spanning tussen mijn ouders zo groot waardoor het te onveilig voor mij voelde om beneden te zijn. Soms verstopte ik mezelf in de kast, in de hoop dat ze mij niet zouden vinden. Ooit tijdens een ministrygebed voor mij heeft een bidder tot in detail beschreven hoe die plek eruit zag en dat zij Jezus daar bij mij zag zitten. Dit beeld heeft mij er echt van overtuigd dat God altijd bij mij is geweest. 

Op latere leeftijd heb ik me ook regelmatig gevangen gevoeld in situaties waar ik geen schuld aan had, maar waar ik wel de verantwoordelijkheid voelde om te zorgen dat alles goed verliep. Zo heb ik geleerd te zien wat anderen nodig hadden en voor hen te zorgen. Ik heb ook geleerd wat mijn kwaliteiten en gaven zijn en hoe ik ze goed kan inzetten op het juiste moment. 

De periode dat Jozef slaaf was en later zijn gevangenschap hebben hem gevormd als verantwoordelijke leider. Door leiding te geven aan het huishouden van Potifar en later de leidinggevende verantwoordelijkheden die hij kreeg in de gevangenis leerde Jozef goed om te gaan met zijn kwaliteiten en vaardigheden. Zo kon hij later als onderkoning het grote Egypte én zijn eigen familie van de hongerdood te redden.  

Ook in mijn leven hebben alle fases mij ook gevormd. Ik heb geen hoge functie in de regering en geef geen leiding aan een land zoals Jozef. Toch mag ik prachtige dingen doen in Gods koninkrijk waarbij ik al mijn kwaliteiten en vaardigheden zoals leiderschap en creativiteit heel goed kan inzetten. 

Jozef is van slaaf tot koning geworden. Zijn hele leven was God nabij en zegende Hij hem. Niet zozeer omdat Jozef het zo goed deed en God hem vanwege zijn goede gedrag beloonde. Maar God had aan Jozefs voorvaders telkens opnieuw de belofte gedaan dat Hij hun levens én dat van hun nageslacht zou zegenen. God zou God niet zijn, wanneer Hij zich niet aan Zijn beloftes zou houden. De belofte van zegen gold dus ook voor Jozef. 

Net als Jozef was ik slaaf. Slaaf van de zonde, slaaf van de gedachte dat ik als vondeling geen ruimte in mocht nemen. Ik zat gevangen in een web vol leugens over wie ik dacht te zijn. Tijdens mijn klim omhoog uit de tunnel ontdekte ik steeds meer wie ik was en wie ik ben vanuit God bekeken. Ik ontdekte dat ik Zijn geliefde dochter was. Ik hoefde niet langer als slaaf te leven. Alles wat van Hem was, is ook van mij.

In plaats van slaaf ben ik Gods kind. Een Koningsdochter! Met alle mogelijkheden en verantwoordelijkheden die bij die status horen. Én ik mag hierin Jezus volgen. Ook Hij werd verhoogd, van slaaf tot Koning.  

Hoe onvoorstelbaar mooi. 

42. Vergeving

Eerder heb ik geschreven over hoe boos en verdrietig ik was over hoe mijn opvoeding en opgroeien is verlopen. Nu, tien blogs verder, kan ik schrijven over hoe ik die gevoelens eindelijk echt heb losgelaten en hoeveel letterlijke vrijheid daardoor plaats heeft gevonden.

Deze zomer vond eindelijk de New Wine ZomerConferentie weer in fysieke vorm plaats. Wij gingen daar samen met een groep bekenden kamperen. 

Door één van de ochtendsessies realiseerde ik me hoe vast ik nog zat aan uitspraken en ideeën vanuit mijn opvoeding. Het feit bijvoorbeeld dat ik geleerd én gezien heb dat vrouwen zo min mogelijk ruimte in mogen nemen. Ze zijn gemaakt om te baren, kinderen op te voeden en hun man altijd te gehoorzamen. De spreker van die samenkomst deed een oproep om af te rekenen met de leugens die ooit over je leven zijn uitgesproken en jou klein en ondergeschikt houden. Samen met zoveel anderen was ook ik naar voren gelopen om de leugens bij het kruis van Jezus te leggen en terwijl ik weer terug liep wist ik dat er nog meer op te ruimen was. Ik zag een lieve zus zitten en ik vroeg haar of ze met mij wilde bidden. 

We gingen naar een rustigere plek en terwijl we aan het praten en bidden waren kwam ik opnieuw bij de pijn en boosheid over wat ik als kind gemist heb. Ik heb al jong ontdekt dat het voor mij het veiligst was dat ik zo min mogelijk ruimte innam. Geen aandacht vragen zorgde voor enige rust en stabiliteit. Wat ik ten diepste mijn adoptiemoeder kwalijk nam was dat zij niet gezorgd heeft voor een veilige omgeving voor haar kinderen. Niet ik was degene die voor rust en veiligheid moest zorgen. Zij als moeder had die verantwoordelijkheid!

Wat mij betreft had mijn adoptiemoeder veel eerder bij mijn vader weg moeten gaan. Sterker nog, eigenlijk hadden mijn adoptieouders nooit mogen adopteren, wat mij betreft. Die uitspraak is natuurlijk dubbel. Want als zij dat niet hadden gedaan, zat ik hier nu niet achter de laptop mijn verhaal uit te typen. Dan was ik niet op andere vlakken en in andere organisaties actief geweest om zo Gods waarheid te kunnen delen. Al geloof ik dat God dan vast wel andere creative manieren had gebruikt om mij tot mijn recht te laten komen. 

Hoe dan ook, tijdens dat gesprek werd die pijn van onveiligheid, verwaarlozing en het gebrek aan daadkracht bij mijn adoptiemoeder opnieuw aangeraakt. En hoewel ik hierin al een heel stuk heelheid had ontvangen kwam de boosheid hierover toch weer naar boven. Mij werd de vraag gesteld of ik mijn adoptiemoeder wel echt vergeven heb. Voor mijn gevoel heb ik dat echt gedaan, ook toen was ik daar van overtuigd. Maar op dat moment kon ik het niet hardop zeggen. Ik wilde het echt, maar iets, of beter gezegd iemand hield mijn keel dicht zodat ik het niet hardop kon zeggen. Ik had dus inderdaad nog wat ‘op te ruimen’. 

Het is ergens zo fijn en misschien zelfs wel veilig om bepaalde boosheid vast te houden. Als mens wil je zo graag in je recht staan. Ik heb dingen meegemaakt die ik niemand gun. Geen enkel kind zou mogen zien wat ik heb gezien, of mogen horen wat ik heb gehoord. Toch leven we in een verknipte en duistere wereld waar dit soort dingen helaas gebeuren. Het voelt goed om daar boos over te zijn. Maar wanneer die boosheid mij belemmert om in echte vrijheid te leven, dan is het niet goed. En ook dat gun ik niemand. 

Toen ik daar op die rustige schaduwrijke plek naast mijn zuster stond ervoer ik het diepe verlangen om al die boosheid die ik toch zo krampachtig vasthield los te laten. Het putte me uit en ik verlangde naar volledige vrijheid. Ik ben er van overtuigd dat iets duisters mij vasthield. Alleen door gebed, door het wegsturen in de naam van Jezus en te weten dat ik vanuit mijn identiteit als kind en erfgenaam van God in Zijn kracht daar stond, kon ik afstand doen van mijn boosheid en verdriet. Ik voelde letterlijk het duister uit mij gaan en in plaats daarvan kwam er een diepe vrede en blijdschap die zich nestelde in mijn binnenste. Hardop kon ik eindelijk vergeving uitspreken naar mijn adoptiemoeder.

Het is bizar om te ontdekken hoe de boosheid diep binnen in mij geworteld zat en me vasthield zonder dat ik me er eigenlijk bewust van was. Ik dacht nergens last van te hebben en was er zelfs van overtuigd dat ik mijn moeder echt had vergeven. 

Maar op het moment dat ik daar naast mijn zus in de Heer de woorden van vergeving hardop kon uitspreken ontdekte ik het verschil tussen ‘weten dat het moet’ en ‘daadwerkelijk doen’. Daadwerkelijk doen is de letterlijke stap die God van Zijn kinderen vraagt. Het zet ze vrij waardoor Hij nog meer Zijn zegen over hun levens kan laten stromen. 

Het heeft mij vrij gezet, ik voel meer energie in mijn lijf, ik voel meer kracht in mijn zijn. 

Ik voel mij nog meer een Koningsdochter! 

41. God, you & me. Together we can handle anything

Iets minder dan 25 jaar geleden vond ik in een grote Walmart in Toronto, Canada, een ansichtkaartje. Op de voorkant stonden twee poppetjes getekend met tussen hen in een berg. Op de kaart stond de tekst ‘God, you & me’. Binnen in de kaart stond ‘Together we can handle anything’. Als pasgetrouwde vrouw, (al een paar dagen!) leek me dat een mooi kaartje om aan mijn man te geven wanneer we een week getrouwd waren. Deze tekst gaat inmiddels al onze hele huwelijk mee en is een stuk belangrijker gebleken dan onze eigenlijke trouwtekst. 

Later in Nederland besloten wij van dit kaartje onze trouwkaart en trouwtekst te maken. Toen al beseften we dat ons huwelijk niet alleen om ons draaide, maar dat God ook altijd aanwezig moest zijn. Het is bijzonder hoe dit kaartje met deze tekst, toen nog van een hoop en verwachting, nu nog steeds werkelijkheid is. 

Vandaag zijn wij 25 jaar getrouwd. In deze tijd en in deze maatschappij is dat een enorm lange tijd, dat besef ik heel goed. Voor mij persoonlijk vind ik het ook heel bijzonder. Het huwelijk van mijn adoptieouders was geen goed voorbeeld. Toen ik negen jaar oud was verliet mijn moeder eindelijk definitief mijn vader, wat een grote opluchting was. Ik mocht met mijn broertje bij haar wonen. Mede door alles wat er gebeurd was, vond ik een echtscheiding eventueel wel een goede oplossing. Hoewel ik dus 25 jaar geleden daar in dat prachtige klein kerkje in Watford, in Ontario trouw beloofde, was echtscheiding in de toekomst voor mij niet uitgesloten. Al was het wel mijn intentie om voor altijd samen te blijven. Mijn belofte van trouw aan mijn man was eerlijk, oprecht en uit het diepst van mijn hart uitgesproken. Toch had ik in mijn achterhoofd een eventuele escape route.

Terwijl ik daar nu over nadenk vermoed ik dat die escape route niet alleen met het verkeerde voorbeeld van het huwelijk van mijn adoptieouders te maken had, maar ook met de hechting problematiek waar ik natuurlijk mijn hele leven al mee worstelde. Ik leefde vanuit een continue angst dat ik afgewezen zou worden. Ooit weggelegd door dégene die in principe van je had moeten houden, maakt de angst om weggezet te worden door ieder ander persoon die dicht bij je komt te staan ook logische, makkelijker voor te stellen. Ík kon wel de intentie hebben om trouw te willen blijven tot in de dood. Maar kon ik erop vertrouwen dat die ander ook werkelijk trouw in de liefde naar mij toe zou blijven? Ik durfde en kon dat dan weer niet zo goed. Deze angst speelde niet alleen in mijn huwelijk, maar had in elke relatie wel invloed. 

Ondanks hoe ik er toen in stond ben ik vandaag toch 25 jaar gelukkig getrouwd. Als ik die beloftes van toen nu nogmaals uit zou moeten spreken zou ik dat met zekerheid en overtuiging doen. Omdat ik er nu werkelijk op durf te vertrouwen dat wij de rest van ons leven bij elkaar gaan blijven. De tekst op dat ene kleine kaartje gekocht in die mega Wallmart heeft een diepe betekenis gekregen in ons huwelijk. Keer op keer hebben we God uitgenodigd om in onze relatie aanwezig te zijn. Niet alleen maar op de achtergrond, als soort van stille vennoot in onze partnerschap. Maar als uitgangspunt, als onze bron. God is onze Leider en Raadgever, Gods liefde en trouw is in ons huwelijk is rijkelijk aanwezig. De afgelopen 25 jaar samen waren niet alleen maar rozengeur en maneschijn. We hebben lastige situaties meegemaakt. Gezin, werk, kerk en geloof; het heeft allemaal op verschillende wijze invloed gehad in hoe wij samen als echtpaar door het leven zijn gegaan. Ik ben niet altijd makkelijk in de omgang geweest. Ik had het eerlijk waar best begrepen wanneer ook mijn man mij had opgegeven en in de steek had gelaten. Maar God zij dank hoort trouw zijn bij mijn man. Hij is trouw aan God en daardoor ook trouw aan mij. Mede door de manier waarop mijn echtgenoot met mij omgaat en hoe hij naar mij kijkt, heb ik mogen ontdekken hoe God mij ziet en hoe groot Zijn trouw en liefde voor mij is. 

Mensen vragen mij wel eens hoe het ons lukt om zo lang bij elkaar te blijven. En dan ook nog eens echt gelukkig te zijn. Zonder God was het mij waarschijnlijk niet gelukt. Dan was ik uit angst om afgewezen en verlaten te worden, al lang zelf weggegaan. 

25 jaar geleden was het ons verlangen dat God een grote rol in ons huwelijk zou gaan spelen. We wisten toen al dat een goed huwelijk af zou hangen van Gods aanwezigheid in onze levens. Onze levens apart én ons leven samen. Hij is Degeen die onze liefde bekrachtigt en sterk maakt. Hij is onze verbinding, Hij zorgt ervoor dat we elke situatie aankunnen. Wij leven de liefde, Zijn liefde. Vandaag vieren we dat. We leven in Gods zegen. Hij in ons en wij in Hem. Voor altijd en eeuwig.

God, you & me. Together we can handle anything!

40. Opgeheven armpjes vol vertrouwen

Afgelopen weekeind heb ik voor de tweede keer hetzelfde schrijnende verhaal gehoord over onrecht en lijden. Tegelijk bevatte het zoveel hoop dat ik het graag deel. 

Het ging over een klein meisje in Peru, een baby’tje van nog maar 9 maand. Zij kwam op die leeftijd terecht in een kindertehuis en had bij wijze van spreken al een heel leven achter de rug. Haar moeder was een prostituee. En dit kleine meisje werd al als klein baby’tje meegenomen naar de adressen waar haar moeder heen ging om te werken, met alle gevolgen van dien. Dat kleine getraumatiseerde meisje kwam ‘gelukkig’ in een kindertehuis terecht. 

Dit kindertehuis wordt geleid door een echtpaar dat ontzettend bewogen is voor de allerkleinste misdeelden in deze wereld. Ze vangen juist die kleine verschoppelingen op om ze te kunnen overladen met liefde en aandacht die deze kleintjes verdienen en nodig hebben. Helaas is juist bij deze kleintjes al zoveel vertrouwen beschadigd. Zo ook bij het kleine meisje dat met negen maanden oud bij hen terecht kwam. Ze kon en durfde met niemand echt contact te maken, niemand mocht haar troosten of knuffelen. Ze bleef in het kindertehuis en ze bleef bakken vol met liefde en aandacht krijgen. Langzaamaan herstelde dit kleine meisje. De behoefte aan liefde en bescherming was groot. En op een gegeven moment was de ‘vader’ van het kindertehuis met de kinderen buiten aan het spelen. ‘Ons’ kleine meisje kon inmiddels lopen en ineens stak zij vol vertrouwen de beide armpjes omhoog, naar die vader. Ze wilde voor het eerst opgetild worden. 

Je begrijpt vast waarom juist dit verhaal me zo raakt. Ik herken me zo in dat kleine meisje. Ook ik ben een meisje dat waarschijnlijk al heel veel mee had gemaakt toen ik als baby’tje in een kindertehuis terecht kwam. Bont en blauw in de portiek van een kindertehuis, een verschoppeling, misschien wel letterlijk. Afgedaan door de maatschappij, een hopeloze situatie vanuit de mens gezien. 

Toch zien we de hoop die opbloeit, op die momenten dat het kleine meisje in Peru, en ik vele jaren eerder in Indonesië in een kindertehuis opgenomen werden. Wat ik inmiddels heb gelezen over ‘mijn’ kindertehuis is dat het gerund werd door zusters waarvan de harten gevuld waren met liefde en bewogenheid voor de kinderen waar zij voor mochten zorgen. Het feit dat ik geen baby meer was toen ik naar Nederland ging, kwam door de liefdevolle bescherming die men mij schonk. Ik huilde veel in het kindertehuis, de enige die mij stil kon krijgen was de directrice. Op de één of andere manier werd ik alleen bij haar echt rustig. Hierdoor wilde men mij alleen laten vliegen samen met die directrice. Het duurde een jaar voordat de directrice zelf de vlucht naar Nederland kon ondernemen. Tijdens die vlucht nam zij mij mee. 

Ik weet niet wat de bron was van de liefdevolle harten van de zusters in Indonesië. Ik weet wel Wie altijd de bron is van het verlangen naar liefde en gerechtigheid. 

De eerste keer dat ik het verhaal hoorde over dat kleine meisje uit Peru sloot ik mijn hart ervoor af vanaf het moment dat ik hoorde dat het slechts een baby’tje was. Ik kon het gevoel van herkenning en onrecht niet aan. De tweede keer wist ik dat ik het hele verhaal moest horen én laten doordringen in mijn hart en heb ik gehuild vanwege het onrecht én de wetenschap dat dit soort schrijnende verhalen in bepaalde gedeeltes van de wereld één van de velen is. En werkelijk, mijn hart breekt wanneer ik bedenk hoeveel kinderen nu nog steeds in de prostitutie terecht komen en dat dit van generatie op generatie kan overgaan. Voor velen is een leven in onrecht en lijden helaas gewoon. 

Tegelijk voel ik de hoop van de succesverhalen zoals die van dat kleine Peruaanse meisje en dat van mij. Ook op de meest donkere plekken in de wereld kan Gods licht schijnen en zorgt Zijn liefde voor een nieuw en hoopvol leven. 

Net zoals dat kleine Peruaanse meisje de aandacht vroeg van de ‘vader’ van dat kindertehuis en vol vertrouwen haar beide armpjes omhoog stak. Zo kijk ik regelmatig vol vertrouwen omhoog naar mijn hemelse Vader. Ik vraag aandacht voor alle hopeloze situaties, ver weg én dichtbij. In het vertrouwen dat Hij op die donkere plekken zal schijnen. Om daar Zijn liefde en licht te laten zien. Zodat genezing en herstel kan plaatsvinden. Zodat situaties, plekken en mensen die door de wereld opgegeven zijn weer situaties, plekken en mensen van hoop zullen worden. 

Laten we nooit de hoop verliezen of onze ogen sluiten voor het onrecht en lijden in deze wereld. Maar laten we blijven proberen om de boodschap van hoop en liefde te delen, aan ieder die dit nodig heeft. Ver weg én dichtbij. 

ps. Mocht je meer willen weten over dit kindertehuis in Peru en het werk wat ze doen ga dan naar hun site https://www.pandevida.nl/

39. My favorite memory

Afgelopen week werd mij gevraagd om één van mijn mooiste herinneringen te delen op papier. In het engels weliswaar. Het lukte me daardoor niet zo goed om met de juiste woorden mijn favoriete herinnering te beschrijven. Mooie reden om hier even uitgebreid over te schrijven.

Na een intens zware bevalling van zesendertig uur lag ze eindelijk op mijn buik en keek ze me aan met haar donkere ogen. Dat eerste moment dat ik haar zag en kon ruiken, haar huidje kon voelen en eindelijk kon zien wie ik al die maanden onder mijn hart had gedragen, dat was magisch. Ik kon me eerder nooit voorstellen dat je als vrouw je hele bevalling kon vergeten op het moment dat je je kindje in de armen had. Maar ik heb het inderdaad zo ervaren, het is echt waar. Hier heb ik het allemaal voor over gehad en ik zou het met liefde weer doen. 

Ik weet nog dat ik me die dagen erna regelmatig heb afgevraagd tot welk moment mijn biologische moeder mij heeft kunnen vasthouden. Heeft ze me ooit gezien? Of werd ik direct bij haar vandaan gehaald? In die tijd was het een drama wanneer een jong ongehuwd meisje een kindje baarde. Maar misschien heeft ze me een paar week kunnen houden, misschien zelfs wel een jaar. Misschien werd ik aan het begin van mijn leven toch gekoesterd, heeft ze voor mij wiegenliedjes gezongen, maar werd het op termijn onmogelijk om me te houden. 

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me hoeveel vrouwen dit lezen die (nog) geen moeder zijn en wel die diepe wens hebben om moeder te zijn. Het voelt zo onrechtvaardig wanneer ik bedenk dat ik nooit moeder heb willen worden. Althans, het liet me altijd onverschillig. Het was niet een ‘pertinent nooit’. Meer een ach, het hoefde niet van mij. Ik wist uit ervaring wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Eerlijk gezegd dacht ik net zo over het huwelijk. Want zowel wat betreft het huwelijk als in het opvoeden heb ik zelf gezien hoe fout dat kan gaan en welke verdrietige gevolgen dat kan hebben. Waarom het risico nemen dat iets mis gaat, dat levens kapot zouden gaan als je het ook gewoon kan ontwijken door niet te trouwen en zeker geen kinderen te krijgen. 

Wanneer ik terug denk aan dat eerste fysieke contact met mijn dochter, dan zie en voel ik direct het beeld en alle verschillende gevoelens van dat moment weer door me heen gaan. Het is bizar hoe sommige momenten van je leven je altijd bij blijven. Zo intens kan het zijn. Haar rode hoofdje van het harde werken, die blik van haar prachtige donkere ogen en dat zwarte haar, een beeld om nooit te vergeten. 

Daarnaast een mix van gevoelens. Opluchting en blijdschap, omdat ze er eindelijk was en vooral ook omdat het een meisje was! Ik zag mezelf nooit als een jongensmoeder, geen idee hoe ik dat had moeten doen. Het was ook heel fijn dat mijn harde werken er eindelijk op zat, het beviel me maar niks, die pijn en al dat gepuf. Tegelijk sloeg de angst me om het hart, omdat ik nu dan echt moeder was en de verantwoordelijkheid had over dit kleine meisje. Ja, ze was van mij, ik hield ontzettend veel van haar, maar ze was ook totaal afhankelijk van mij. En door die intense liefde die ik direct voor haar voelde, werd ik ook totaal afhankelijk van haar. Dat was nieuw voor mij. Ik was nooit afhankelijk van iemand geweest, althans ik had besloten om nooit afhankelijk van iemand te zijn. Me aan iemand hechten deed ik liever niet, kon ik ook niet goed. Dat was een stuk veiliger en makkelijker. Maar vanaf dat moment wist ik dat ik niet meer zonder haar zou kunnen leven.

Tot slot voelde ik ook verdriet. Verdriet omdat ik dit moment niet kon delen met mijn biologische moeder. Ik kon niet ervaringen over deze eerste momenten met haar uitwisselen. Hoe zou het voor haar geweest zijn toen ze beviel van mij? Hoe was de bevalling verlopen, had ze het ook zo zwaar? Wilde ik ook liever in de buik blijven? Kwam de voeding net zo goed op gang als bij mij? En nog een heleboel van dat soort vragen had ik graag met mijn biologische moeder besproken. 

Vanaf die eerste bevalling heb ik me keer op keer met verwondering afgevraagd hoe een moeder ooit afstand van haar kindje kan doen. Ik snap dat echt niet. Terwijl er genoeg redenen kunnen zijn dat dit toch moet. Ik denk alleen niet dat ik dat had overleefd.

Ik ben mijn adoptie moeder ontzettend dankbaar dat zij nooit de keuze heeft gemaakt om afstand te doen van mij. Hoewel er genoeg redenen waren om mij weer over te dragen aan de Raad van de Kinderbescherming heeft zij gelukkig altijd voor mij gekozen. Pas sinds kort realiseer ik me dat moederliefde in allerlei vormen bestaat. Én dat het niet persé gebonden is aan een bloedband. Liefde is een keuze. 

Gelukkig maar, want ook God koos voor mij. Het was Zijn keuze om mij lief te hebben al vanaf het allereerste begin. Bij mensen kan de liefde soms ophouden. We raken teleurgesteld in de ander en de liefde vervaagt, tot er niks mee van over is. God daarentegen houdt nooit op van ons te houden. Zijn liefde is onvoorwaardelijk en zonder grenzen. Zijn liefde voor mij is volmaakt en volledig. Terwijl ik dat tot mij laat doordringen merk ik opnieuw een mix van emoties, net als tijdens dat eerste contact met mijn dochter. Ook nu voel ik opluchting, blijdschap en diepe dankbaarheid. Want hoeveel vragen ik ook blijf hebben, de liefde blijft en overwint. Daarvan ben ik overtuigd. Omdat God liefde en waarheid is.

38. Blijde herinneringen 

Vorige week werd onze oudste zoon twintig jaar. Bij elke verjaardag probeer ik een leuke collage te maken die ik op social media deel. Hiervoor blader ik dan dus regelmatig door oude fotoboeken. Vorige week raakte ik hierdoor een beetje overweldigd vanwege alle lachende en vrolijke foto’s die ik tegenkwam. We hebben als gezin best moeilijke tijden gehad. En als moeder heb ik vaak getwijfeld, liep ik tegen muren op en heb ik het opvoeden regelmatig als een worsteling ervaren. Vorige week herinnerde ik me weer dat we ook heel veel leuke en mooie momenten met elkaar gedeeld hebben! 

Ieder kind heeft zijn of haar eigen uitdagingen. Elke ouder ook. Mijn persoonlijke uitdaging is perfectie en controle. Ik denk dat mijn kinderen daar best last van hebben gehad. Als moeder was ik niet zo flexibel. Maar ik was wel een moeder die zielsveel van haar kinderen hield en nog steeds houdt. Ik heb het beste met ze voor; toen, nu en in de toekomst. 

Terwijl ik vorige week de fotoalbums doorbladerde en al die leuke blijde momenten zag, voelde ik me zo dankbaar dat ik die momenten mee heb gemaakt. Dat deed me afvragen of mijn biologische moeder naast mij nog meer kinderen heeft gekregen. Zou zij met haar andere kinderen blijde momenten hebben gehad? Heeft zij mooie herinneringen gemaakt, net als ik met mijn kinderen? Hebben ze samen verjaardagen gevierd? Zijn ze dagjes uit geweest? Ik hoop het, ik gun het haar. Ik realiseer me dat hoeveel kinderen ze dan ook eventueel naast mij heeft gekregen, hoeveel mooie momenten ze heeft meegemaakt, waarschijnlijk heeft ze me al die jaren toch gemist. Net zoals ik haar al die jaren gemist heb. 

Wanneer ik zelf denk aan mijn jonge jaren besef ik dat er altijd een soort van gemis was. Hoewel ik niet veel meer weet en ik me weinig bewust ben geweest van wat er om me heen gebeurde, durf ik niet met zekerheid te zeggen dat ik haar gemist heb. Het was een periode waarin overleven me bijna alles kostte waardoor er geen tijd en energie overbleef om te genieten van de mooie dingen in het leven. Ik heb weinig herinneringen aan verjaardagen, blijde momenten of lachende gezichten. Ze zullen er zijn geweest, maar ik weet het niet meer. Voor mij was dat geen bewuste keuze. Ik heb niet bewust iets opgegeven waardoor ik geen getuige meer kon zijn van mooie gebeurtenissen. 

Maar mijn biologische moeder gaf mij op. Ik hoop uit liefde en omdat ze ten diepste wist dat het nodig was. Ook zij werd weliswaar gedwongen door de situatie waar ze in zat. Maar alsnog, ze koos ervoor om me weg te leggen. Door haar keuze ontnam ze zichzelf de mogelijkheid om mooie herinneringen met mij te maken. 

Ik heb lange tijd die keuze als onmogelijk en ongelofelijk ervaren. Ik kon er met mijn gevoel niet bij dat je als moeder ervoor koos om vrijwillig afstand te doen van je kind. Verstandelijk gezien kon ik het snappen en er begrip voor opbrengen. Maar gevoelsmatig begreep ik er niks van. Eerlijk gezegd kan ik dat, op basis van gevoel nog steeds niet goed. Gelukkig heb ik zelf nooit voor die keuze gestaan. 

Tegelijk ben ik ook dankbaar dat zij die beslissing wel kon maken. Mede door haar beslissing heb ik nu drie prachtige kinderen waarmee ik mooie herinneringen heb kunnen maken én vastleggen. Terwijl mijn handen de bladzijdes omslaan en ik geniet van de ondeugende snoetjes van mijn kids stroomt de dankbaarheid opnieuw van mijn hoofd naar mijn hart. Ik voel diepe vreugde om de blijde momenten. 

Het is mijn gebed dat mijn biologische moeder, mocht ze nog leven, ook mooie momenten met haar andere kinderen heeft mogen mee maken. Dat ze in haar hart zeker weet dat haar keuze van toen goed was. Ik bid dat zij Jezus mag kennen en mag weten dat er geen schuld of schaamte in haar hart hoeft te zijn. Ik weet dat de kans niet groot is, maar hoop hebben is goed!

Ik snap Gods wegen lang niet altijd. Maar ik weet wel zeker dat Gods wegen onderdeel zijn van Zijn plan. Én dat Zijn plan goed is.

37. Stil

Vandaag, de zaterdag tussen Goede Vrijdag en Paaszondag wordt ook wel Stille Zaterdag genoemd. Goede Vrijdag is heftig. Jezus doorstaat de gruwelijkste lijdensweg, voor mij. Hij stierf aan het kruis, voor mij. Na het oorverdovend geschreeuw van het volk is het vandaag stil. Terwijl de wereld vol verdriet, ongeloof en misschien ook wel verwachting zwijgt, heeft Jezus zelf nog een andere strijd te voeren. 

Afgelopen week werd ik zelf ook weer enorm bepaald bij ‘stil zijn’. Hoewel in stilte zijn tegenwoordig steeds belangrijker en noodzakelijker wordt, roept dit bij mij juist een negatieve associatie op. Als klein meisje heb ik al vroeg geleerd dat het beter is om stilletjes op de achtergrond aanwezig te zijn. Geen aandacht vragen vergroot de kans dat ik geen aandacht kreeg. Geen aandacht krijgen was ook gegarandeerd geen negatieve aandacht. En die garantie was altijd beter dan eventueel positieve aandacht. 

Ook groeide ik op met het idee dat vrouwen zich beter stil konden houden. ‘Wij’ hadden geen recht van spreken. Dat stond zo in de bijbel, dus was het zo. Doorstuderen was niet echt nodig, hoe intelligent ik ook was. Mijn toekomst lag toch al zo goed als vast. Trouwen, kinderen en bij hen thuisblijven, zo hoorde dat. Het enige waar ik recht op kreeg was mijn toekomstige aanrecht. 

Inmiddels denk ik hier behoorlijk anders over. God heeft dit totaal omgedraaid en mij het verlangen gegeven om juist vrouwen te helpen in hun kracht te zetten. Ik geloof dat ook wij vrouwen, zoveel meer rechten hebben gekregen. Ook wij kunnen én mogen tot zegen zijn voor Gods koninkrijk en Zijn gemeente. Ook wij mogen spreken en gehoord worden. God heeft mij dit op zoveel manieren bevestigd, deuren geopend en me mogelijkheden gegeven. Hij bleef me maar duwtjes in de rug geven om me hier mee bezig te houden. Hij zette me op de voorgrond en haalde me uit mijn comfortzone, ook als ik daar eigenlijk niet zoveel zin in had. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat ook ik Gods waarheid mag uitspreken. Sterker nog, dat Hij mij wil en zal gebruiken om Zijn woord te delen.

Ondanks die overtuiging komt af en toe deze oude leugen van ‘als vrouw heb je geen recht van spreken’ weer om de hoek kijken. Zo ook afgelopen week. 

Terwijl ik in een gezelschap aan het woord was, werd mij de mond gesnoerd. Ik werd voor mijn gevoel vrij abrupt afgekapt, al was dat in die situatie terecht en op dat moment beter. Voor mij persoonlijk had het grote gevolgen. Ik klapte helemaal dicht en zat direct weer in het oude patroon van ‘beter niks zeggen’ vast. Die dagen daarna was ik weer stiller dan anders. Ik durfde mijn mening niet meer te uiten, ik dacht echt letterlijk dat het beter was voor iedereen dat ik maar weer zou zwijgen. Ik hield me stil. ik twijfelde aan wat ik dacht en durfde in gezelschappen niets meer te zeggen. Ik wilde wel, maar dacht ergens weer dat het niet mocht. ‘Wie ben ík eigenlijk’ vroeg ik me regelmatig af. In gedachten had ik besloten om voorlopig even te stoppen met schrijven. Was mijn schrijven wel zinvol, en nog belangrijker, heb ik wel waarheid geschreven? Mag ik dit wel doen?

Gisteren was het Goede Vrijdag. De hele week stond ik al wat stil bij het lijden van mijn Jezus, waarbij ook Zijn zwijgen mij opviel. Jezus koos ervoor om gedurende Zijn verhoren te blijven zwijgen. Net zoals ik ervoor koos om afgelopen dagen stil te zijn. Net als mijn Jezus zei ik het minimale. 

Toch is er een groot verschil tussen ons zwijgen. Jezus deed wat Hij moest doen, Hij had hier zelf de controle over. Ik niet, ik liet mij leiden door angst. Ik hield me stil omdat ik dacht dat mijn mening niet belangrijk genoeg was. Ik was bang om onwaarheden te spreken en hierop afgestraft te worden. Bij mij was het oud zeer dat weer naar boven kwam. Het zwijgen opgelegd worden door een man zorgde er bij mij voor dat ik in een soort freeze modus terecht kwam. Ik bevroor en durfde mijn mening niet meer hardop te uiten.

Ik realiseer me dat dit niemands fout is. Niet mijn adoptie ouders die me met deze gedachte hebben grootgebracht. Niet de persoon die me eerder deze week afkapte. Ook niet ikzelf, omdat ik toegaf aan deze oude gedachte. Maar er is een vijand die me graag stil houdt. Hij heeft er belang bij wanneer ik niet meer schrijf over Gods waarheden. Hij heeft liever dat ik mijn door God ingegeven wijsheden niet deel. Hij is degene die me deze leugens influistert en ze als waarheid laat klinken in mijn hoofd.

Deze vijand, de duivel, had ook veel liever gehad dat Jezus op stille zaterdag voor altijd in het graf was gebleven. Hij probeert op allerlei manieren om voor stilte te zorgen rondom Jezus. De duivel wil geen aandacht voor Jezus. Hij wil dat we zwijgen en in stilte volharden wanneer het gaat om Wie Jezus is.

Om hierover te schrijven, daar heb ik over getwijfeld. Het is makkelijker om me hierover stil te houden. Het is nogal een onderwerp wat ik aanstip. Maar wanneer ik hierover zou zwijgen, lijkt het alsof ik het hier mee eens ben. Alsof ik inderdaad vind dat vrouwen geen recht hebben van spreken. Alsof ik vind dat mijn Jezus beter in het graf had kunnen blijven. Alsof ik niet hoef te delen over mijn leugens, mijn strijd en mijn zoeken naar de waarheid. Ik heb besloten hier niet langer aan toe te geven. Ik laat mij niet meer het zwijgen opleggen. Ik zal spreken wanneer ik denk dat God mij daartoe aanmoedigt. Ik zal Zijn waarheid spreken wanneer Hij dat van mij vraagt. Ook als dat me wat gaat kosten.

Ik hou mij vast aan de gedachte dat ik, net als elke man én andere vrouw, Gods geliefde kind en erfgename ben. En ik weet dat ik in mijn recht sta omdat ik die waarheid lees in Gods woord. 

Twee dagen stilte is alles wat de vijand van mij mocht hebben! 

36. Ons Ooievaarsnest

Enige tijd geleden ontving ik van mijn adoptiemoeder een artikel over mijn kindertehuis in Indonesië. Ze vond het tijdens het opruimen en dacht dat ik het wel wilde hebben. Waar het artikel in is verschenen en hoe oud het is wist ze niet precies. Maar het zal ergens rondom mijn eigen adoptie zijn geweest. Ik sta er zelfs met naam en foto in. 

Het artikel beschrijft wat deze adoptie organisatie allemaal doet om babies te redden. De eerste zinnen klinken heel mooi: ‘In ONS OOIEVAARSNEST krijgen deze Indonesische miniatuurmensjes de eerste kans in hun leven en de meesten zelfs hun eerste kans óm te leven. Want dat is de bittere waarheid: veel van deze kindertjes halen we van de rand van het graf.’

En dan volgt er een beschrijving over de liefdevolle zorg waarmee de ‘zustertjes’, zelf nog erg jonge meisjes, de kindertjes mee overlaadden. Zo herstelden en groeiden deze geredde kinderen zich goed. Uiteindelijk was het doel van dit kindertehuis: Ouders in Nederland voorzien van een kindje. Wanneer het geredde kindje voldoende was aangesterkt en klaar was om te vertrekken naar Nederland begon het administratieve gedeelte. Het eerste probleem was: ‘om de moeder van het kind te bewegen mee naar de notaris te gaan, want de meesten zijn daar doodsbang voor.’

Die zin raakte me, het verwart me. Het is mooi te weten dat de zusters in het kindertehuis echt met liefde voor mij gezorgd hebben. Ik hoef me niet langer af te vragen of ik als baby zijnde lichamelijk knuffels heb mogen krijgen. Door dit artikel ga ik daar eigenlijk wel van uit. Maar op mijn adoptiepapieren staat dat ik gevonden ben als vondeling, terwijl ik toch afgestaan word ter adoptie. Bij het vakje ‘moeder’ staat een kruisje maar geen naam. Bij het vakje ‘vader’ staat een Nederlands klinkende naam. Door wat men in het artikel beschrijft lijkt het erop dat veel geboortemoeders wel in beeld zijn geweest. Ook mijn geboortemoeder dus? Misschien had zij me zelf te vondeling gelegd, in de hoop op een betere toekomst voor mij. En heeft zij zich later gemeld om mij toch weer terug te willen. Zou ze zijn gedwongen om afstand van mij te doen? Of zou het aangeboden geld wat zij voor mij zou ontvangen haar overghaald hebben? Per slot van rekening ontving het kindertehuis geld voor elke adoptie en kregen de moeders ook een (kleine)vergoeding. Er zijn onderzoeken gedaan en rapporten uitgebracht over de wandaden omtrent adopties in die tijd. Juist over de adopties vanuit Indonesië is veel geschreven. En er zijn genoeg nare verhalen over ontvoerde en vermiste kindertjes.

Wat, als mijn geboortemoeder mij dus eigenlijk heel graag had willen houden? Maar is dat om wat voor reden dan niet gelukt… Ik denk daar niet echt veel over na, maar door dit artikel bleef deze vraag afgelopen week door mijn hoofd zoemen. Misschien leeft mijn geboortemoeder nog en denkt ze elke dag aan het dochtertje dat ze heeft moeten afstaan. Misschien denkt ze nog regelmatig aan die eerste maanden van mijn leven en bedenkt ze hoe ze het anders had kunnen doen. Opnieuw voel ik een schrijnend verlies, want hoewel ik al deze dingen niet zeker weet en ik er waarschijnlijk ook nooit achter zal komen, voelt het ergens toch als een gemis dat ik daar niet meer ben. Een gemis van iets wat mooi had kunnen zijn. 

Tegelijk realiseer ik me dat het net zo goed ook niet zo mooi had kunnen zijn. Mijn adoptiemoeder heeft me wel eens verteld dat ik in het allereerste begin dat ik bij hen was, een erg bang en schichtig kindje was. Ik trilde vaak als een rietje, had nachtmerries en er was een diepe angst voor mijn adoptievader. Hij mocht mij de eerste paar maanden niet eens aanraken. Oogcontact maken met hem deed ik nauwelijks. Op schoot nemen was al überhaupt geen optie. Dat opgeteld bij het gegeven dat ik als vondeling bont en blauw zou zijn geweest duidt in elk geval op geweld, hoogstwaarschijnlijk van een man. De vraag is in hoeverre ik nog langer slachtoffer zou zijn geweest van die mishandelingen wanneer ik daar was gebleven. En of ik dat zou hebben overleefd… 

Uiteindelijk doet het er natuurlijk maar weinig toe. Ik kan in ieder geval met zekerheid zeggen dat ik nu nog leef en tot mijn doel ben gekomen. Ik ben namelijk echt en volledig, in volle glorie Gods kind. 

Binnenkort vieren we weer Pasen. Veel mensen zijn vooral blij met de extra vrije dag. Voor mij heeft Pasen een diepere betekenis. Want naast alle prachtige én belangrijke betekenissen van het lijden en sterven van Jezus, dringt het dit jaar echt goed tot me door dat het bloed van Jezus ook al mijn pijn, al mijn verlies en alles wat ik in mijn leven aan liefde en aandacht heb moeten missen, uitwist. De dood en opstanding van Jezus maakt dat ik in alle vrijheid kan leven. Ik hoef niet meer gebukt te gaan onder al het leed van vroeger. Ik hoef me niet meer te laten leiden door mijn verdriet en tranen. Door gemiste knuffels en gemiste liefde. Ik hoef niet meer als slachtoffer van de wandaden die mij zijn aangedaan, door het leven te gaan.

Ik lees in de bijbel dat God vol vreugde is wanneer Hij aan mij denkt. Hij juicht zelfs over mij, over mij! Ik lees in de bijbel dat God Zelf onvoorwaardelijk van mij houdt en in Zijn ogen ben ik precies zoals Hij wil; rein en volmaakt, omdat Jezus met Zijn leven mijn schuld volledig afbetaalde. Jezus betaalde dus ook voor al het leed dat mij, bewust of onbewust is aangedaan. De gevolgen van de mishandelingen, de krassen op mijn ziel door alles wat ik heb meegemaakt, ook dat is door het bloed van Jezus weg. Mijn geweten is volledig gereinigd. Wat een genade, wat een liefde.

Het is niet zo dat ik me nu nooit meer verdrietig voel of dat me aan iemand hechten en liefde ontvangen gemakkelijk af gaat. Maar mijn verleden is niet bepalend. Het maakt niet wie ik ben. 

Vondeling zijn bepaalt niet mijn identiteit. 

Mijn identiteit is in God, voor eeuwig. En in die eeuwigheid mag ik nu al in volle glorie leven!

35. Van vondeling naar erfgenaam

Vandaag wilde ik mezelf het liefst in foetushouding oprollen en onder de dekens verstoppen. Tegelijk wil ik schreeuwen, huilen en met van alles slaan. Geef mij een knuppel of een boksbal, misschien helpt het om alle opgekropte emoties en frustraties, alle boosheid en verdriet eruit te knallen. Mijn hoofd voelt zwaar van het vele denken, van de niet geuite gedachten en onuitgesproken woorden, van ongevoerde gesprekken en niet gelaten tranen. Van boosheid waarvan ik eigenlijk vind dat het er niet mag zijn. Van verdriet wat ik het liefst weg bagatelliseer en niet wil voelen omdat er zoveel ergere situaties in deze wereld bestaan.

Eerlijk gezegd ervaar ik dit als een terugkerende strijd en ik realiseer me dat ik nooit op een gezonde manier heb leren omgaan met al mijn emoties. Als kind heb ik niet geleerd dat mijn emoties er mochten zijn. Dit weet ik al heel lang. En tot nu toe is het me aardig gelukt hier op een goede verantwoorde manier mee om te gaan. Dit betekent dat ik bijvoorbeeld op een rustige manier mijn boosheid of verdriet kan verstoppen. Door de extreme woedeaanvallen van mijn adoptie vader durf ik nauwelijks meer enige boosheid toe te laten. Door de langdurige verdrietige periodes van mijn adoptiemoeder, durf ik mijn verdriet nauwelijks te laten zien. Ik heb me altijd voorgenomen nooit te worden als mijn adoptieouders. Het probleem is dat ik nu dus niet weet hoe ik op tijd mijn emoties op een goede manier kan uiten.

Over het algemeen merk ik aan mijn lijf wanneer ik teveel opkrop. Ik krijg hoofdpijn en kan steeds minder goed nadenken. Een paar week geleden had iemand het over de zwaarte van mijn hoofd, toen dacht ik dat het wel meeviel, ik ben niet een zwaarmoedig type vind ik van mezelf. Ik snapte eigenlijk niet zo goed wat ze bedoelde. Ook zei diezelfde persoon dat ik best boos mag zijn, dat ik met al mijn gevoelens bij God mag zijn, precies zoals ik me voel. Bij Hem is het echt veilig, Hij houdt onvoorwaardelijk van mij. Ik weet dat én ik ervaar dat. Toch voel ik steeds meer hoe het niet goed uiten van mijn eigen emoties me belemmeren op de langere termijn. Het levert hele denkprocessen en verkeerde gedachten op in mijn hoofd. Die zwaarte waar ik al over sprak. 

En na verloop van tijd valt het mijn identiteit aan. Ik hoor leugens in mijn hoofd weerklinken die uiteindelijk te herleiden zijn naar de oude wond van ‘ik mag er niet zijn’ en ‘ik ben het niet waard om ruimte in te nemen’. Die angst om opnieuw aan de kant gelegd te worden, afgedankt en ergens achter gelaten te worden zit blijkbaar diep. Het is niet dat ik het weggestopt heb, ik weet mij geliefd, ik weet mij gewaardeerd. Maar, wanneer mijn hoofd zwaar is, ik de dingen niet meer overzie, merk ik weinig meer van die liefde. Dan is mijn hoofd vatbaar voor de leugens van de vijand. En juist dan moet ik Gods waarheden over me uitspreken. Ze zijn als het ware een anker voor mijn ziel. Elke keer weer red ik het daarmee en daardoor. Tegelijk zou het zo goed zijn wanneer ik dit voorkomen kan. Dat scheelt weer een gevecht en een heleboel energie. Ik moet me wapenen en in plaats van me te verdedigen wil ik liever in de aanval. Ik wil geen energie kwijtraken aan het pareren van de leugens die ontstaan doordat ik me zwak en weggezet voel. Ik wil staan in mijn identiteit als kind van God waarin ik eerlijk en kwetsbaar mag zijn precies zoals ik me voel. Met al mijn littekens, mijn gevoelens van boosheid, verdriet en mijn angsten, zonder dat dit betekent dat ik er niet toe doe. Ik wil het vondeling zijn niet mijn identiteit laten bepalen. Ik verlang naar nog steviger op mijn Fundament staan. 

Ik ga voor nog meer vrijheid, voor een nog krachtiger leven als erfgenaam van God. Ik kijk niet uit naar het proces, maar vertrouw erop dat het eindresultaat prachtig zal zijn! 

34. 18 jaar

Vandaag is onze jongste 18 jaar geworden, eindelijk echt volwassen voor de wet. Gekscherend zeg ik al een paar week dat ik nu klaar ben met opvoeden. De komende tijd zal pas blijken of die opvoeding geslaagd is. Vandaag voelt als een tijdperk dat afgesloten wordt. Natuurlijk is het niet zo dat we nu niks meer van doen hebben met onze Timon, zijn moeder blijf ik mijn hele leven. Al voelt het vandaag wel alsof de opvoedtaak die ik als moeder had min of meer afgerond is. 

Als opvoeder realiseer ik me dat ik op verschillende vlakken flink de plank heb misgeslagen. Ik heb dingen niet gezien, emoties niet goed aangevoeld en niet op de juiste momenten de juiste vragen gesteld. Wanneer ik hierover nadenk, voel ik een bekend faal gevoel omhoog komen. Door mijn eigen opvoeding en vooral het gebrek aan opvoeding heb ik geleerd dat controle houden een noodzakelijk goed is. Het geeft een heerlijk gevoel van kracht en macht. Het zorgt voor zelfverzekerdheid en onafhankelijkheid. De drang naar perfectie wordt hiermee ook gevoed en bevestigd. In mijn eigen leven en in de opvoeding naar mijn kinderen toe heeft dit ervoor gezorgd dat ik alles tot in de puntjes toe goed geregeld en verzorgd had. Doordat ikzelf in redelijke eenzaamheid opgroeide en weinig aandacht kreeg van mijn ouders, heb ik jarenlang geprobeerd precies het tegenovergestelde bij mijn eigen kinderen te doen. 

Helaas is het onder controle hebben van een jong uitdagend gezin dodelijk vermoeiend. Langzaamaan begon mijn masker van perfectie wat scheurtjes te vertonen. Op steeds meer vlakken begon ik mijn controle te verliezen. Ik zat niet meer zo steady in mijn vel. Het lukte me steeds minder goed om alle touwtjes van mijn leven stevig vast te houden. Toen Timon in de pubertijd kwam was het helemaal gedaan met mijn controle en had ik geen enkele kracht meer om welk touwtje dan ook vast te houden. 

Er zijn zat dingen waarvan ik achteraf zeg dat ik het misschien beter anders had kunnen aanpakken. Maar ik realiseer me dat ik als mens, als vrouw en als moeder de dingen nooit perfect kan doen. Ik heb fouten gemaakt, de ene dommer dan de ander en de ene met grotere gevolgen dan de ander, ik heb daarvan geleerd en dat doe ik vaak nog steeds. 

Wat ik ten diepste betreur is hoeveel impact dit heeft gehad op de levens van mijn kinderen. Juist datgene, waarvan ik altijd geroepen heb dat ik nooit zoals mijn moeder zou zijn, juist dat werd ineens ook bij ons werkelijkheid. Er konden geen vrienden meer over de vloer komen, want alles was mij te druk, teveel, te intensief, gewoon te… Iedereen in het gezin moest continu rekening houden met mij. Ons huis werd een plek om te ontvluchten, want echt gezellig was het hier niet.

Juist in de periode dat je als kind je ouders nodig hebt, ook al roept een puber zelf keihard dat dit natuurlijk niet waar is, was ik een afwezige ouder. Ik was lijfelijk wel aanwezig, maar ik kon maar weinig voor ze betekenen. En dat maakt me best verdrietig zo nu en dan. Dat heeft ook zeker gevolgen gehad in onze verstandhouding. Er zijn dingen gebeurd die ik absoluut niet nogmaals wil mee maken. Er zijn dingen gezegd die ik nooit meer wil horen of uitspreken. 

Terwijl ik daar op een dag als vandaag over nadenk dan komt bij mij het gemis van een moeder om hierover te praten even extra hard binnen. Hoe zou ik hier met mijn biologische moeder over hebben gepraat? Als ik onder haar vleugels was opgegroeid, zou ik dan ook die drang naar controle en perfectie hebben gehad? Of was mijn ‘maak je niet druk’ eigenschap die elke Aziaat van nature lijkt te hebben toch meer en beter ontwikkeld. Ik vind het een interessante gedachte dat ik als moeder misschien wel heel anders was geweest. Niet beter, maar wel anders. 

Inmiddels is de relatie met onze Timon aan het herstellen. Dat hebben we te danken aan God die de juiste vrienden op ons pad plaatste. Vrienden waar we mee konden praten en konden bidden. Broers en zussen waar we bij konden uithuilen, schreeuwen en waar we onze kleine succesjes mee konden delen. Nu, vandaag, op zijn 18e verjaardag lever ik met vertrouwen onze Timon af aan de maatschappij. Wanneer ik hem zie met zijn vrienden, wanneer ik hem dingen hoor regelen en met hem praat over hoe hij zijn toekomst ziet, dan voel ik trots en dankbaarheid. Ik weet zeker dat hij zijn bestemming wel zal vinden. Wanneer en hoe weten we natuurlijk nog niet. Misschien duurt dat nog jaren en misschien ook wel via een heel aantal omwegen. Dat leggen we vol vertrouwen in Gods handen en ondertussen blijven wij als ouders steeds meer aan de zijlijn staan. Hij zal nog regelmatig struikelen, dan zal ik er zijn om hem te helpen met opstaan en verder te lopen. Net zoals ook ik nog regelmatig zal struikelen. Ik leef in het vertrouwen dat God mij dan zal helpen opstaan en me opnieuw de goede richting in duwt. 

Op die manier leven is een stuk relaxter dan continu proberen te voorkomen dat je valt. Dat kost veel minder energie en levert je een heleboel groei op. Zo worden we steeds mooier, steeds groter en steeds volwassener. Steeds meer zoals God ons bedoeld heeft.