65. DNA kit (4)

Vorige week kreeg ik de uitslag van mijn DNA-onderzoek. Dat was verrassend en tegelijk een grote opluchting.

Er is geen directe match gevonden. Geen biologische ouders in Indonesië of biologische broers of zussen die ook geadopteerd zijn en in Nederland terecht zijn gekomen. Achteraf durf ik te bekennen dat ik over die broers of zussen nog best wat bezorgd was. De dichtstbijzijnde match is een zoon van een achterneef in de derde graad. We delen slechts 0,9% DNA. Hij woont in Indonesië. Al met al een grote opluchting, want ik hoef nu dus geen nieuwe familieleden te ontmoeten. 

Dé grote verrassing is dat ik, in tegenstelling tot wat mijn adoptiepapieren me vertellen, geen half-bloed ben. Ik heb zelfs geen enkel Nederlands bloed in mij. 

Mijn geschatte etniciteit is op basis van mijn DNA toch voor het grootste gedeelte Aziatisch. Mijn hele leven heb ik gedacht half Nederlands, half Indonesisch te zijn. Ergens maakt het natuurlijk weinig uit. De moeilijkheid voor mij zit hem in dat mijn adoptiepapieren dus echt niet betrouwbaar zijn. De grote vraag komt dan bij mij omhoog, als dit niet waar is, wat is er dan waar van alle andere gegevens? Moet ik dat gaan uitzoeken? Was ik wel bont en blauw toen ik gevonden werd? Ben ik überhaupt wel jarig op de dag dat ik het nu vier. Ik merkte dat ik, door me te richten op al dit soort vragen, me ergens toch onzeker en verdrietig begon te voelen. 

Tot God Zelf me herinnerde aan wie ik ten diepste ben; Zijn innig geliefde dochter. Uitgekozen en bedacht al voor de grondlegging van deze wereld. Het maakt ten diepste niks uit voor mijn identiteit of mijn biologische vader Nederlands was. Ook maakt het voor mijn identiteit niks uit dat mijn DNA zegt dat ik vooral Aziatisch bloed heb. 

Overigens schijnt er ook een heel klein beetje Schots DNA in mijn lichaam te zitten. Wat in ons gezin de nodige hilariteit opleverde door ons voor te stellen dat iedereen in een kilt zou gaan rondlopen!

Het was bijzonder om weer te ontdekken hoe snel en makkelijk ik me weer richtte op de dingen die ik om me heen zie en merk. In dit specifieke geval op de testuitslagen en wat ik eerder had gelezen in de adoptiepapieren. Ook ik kan in de verleiding komen om mijn situatie te laten bepalen door hoe ik mezelf zie of wie ik denk te zijn. 

Feit is, dat ongeacht mijn bloed, mijn huidskleur en wat ik allemaal al meegemaakt heb, dit niet mijn identiteit bepaalt. 

Ik focus me op boven, voor mij altijd de beste focus. Ik richt me op mijn hemelse Vader en vraag Hem opnieuw hoe Hij naar mij kijkt. Voor mij is dat het belangrijkste en daarmee laat ik Hem mijn identiteit bepalen. Hij kijkt mij aan en zegt liefdevol: ‘Jij bent Mijn innig geliefde dochter van wie Ik zielsveel hou. Jij bent heilig, rein en volmaakt in Mij.’

64. Het visioen van Eden

Een tijdje geleden nodigde God me uit om tijd met Hem door te brengen. Simpel even stil zitten, mijn ogen sluiten en me richten op Hem. Ik zeg nu wel simpel, maar ik weet uit ervaring dat dit niet per se simpel is. Ik moet er zelf ook echt even voor gaan zitten en het bewust doen. Maar na een paar drukke weken voelde ik ook dat dit nodig was. Gister ervoer ik Gods oproep om mijn tijd met Hem hier in een blog te delen. Eerlijk gezegd had ik dit stukje van mijn relatie met God liever tussen God en mij gehouden. Maar blijkbaar wil God er iets mee doen. Dus ik geef het over en geef gehoor aan Zijn oproep. Het is mijn gebed dat het tot zegen voor je zal zijn. 

Terwijl ik die middag in de tuin zat en mijn ogen sloot, ervoer ik dat God me meenam naar Zijn tuin. Naar de tuin van Eden.

Terwijl ik de tuin in liep werd ik al direct overvallen door de stilte en rust, ik ervoer de vrede door mijn hele lijf. Het is er zo mooi, een heerlijk aangename temperatuur met een zacht briesje. Een veelheid aan groen om me heen, zonder dat het overweldigend was. God kwam naast me lopen en ik begon met Hem te praten. Ik zei:

Zo fijn Heer, dat ik hier mag zijn, dat we samen zijn. Het spijt me dat ik toch weer opgehouden werd en nog zo lang op me liet wachten. Dank U voor het wachten. 

We liepen langzaam verder. Terwijl we liepen ontdekte ik dat mijn kleren langzaam veranderden, mijn tred trouwens ook. In plaats van mijn wat sjofele kleding (oud kort broekje en hemdje) wandelde ik even later in een prachtige jurk en God Zelf deed mij een prachtige hemelsblauwe mantel om. Door elk kledingstuk dat ik nu droeg was een gouden draad geweven. Die zag ik overal terugkomen. De kleren zaten heerlijk comfortabel, lekker soepel vallend en door het zachte briesje hoorde ik mijn kleren ruisen. Het voelde bijna alsof ik over de paden zweefde. 

Ik vertelde de Heer hoe ik me voelde: Heer, ik voel me zo moe. Terwijl ik juist afgelopen nachten zo goed geslapen heb. Mijn hoofd voelt zwaar en doet zeer, hoe komt dat toch?

Met wanhoop en frustratie keek ik Hem aan en Hij keek liefdevol terug en zei: Kom, laten we gewoon samen zijn. Verder lopen en genieten van bij elkaar zijn. Ik ben blij dat je er bent. Ik heb uitgekeken naar je komst. Ik ben bij je en wees jij nu maar gewoon bij Mij. 

Hij sloeg Zijn arm om me heen en we liepen samen in vredige stilte verder. Even later begon ik Hem van alles te vertellen en te vragen over verschillende situaties waar ik mee worstel: Heer, hoe mag ik omgaan met Marjanne? Wat mag ik voor haar betekenen? En ik vroeg me af of ik Eliza verder moet pushen? Hun situaties lijken best op elkaar. Maar ik weet eigenlijk niet goed hoe ik ermee om moet gaan. Ik…

Liefdevol legde God Zijn hand op mijn arm en zo legde Hij mij het zwijgen op. Ik realiseerde me ineens weer dat Hij alles al wist. Er waren geen woorden nodig. Hij begreep me…

Ondertussen had de HEER een prachtig schatkistje in Zijn handen, Hij wilde mij die geven. Maar ik vond hem eigenlijk veel te mooi voor mij en durfde het niet aan te nemen. Toch bleef God liefdevol aandringen, het was echt voor mij! Uiteindelijk pakte ik het aan. Het schatkistje was prachtig versierd met allemaal sierlijk uitgesneden taferelen aan alle vier de kanten. Er was een boom, een lam, een kroon en een tros druiven. Dat alles met gouden accenten. Het was echt prachtig. Toen ik het vasthield voelde het alsof ik niks in mijn handen had, ik voelde geen gewicht. Toch wist ik dat er een grote schat in zat, echt iets heel moois. Ik koesterde het, het voelde enorm waardevol. Ik hield het stevig vast en drukte het tegen me aan. Zo liepen we samen verder. 

Ik wilde God eigenlijk nog veel meer vragen, ik heb zoveel vragen, zoveel dingen die ik niet snap, die ik graag wil weten. Situaties die erom vragen om goed en zuiver mee om te gaan. Maar telkens wanneer ik mijn mond open wilde doen, voelde ik de druk van Gods hand op mijn arm en hoorde ik Zijn stem iets in de trant zeggen van: Heerlijk om zo samen te zijn hè? Ik ben blij dat je er bent.

En dan wees Hij me weer op iets moois en zo wandelden we een tijd samen verder. Ondertussen hield ik het schatkistje stevig vast, ik wilde het niet verliezen en nam me voor om op het juiste moment te kijken wat er in zit. Ik ervoer zo’n diepe innerlijke vrede en rust. Hier wilde ik wel altijd blijven.

Op een gegeven moment werd het wat mistig, er was nevel waardoor ik de dingen niet meer zo helder kon zien als eerst. Ik vroeg God: Heer, wat betekent dit? Hoe is deze nevel ontstaan? Wat is er gebeurd? God antwoordde en zei: Soms raakt je zicht op de dingen vertroebeld. Vaak ontstaat dit omdat je op de verkeerde dingen gericht bent. Je wilt alles begrijpen en zoekt dan de antwoorden op de verkeerde plek, in het natuurlijke. Richt je op Mij, op Mijn woord en ontvang de antwoorden vanuit Mijn Geest. Kijk met Mijn blik naar de situaties en naar de mensen. Je hebt Mijn blik in je, want je hebt Mijn Geest in je. Vertrouw op Mij in jou. Voed je met Mijn woord, Vul je met Mijn woord en vertrouw op Mijn woord. Als je dat doet, dan zal de nevel optrekken en zul je de dingen steeds helderder gaan zien.

Wauw, wat een fijn woord. Ik begreep het volkomen en vroeg me ondertussen af of dit dan een goed moment was om te kijken wat er in het schatkistje zat. Maar nee, ik wachtte nog even, misschien zou er straks een nog beter moment komen. 

Terwijl we verder wandelden zagen we een vlinder, ze was prachtig en zat de hele tijd op dezelfde plek. Ze bewoog wel met haar vleugels, maar ze vloog niet weg. We keken er een tijdje naar, toen zei God: Zie je hoe mooi ze is? Ze heeft een lange weg afgelegd om zo mooi te worden. Zie je hoe ze met haar vleugels heen en weer gaat?

Maar Heer, vroeg ik, waarom blijft ze zo lang op dezelfde plek zitten? Ze kan toch vliegen? De Heer antwoordde: Tja, deze vlinder weet niet dat ze kan vliegen. Ze heeft alle processen doorstaan en overleefd. Nu is ze prachtig, maar ze vliegt niet. Hierdoor kan ze niet doen waar ik haar ten diepste voor gemaakt heb; stuifmeel verspreiden. Zo gaat het vaak ook bij mensen. Ze maken allerlei fases door waardoor ze groeien en steeds mooier worden. Maar daarna blijven ze stil op de plek zitten waar ze al zijn. Ze gaan vervolgens niet doen waar ze ten diepste voor zijn bedoeld. Mijn liefde en licht verspreiden. Het is geen onwil, het is onwetendheid. Ik heb mensen nodig die Mij verkondigen. Mensen die Mij laten zien. Mensen die zich bewust zijn van wat ze al in zich hebben. Velen aanvaarden Mij, maar weten nog niet wat dit ten diepste betekent. Waar Ik hen mee zegen. Wat Ik in hen heb gelegd en wat ze dus al in bezit hebben.

Ik begreep wat God zei. En ik werd er wat verdrietig door. Want wat een gemis, hoe zou het zijn wanneer we dit allemaal begrepen!? Hoeveel mooier zou de wereld dan zijn. Ik keek nog eens naar die vlinder, het leek wel alsof het wel wilde vliegen, maar ergens ook niet durfde. En ik zei tegen God: Heer, ik ben toch niet als die vlinder? Ik weet wel dat Uw opstandingskracht in mij is. Ik weet wat ik kan doen, wat ik in mij heb, dat U in mij bent.

God keek me aan en vroeg me naar het schatkistje: Lieve dochter, wat zit er in het schatkistje wat Ik je net gaf? Ik keek Hem aan en moest Hem het antwoord schuldig blijven. Waarom heb je het nog niet geopend? vroeg Hij me liefdevol. En ik antwoordde en zei: Eigenlijk wacht ik op een goed moment, ik weet dat het mooi en belangrijk zal zijn wat er in zit. Ik koester het, omdat ik het van U heb gekregen. Ik wil dat echt op een moment doen dat het het waard is, zodat de inhoud echt tot zijn recht komt. 

Lieve dochter, dit is precies wat Ik bedoel. Je weet dat het belangrijk is, je hebt het al in bezit en je weet dat het van jou is. Ik heb het je gegeven, maar omdat je het schatkistje nog niet hebt opengemaakt, weet je nog steeds niet wat het precies is. Je kan er dus nog steeds niks mee doen. Je geniet er al wel een beetje van, maar nog lang niet ten volle zoals Ik het bedoeld heb.

Na deze woorden pakte Hij liefdevol het schatkistje uit mijn handen en hield het voor mij. Hij nodigde mij uit om het te openen. 

Open het en zet het vrij. Leef in de ware vrijheid en deel Mijn vrijheid met iedereen die Ik op je pad zet. Leef en geef, deel Mijn zegen, want die is er voor iedereen. Schijn Mijn licht en verspreid Mijn schat. Hou het niet voor jezelf, maar deel ervan uit. Er is voor iedereen meer dan genoeg. 

Ondertussen waren we weer bij de uitgang van de tuin gekomen en ik merkte dat het goed was om weer weg te gaan. Terwijl we afscheid namen liep ik met het geopende schatkistje in mijn handen naar buiten.

Ik wil leven, ik wil geven, ik wil Gods zegen delen met de mensen om mij heen.

Ik zal Zijn licht laten schijnen, ik zal Zijn schat verspreiden. 

(de namen die ik in deze blog heb gebruikt zijn fictief).

63. Waarmee beïnvloed jij deze wereld?

Afgelopen weken heb ik nog even doorgekauwd op de uitspraak van de vorige blog: ‘many christians are more influenced by the world, instead of being a christian who is influencing the world’. Maar dan bij het tweede gedeelte. De invloed van een christen in deze wereld. Hoe wij als christenen deze wereld beïnvloeden. En iets persoonlijker, hoe ík als christen deze wereld beïnvloed.

Dat roept bij mij verschillende vragen op. Bijvoorbeeld ‘op wie heb ik invloed?’ ‘Op wie wíl ik invloed hebben?’ En, hoe doe ik dat dan?

Iedereen heeft invloed op iemand. Ik denk dat we vaak onderschatten welke invloed je hebt op je omgeving. Jaren geleden heb ik nagedacht over hoe het toch komt dat de maatschappij zich op een bepaalde manier ontwikkelt. Hoe ontstaan er mensen die ergens bepaalde visie op hebben. En hoe kunnen we als christenen ervoor zorgen dat er meer mensen als Jezus rond gaan lopen op deze wereld. Het zijn natuurlijk vage vragen waarop een heleboel uitgebreide en verschillende antwoorden mogelijk zijn. 

Maar voor mij sprong er één ding uit, iedereen ontwikkelt een bepaalde visie, manier van leven met bepaalde waarden en normen die al hun oorsprong hebben in de kindertijd. De opvoeding, of misschien wel juist het gemis ervan. Dat wat ik heb meegemaakt heeft invloed op mij gehad waardoor ik nu op een bepaalde manier handel en reageer. Dit heeft weer invloed op met wie ik omga. 

Wat ik schrijf heeft invloed op mijn lezers, of ze het nu willen of niet. Het is goed om te beseffen dat jij en ik sowieso een bepaalde invloed hebben. Met onze invloed kunnen we onze omgeving mooier maken, of juist niet. We kunnen anderen opbouwen of afbreken. Misschien heb je het idee dat je invloed niet zo groot is, maar onderschat het nooit. Misschien kan je zelf wel een bepaalde opmerking of handeling van iemand herinneren waar je nog regelmatig aan terug denkt. 

Vanaf het moment dat ik besefte dat ik sowieso invloed heb, ben ik bewuster bezig geweest met invloed uitoefenen. Wat wil ik als kind van God, dochter van de allerhoogste Koning uitdragen. Hoe wil ik mijn stempel drukken op deze maatschappij. Nou klinkt dit alweer behoorlijk groots. Tegelijk mag ik me realiseren dat ik als volgeling van Jezus een grootse plek op deze wereld heb gekregen. Toen Jezus Zijn discipelen uitnodigde om Zijn discipelen te worden, sprak Hij hen aan  met de woorden ‘Lech Acharai’. Dit betekent niet enkel ‘volg Mij’. Ten diepste betekent het ‘volg Mij, want Ik geloof dat jij datgene kan doen wat Ik ook doe’. Van Jezus weten we dat Zijn invloed op deze wereld groot was. Én dat Zijn invloed blijvend is, van toen af tot in de eeuwigheid. Als volgeling van Jezus zou ik dus op de ‘Jezus manier’ ook invloed kunnen hebben. Hier verlang ik enorm naar, maar oh wat vind ik dit soms lastig. Het is echt makkelijk om vanaf deze plek, op mijn stoel, vanachter mijn laptop te schrijven over wat ik vind en wat ik leer. Ik geloof echt wel dat dit voor mij een goede manier is om invloed uit te oefenen. Maar om net als Jezus de wijde wereld in te trekken en het goede nieuws te verkondigen is een stuk lastiger. Hoewel ik enorm van wandelen hou is mijn ‘wijde’ wereld eigenlijk niet zo heel wijd. Hoeveel kan ik nu eigenlijk daadwerkelijk betekenen als christen in deze maatschappij? 

Soms, waneer ik om me heen kijk zie ik zoveel verderf, zoveel eenzaamheid en onheil om me heen. Dat kan me naar beneden trekken en me het gevoel geven van zinloosheid. Dan heb ik bijna niet meer de moed om te proberen invloed uit te oefenen, omdat het weinig nut lijkt te hebben. Toch is dat niet wat God zegt hoe ik in deze wereld mag staan. Dat zijn de momenten dat ik mij vastklamp aan het geloof dat Jezus in mij heeft. Zijn Lech Acharai klinkt op die momenten extra duidelijk in mijn hoofd. 

Ik heb een stem gekregen en die mag ik laten klinken. Ik heb de gave gekregen om te spelen met woorden en zinnen en dat mag ik inzetten om Gods waarheid te laten klinken. En zo heeft God me gezegend met nog allerlei andere kwaliteiten waarmee ik wat van Jezus kan laten zien. 

Ik ervaar dat ik een stukje grond heb in te nemen in Gods koninkrijk. Hij laat mij dingen doen die ik zelf niet had kunnen verzinnen. Hij doet me groeien, schaaft me regelmatig bij en zo mag ik steeds meer grondgebied innemen. Langzaamaan wordt mijn wereld steeds wijder. Precies zo wijd als God het bedoeld heeft. Langzaamaan leer ik waar en hoe ik invloed mag uitoefenen. Vanuit bijbelse principes waarbij liefde en trouw voor mij de belangrijksten zijn. In deze wereld mag ik vanuit Gods woord Zijn liefde en trouw delen aan de mensen om me heen. Dat is waar ik deze wereld mee wil beïnvloeden. Dat is ook waarvan ik geloof dat ik dat van God mag doen. 

Jezus was vaak heel duidelijk. Met Zijn woorden en met Zijn handelen. Hij heeft mij hierdoor al zoveel geleerd en ik ben nog lang niet uitgeleerd. Zijn invloed gaat mijn hele leven lang mee. 

Het is mijn verlangen dat die invloed bij mij te herkennen is en dat ik het doorgeef in de wereld om mij heen. Dat lukt me niet vanuit mijzelf. Gods Geest in mij bewerkt dat. Vaak zat weet ik van te voren niet wat ik mag schrijven, zeggen of doen. God weet het. Dat is voor mij genoeg. 

62. Wat beïnvloedt jou?

Laatst hoorde ik een spreker beweren ‘many christians are more influenced by the world, instead of being a christian who is influencing the world’. 

Die zin blijft bij me hangen, ik zit er wat op te kauwen. Het zette me echt aan het denken. Het confronteert me en ik ervaar Gods aandringen om hierover te schrijven. 

In hoeverre is dat wat deze spreker zei waarheid voor mij? Mijn eerste reactie was instemmend. Ik zie het veel om me heen. Het is iets wat ik al jaren zie en roep, dat wij christenen het zo moeilijk vinden om duidelijke, bijbelgetrouwe standpunten in te nemen. Dat we ons zo makkelijk laten meevoeren met het gedachtegoed van de wereld; dat ook wij tolerant moeten zijn, dat we voor ons eigen geluk mogen gaan. God is liefde, liefde bedekt alles, dus alles mag. 

Misschien wat kort door de bocht, maar naar mijn idee wel een kern van waarheid. Hoe sta jij, hoe sta ik in het leven? Beter gezegd, aan welke kant staan wij als kinderen van God? Wie of wat laat ik mijn waarden en normen bepalen. Op wie of wat gebaseerd neem ik mijn beslissingen?

Ik ben geneigd te zeggen ‘God’. Maar, hoe eerlijk is dat eigenlijk? 

Natuurlijk kan ik kijken naar al die andere christenen en daar een mening over hebben. Dat is weliswaar het makkelijkst, maar ik voelde echt dat mijzelf die spiegel werd voorgehouden. Waar laat ík mij door beïnvloeden?

Ik leef en leer in een wereld die op veel vlakken het tegenovergestelde zegt van wat er in de bijbel staat. Dankzij de cookies kun je op social media nog een beetje invloed hebben op dat wat je via jouw scherm binnen krijgt. Positief en negatief natuurlijk. Wat je liket, waar je langer naar blijft kijken of welke google zoekopdrachten je geeft, het heeft allemaal invloed op dat wat op jouw scherm verschijnt. Sinds ik me dat realiseer ben ik een tijd heel bewust de ‘goede’ dingen gaan aanklikken. De filmpjes waar waarheid gesproken wordt. Zo hoor en zie ik vaker waarheid in plaats van leugens. In plaats van reclames en video’s die me laten denken dat ik er perfect uit moet zien of van alles nodig heb, lees ik nu over hoe God naar mij kijkt, wat Hij over mij zegt in Zijn woord. Waarheid tegenover leugens. Waarheid die ik wil geloven, waarheid die ik me eigen wil maken. 

De verbindingen in ons brein worden als het ware weggetjes van datgene wat we horen en zien. Net als met het ontstaan van een wandelpad. Dat was eerst misschien een veld van gras en brandnetels. Iemand loopt daar eens over. Vervolgens wat meer mensen en zo trapt men het gras plat. En er ontstaat een soort paadje. Als dat paadje door steeds meer mensen gebruikt wordt, gaat het al snel een goed begaanbaar wandelpad worden. Het gras en de brandnetels slijten weg en krijgen geen kans meer om op te komen. De grond wordt hard en na een aantal jaar is het niet meer te merken dat er eerst alleen maar gras en brandnetels stonden. 

Zo kunnen er in onze hersenen nieuwe verbindingen ontstaan doordat we bijvoorbeeld een bepaalde serie kijken. In mijn jongere jaren heb ik best veel series gekeken waar overspel, geheimen, roddels, afgunst en jaloezie gewoon was. Hoewel ik wist dat die manier van leven niet in lijn met Gods woord was, keek ik er wel naar. Ik ging me niet zo gedragen als in die series, maar ik begon het wel gewoon te vinden. Zo leefde men nu eenmaal in de wereld. Dit betekende concreet voor mij dat ik echtscheiding of vreemd gaan minder erg begon te vinden. In sommige gevallen ook wel begrijpelijk. Achteraf realiseerde ik me dat ik meeging in het gedachtegoed van deze wereld dat je vooral voor je eigen geluk moet gaan. Mijn gevoel mag ik laten bepalen hoe ik handel. Ik begon te leven vanuit de houding dat ík mocht bepalen waar ik recht op had. En zo ging ik mee in de ik-gerichtheid van deze wereld.

Ook heb ik in het verleden bepaalde ziekenhuisseries gekeken. Naast de emotionele en relationele  ontwikkelingen van de hoofdpersonen vond ik ook de operaties en de informatie over ziekten en behandelingen erg interessant. Ik leerde ervan, zo hield ik mezelf voor. Onlangs kwam het derde seizoen van de serie New Amsterdam beschikbaar op Netflix. Ik begon enthousiast te kijken, tot ik halverwege de vierde aflevering me iets realiseerde… 

Ik geloof dat het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus voor genezing en volkomen gezondheid heeft gezorgd. Hier in het natuurlijke zien we dat helaas nog niet volkomen, loop maar eens een ziekenhuis binnen. Maar, dat betekent niet dat het niet zo is. Ik lees daarover in de bijbel, voor mij is de bijbel Gods woord en waarheid. Dus wat daar staat geloof ik. Ik verlang ernaar om te leven vanuit dat geloof. Het geloof dat genezing en gezondheid voor ons beschikbaar is. 

Maar terwijl ik naar de aflevering zat te kijken bedacht ik me dat dit niet iets is wat mijn geloof in genezing en gezondheid doet groeien, integendeel… In plaats van dat ik steeds meer geloof dat Jezus voor genezing heeft gezorgd, ontstaat in mijn brein een paadje waar ik weer ga geloven dat de mens centraal staat. In plaats van dat mijn vertrouwen op Gods kracht groeit, groeit opnieuw mijn vertrouwen in de mens en de medische wetenschap.

Hiermee spreek ik geen oordeel uit over het gebruik van en vertrouwen in de medische wereld in het algemeen. Het gaat mij om de vraag ‘wat beïnvloedt jou?’. Een vraag die ik net zo goed aan mezelf stel. Ik heb ontdekt dat de wereld mij meer en makkelijker beïnvloedt dan me lief is. Wanneer ik het nieuws volg, me laat meeslepen met allerlei negatieve en verschrikkelijke dingen die er in de wereld gebeuren, dan kan ik daar verdrietig en somber van worden. Het kan me een hopeloos gevoel geven waardoor ik meer ga leven vanuit de gedachte dat het leven toch maar broos en moeilijk is. Dan vergeet ik wat er in de bijbel staat. Dat ik mag leven vanuit Gods volheid, vanuit Zijn gezindheid, vanuit de gedachten die Hij over mij heeft. 

Dit is wat ik bij veel christenen zie gebeuren. Precies zoals die engelse spreker zei. Wij christenen, ik dus ook, laten ons te makkelijk en te veel beïnvloeden door deze wereld. 

Na het horen van die uitspraak heb ik mezelf afgevraagd, waar laat ik mij nog te veel door beïnvloeden? Wat wil ik en waar moet ik dan voor kiezen? Als ik volkomen voor Gods woord ga, dan zal ik radicale keuzes moeten maken. Wil ik dat? Een betere vraag voor mij is ‘durf ik dat?’. 

Ik ervaar de oproep en uitnodiging van God om voor Zijn waarheid te gaan staan. Niet een beetje aarzelend maar echt rechtop met trots. Deze wereld heeft Gods waarheid zo nodig. We worden overspoeld door allerlei denkbeelden die er maar moeten mogen zijn. Het is goed om te beseffen dat lang niet alle denkbeelden goed voor ons zijn. Gods liefde en Gods waarheid zet ons compleet vrij waardoor we een leven in volheid tot ons beschikking hebben. Op elk mogelijk gebied van ons leven. Dat is toch hoopvol en prachtig?! Daar wil ik voor gaan. Leven vanuit wat er staat in Gods woord, niet een beetje, maar compleet. Ik wil mij laten beïnvloeden door God. Dat betekent dat ik me Zijn waarden en normen, Zijn waarheid en beloften eigen moet maken. En dat kan ik doen door de bijbel te bestuderen, podcasts van bijbelgetrouwe mensen te luisteren en zo zijn er nog vele andere mogelijkheden. Dat kost tijd, maar hé, als ik dan toch geen ziekenhuisseries en nieuws meer bijhoud, kan ik mooi die tijd daarvoor gebruiken. 

Vanuit die manier van leven kan ik uitdelen van Gods liefde. 

61. Luisteren én gehoorzamen.

Één van de mooiere dingen van op vakantie zijn is ‘meer tijd hebben’. Althans, zo vind ik het altijd lijken. Letterlijk zitten er, ook op de camping, nog steeds gewoon 24 uren in één dag, maar zonder alle dingen die ‘moeten’, zijn er gewoon veel meer uren beschikbaar. Meer tijd om te lezen en om stil te zijn. Meer tijd om samen op pad te zijn en lange gesprekken te voeren. Meer tijd om te genieten van het leven en vooral meer tijd om bij God te zijn. Ik heb het nodig om in Gods aanwezigheid te kunnen zijn. Samen met Hem aan de koffie te zitten. Af en toe vraagt de één wat en dan antwoordt de Ander. Dit zijn voor mij echt oplaad-momenten, waarin ik weer voel dat ik gewoon ik mag zijn. Dit zijn ook de periodes dat het me lukt om Gods stem duidelijker te verstaan. Doordat alle ruis van de wereld naar de achtergrond glijdt als het ware, krijgt Gods stem weer meer ruimte. Het is stiller in mijn hoofd en ik heb meer rust in mijn lijf waardoor ik beter kan luisteren. Ik heb dan ook altijd meer vertrouwen om met zekerheid te weten dat het werkelijk Zijn stem is die ik denk te horen en niet mijn eigen gedachte die vaak geleidt wordt door allerlei input van de wereld. 

Tijdens onze vakantie las ik een boek dat vol stond met getuigenissen over mensen die Gods stem hoorden en gehoorzaam waren aan wat Hij zei. Ik verlang ernaar hierin te groeien. Het zou zo tof zijn om zegenende profetische woorden tegen een willekeurige voorbijganger te spreken. Om zo te laten zien Wie God is, dat vind ik mooi. Tegelijk vind ik dat ook ontzettend spannend. Eerlijk gezegd denk ik met regelmaat Gods stem te horen die me tot het spreken van een woord oproept, maar vaak zeg ik dan terug: ‘nee God, dit is te lastig, dit durf ik niet.’ Dan zit ik eigenlijk niet te wachten op een eventueel gesprek bij de supermarkt, omdat ik zo snel mogelijk door moet naar mijn volgende afspraak. Toch blijft in mij het verlangen groeien om hierin te durven uitstappen en ook zo Gods woord en liefde te delen. Juist met hen die niet weten dat ze God zo nodig hebben.

Al in de eerste week van onze vakantie legde God het op mijn hart om een bloemetje voor een mevrouw te kopen die daar als vaste zomergast op de camping verblijft. We kwamen elke keer langs haar stacaravan die ze ‘Mien Huuske’ heeft genoemd wanneer we naar het sanitair liepen. Dat bloemetje kopen en geven vind ik niet zo’n probleem. Ik hou van geven! Maar de boodschap die ik van God erbij mocht geven, dat vond ik lastiger. Ook al was de boodschap prachtig en bemoedigend, daarmee moest ik wel laten weten dat het van God kwam. Wat nou als deze mevrouw God niet kende. Ik zou toch vreselijk vaag overkomen? Of misschien wilde ze helemaal niks van God weten en zou ze daarom de rest van onze vakantie stom doen. En nog meer van dat soort tegenwerpingen kwamen in mij op. Tijd was deze keer natuurlijk geen issue, maar daarnaast kon ik genoeg andere tegenwerpingen bedenken om maar niet te hoeven doen wat God me vroeg te doen. Luisteren was gelukt, met gehoorzamen had ik nog flink wat moeite. 

Ik heb er uiteindelijk 19 van onze 21 dagen durende vakantie over gedaan om dat bloemetje daadwerkelijk te kopen én te geven, samen met de bijbehorende bemoediging. Ik durfde niet. En daarbij kon ik niet elke dag zo makkelijk naar de winkel om bloemen te kopen… Slap excuus, ik weet het. Maar toen wij voor de laatste keer naar de winkel gingen, wist ik, nu moet het gebeuren. Toen ik een bos zonnebloemen zag staan wist ik ook meteen, deze moet het zijn. Een deel van wat ik tegen haar mocht zeggen ging namelijk over het feit dat deze mevrouw altijd het zonnetje in huis was.

Met een bos zonnebloemen, een bonkend hart en een continue gebed in mijn gedachten ‘geef me de juiste woorden Heer, laat me Uw woorden spreken’ liep ik even later naar Mien Huuske. Ze stond in haar voortuintje en ik zei ‘klop klop, ik mag u deze zonnebloemen geven’. Ze vroeg direct van wie? Dus ik mocht gelijk getuigen en zeggen dat de bloemen van God kwamen, omdat Hij zoveel van haar houdt. En vervolgens mocht ik vertellen hoe Hij haar ziet, hoe blij God met haar is en wat ze voor haar familie betekent. Ik mocht haar bemoedigen in haar rol als oma. Met tranen in haar ogen keek ze me aan en zei ze ‘geweldig, wat fijn’. Ze bleek God te kennen en Hem lief te hebben. Ze bevestigde de dingen die ik tegen haar had gezegd. Ze was enorm bemoedigd omdat ze altijd het gevoel heeft zomaar wat te doen. En zich best zorgen maakt om haar kleinkinderen.

Wat een opluchting was dit voor mij en wat een bemoediging. Zo fijn, God laat me groeien op een liefdevolle manier. Met Gods woorden mocht ik deze lieve mevrouw zegenen wat tegelijk weer een zegen voor mij mocht zijn. Door een bemoediging te zijn, werd ikzelf ook bemoedigd én aangemoedigd. Vaak werkt God op deze manier. Het blijft bijzonder om samen met God door het leven te gaan.

Inmiddels zijn wij terug van vakantie en ben ik weer bezig met van alles en nog wat. Het is soms een uitdaging om tijd te nemen en alleen in rust en stilte bij de Heer te zijn. Opnieuw lijkt het alsof de uren echt sneller voorbij gaan dan op de camping en ben ik weer volop bezig met time-management. Ik waak ervoor om mijn agenda mijn leven te laten leiden. Tijdens de vakantie moedigde God me ook aan om tijd met Hem in te plannen. Dus ook hier thuis in het dagelijkse ritme heb ik regelmatig een koffiedate met God. Zodat ik ook hier de tijd neem om te luisteren én de durf heb te gehoorzamen.  

Het is mijn gebed dat wij, ondanks alle ruis van de wereld om ons heen, toch Gods stem kunnen horen én gehoorzaam durven te zijn. Dit begint met te geloven dat God nog steeds persoonlijk tot ons spreekt, net zoals Hij dat al in de bijbel deed. Ik geloof dat het Gods verlangen is dat we ook op deze persoonlijke manier met Hem om kunnen gaan. Hij verlangt naar een persoonlijke relatie met een ieder van ons om ons op die manier te kunnen zegenen met Zijn waarheid en Zijn liefde. Ik bid dat in jou het verlangen ontstaat om je te durven uitstrekken naar een persoonlijke relatie met God. Zodat jij Gods persoonlijke woorden voor jou én soms ook voor die ander kan horen én kan doorgeven. Want de wereld heeft Gods waarheid, Zijn liefde en licht nodig.

60. Over hoe modder mijn fundament bedekte

Deze vakantie werd ik weer geconfronteerd met het negatief denken over mijzelf.
In het sanitair-gebouw hier op de camping is een mega grote spiegel waar ik elke keer langs moet lopen als ik het sanitair binnenkom. Elke keer zie ik mezelf in volle glorie, maar dan op de negatieve manier. De dingen die ik in mijn gedachten hoorde over mezelf waren niet goed. Zo negatief, ik zou ze tegen niemand anders willen uitspreken. Die gedachten begonnen geleidelijk aan, maar kregen steeds meer ruimte in mijn denken. Tot ik ineens inzag hoe ik de gefluisterde leugens in mijzelf herhaalde. Er ontstond een negatieve denkwijze. En ik realiseerde me hoeveel en wat voor invloed dit had op mijn innerlijke rust. Het sijpelde door naar andere vlakken. Ik wilde eigenlijk niet meer op de foto, ik werd steeds kritischer naar mezelf. Het ergste was dat ik steeds minder zag hoe God mij ziet. Dat is hoe satan te werk gaat, hoe klein en onbeduidend het ook kan beginnen, na verloop van tijd gaat het invloed krijgen op andere facetten in je leven. En voor we het weten lopen we steeds verder bij God vandaan, in plaats dat we met Hem meelopen.

Vanochtend woonde ik een vakantie-samenkomst bij in een prachtig wit kerkje in het Luxemburgse Enscherange. Wim Hoddenbagh leidde de dienst en hij sprak over hoe God de modder van ons fundament wil wegspoelen. Wat mij betrof sloot het goed aan bij wat ik hierboven deelde.
Alle negatieve en verkeerde gedachten over mijzelf zorgden voor een verkeerd zelfbeeld. Dat verkeerde zelfbeeld had als een modderstroom mijn fundament overspoeld, waardoor ik het fundament van mijn identiteit niet meer goed kon zien. Ik ben Gods kind, Zijn erfgenaam en burger van Zijn koninkrijk. Dát is het fundament van mijn identiteit. En met die identiteit en Gods kracht in mij, heb ik het recht en de autoriteit om elke boze geest die mijn gedachten met leugens beïnvloedt weg te sturen.

Eerder, al voor de samenkomst van vanochtend had ik mij afgekeerd van alle leugens over mijzelf. Ik heb daar Gods waarheid voor in de plaats gezet. Ik heb alle modder met Gods woord en door het bloed van Jezus weg laten spoelen. Ik ben in vrijmoedigheid weer aan de voeten van Jezus gaan zitten en kies ervoor om niet meer in de leugens te geloven! Ik weet dat ik zonder schuldgevoel, met een oprecht hart in alle vrijheid weer bij God mag komen. Dankzij het leven en het bloed dat Jezus voor mij heeft gegeven. (Hebreeën 10: 19-22).

Misschien lijkt het negatieve denken over jezelf niet zo erg. Maar wees je ervan bewust dat dit leugens van de duivel zijn. Geef hier geen gehoor aan, ga er niet in mee. Laat Gods waarheid in je hele leven heersen, ook in de manier hoe jij naar jezelf kijkt. Jouw identiteit is in Christus.
Weet wie je bent en vooral, weet van Wíe je bent! (Citaat van Tessa van Olst).

Ps. Toen ik God van de week vroeg hoe Hij mij ziet (vraag ik wel vaker, heb ik vaker nodig blijkbaar😅 ) zag ik het beeld van mij
als bruid. Én ik zag God naar mij kijken. Vol liefde, vol vreugde. Die blik, die hou ik mezelf nu telkens voor als ik langs die spiegel loop!

59. Hartenkreet

Zojuist hoor ik een gebedsoproep die me ontzettend raakt. Het raakt me omdat ik, ten dele, weet hoe het is om in die positie te zitten.
Op 9-jarige leeftijd had ik al heel wat van het leven gezien. Meer dan goed voor mij was. Het was een onveilige en angstige opvoedsituatie en toen mijn ouders eindelijk uit elkaar gingen was ik opgelucht. Ik mocht bij mijn moeder blijven wonen, wat in die tijd vrij gewoon was. Vrijwel direct ontstond er een omgangsregels waardoor ik eens per twee weken een weekend lang bij mijn vader moest zijn. Dat wilde ik niet. Het ophalen en brengen was altijd letterlijk een drama. Het weekend bracht ik door in het huis waar in elke kamer wel meerdere nare herinneringen hingen. Laat ik duidelijk maken dat ikzelf nooit het slachtoffer ben geweest van letterlijk lichamelijk of seksueel geweld. Maar misschien is getuige zijn wel net zo erg…

Hoe dan ook, in die tijd kon ik nog niet officieel besluiten dat ik niet meer naar mijn vader wilde en hoewel mijn moeder van alles geprobeerd heeft om mij niet te hoeven laten gaan, was ze gebonden aan de uitspraken van de kinderrechter. Ik had ook geen goede redenen. Met ‘goede redenen’ bedoel ik dan eigenlijk redenen die erg genoeg waren.
Het was blijkbaar niet erg genoeg dat ik hele nachten wakker lag omdat ik bang was om toch zelf aangevallen te worden. Want ook al ben je zelf nooit letterlijk slachtoffer geweest, de angst om slachtoffer te worden als er niemand in de buurt is, is misschien wel net zo erg…
Het was blijkbaar ook niet erg genoeg dat ik in elke kamer daar herinneringen heb liggen waardoor ik vreselijke beelden op mijn netvlies kreeg alleen al als ik daar dat huis binnenstapte. Soms zie ik die beelden nog.

Overigens, naar mij als kind werd niet eens geluisterd. In al die tijd heeft geen enkele volwassene mij gevraagd wát ik had meegemaakt. Geen enkele volwassene vroeg naar mijn mening of hoe ik me voelde. Pas toen ik 12 jaar was, kreeg ik de mogelijkheid om mijn stem te laten horen. Tot die tijd was ik niet echt in beeld voor het rechtssysteem, ik bleef onzichtbaar aanwezig. En dat puzzelt me. Want wanneer het gaat om de veiligheid van kinderen en er instanties in het leven zijn geroepen om juist die veiligheid te waarborgen en te verdedigen, hoe kan het dan dat er niet naar het kind zelf geluisterd wordt?
Natuurlijk begrijp ik ook dat het een immense taak is voor deze medewerkers. Ik heb het over de gezinsvoogden, jeugdbescherming medewerkers, advocaten, kinderrechters. Mensen die in principe garant moeten staan voor het bedenken en begeleiden van goede plannen om de veiligheid van kinderen van alle leeftijden.
Maar mijn hart breekt als ik hoor over een kleuter die zo duidelijk aangeeft dat de situatie waar ze in zit niet veilig is, waarbij het lichamelijk zelfs zichtbaar is. Toch wordt zij gedwongen om naar die onveilige en ongezonde situatie terug te gaan.

Ik ervaar de angst van dat kleine meisje, omdat het kleine kind in mij deze angst om te gaan zo herkent. Ik ervaar ook boosheid en frustratie omdat ik als volwassene weet dat er nog veel meer van dit soort onrechtvaardige en onveilige situaties zijn geweest en nog steeds zijn.
Ik ervaar ook intens verdriet. Dit is absoluut geen onderdeel van Gods plan. Ik heb vaak zat te horen gekregen dat God mij iets wil(de) leren met de tegenslagen die Hij me liet doormaken. En ja, het geweld dat ik gezien heb, de tegenslagen die ik mee heb gemaakt, hebben me inzichten gegeven en dingen geleerd. Maar ik weiger te geloven dat ze van God kwamen, het was nooit Gods plan dat ik alles wat ik heb geleerd door deze onveilige situaties zou leren. Het waren continue plannen van de vijand om dood, verderf en angst te zaaien in mijn leven waardoor ik niet zou gaan doen wat ik nu doe.

Toen ik vroeger op behoorlijk hoog niveau volleybalde leerde ik dat, naast gewoon trainen het ook goed is om je tegenstander te kennen. Weten hoe zij het spel spelen, wat hun strategieën zijn. Kennis hebben van hun sterke én zwakke kanten. Zo bekeken we regelmatig een wedstrijd van de tegenstanders en hielden we hun scores bij. Door de tegenstander te kennen konden wij onze eigen strategie bepalen.
Zo werkt het ook in de geestelijke wereld. Door mijn tegenstander, de duivel, te kennen weet ik hoe ik moet reageren. Mijn vijand zal er alles aan doen om vrede te kunnen roven. Om verdeeldheid en angst te zaaien. Hij is ten diepste degene die zal blijven proberen om onveilige situaties te creëren. Hij is de veroorzaker van geweld, ziekte, oorlog en ander verdriet. Hij is degene die achter deze intens verdrietige situatie zit. Evenals achter al het andere onrecht en geweld achter gesloten deuren.

Hoe ik hier mee omga? Door te bidden, door mijn wapenrusting te dragen en te staan in mijn koninklijke autoriteit. Samen met anderen.

Ik heb lange tijd weggekeken. Ik was zo iemand die de confrontaties liever omzeilde door ze uit de weg te gaan en de gulden middenweg koos. Het was voor mij comfortabeler om water bij de wijn te doen, in plaats van geloof te hebben om water in wijn te veranderen.
Ik geloof dat het tijd is om op te staan. Niet alleen ik, maar met mij nog vele anderen. Regelmatig is in het verleden, ook door wildvreemden, de tekst uit Esther 4: 14 over mij uitgesproken. Ik geloofde er nooit echt in. Noem het valse bescheidenheid. Maar, inmiddels wéét ik, dat ik geboren ben voor een tijd als deze. Ik ben door de Koning Zelf opgenomen in Zijn gezin. Ook ik heb, net als Esther ‘koninklijke waardigheid’ ontvangen. Ook ik mag, net als Esther spreken en zal niet langer zwijgen of wegkijken.
Vandaag ben ik een spreekbuis voor dat kleine meisje. Het is mijn gebed dat in die situatie ingegrepen wordt en dat er duidelijke bewijzen boven water mogen komen waardoor de autoriteiten anders gaan beslissen.

Deze blog voelt als een hartenkreet. Om aandacht te vragen voor al die kinderen die gevangen zitten in onveilige situaties. Zij die onzichtbaar zijn, die geen beschermers hebben en overgeleverd zijn aan volwassenen die zich niet om hen bekommeren, maar enkel en alleen hun eigen lusten en andere geneugten najagen.

58. Perfectionisme

Afgelopen week is mijn drang naar perfectionisme weer aangeraakt en aangewakkerd. Het duurde even voordat ik doorhad dat dit de reden was waarom ik me zo onrustig voelde deze week. Inmiddels heb ik er mee afgerekend. En heeft God me laten weten dat ik dit proces via mijn blog mag delen. 

Voor komend najaar heb ik me ingeschreven voor een Sprekers Academie. Ongeveer een jaar geleden heeft God dat op mijn hart gelegd. Vorige week mocht ik eindelijk mijn sollicitatie voor één van de tien beschikbare plekken inleveren. En dat deed wat met me. 

Ik moest iets delen met anderen waar ik op beoordeeld werd. De motivatiebrief en de motivatievlog gaan bepalend zijn of ik die plek op de Sprekers Academie zometeen de mijne mag noemen. Ik moet bewijzen dat ik geschikt genoeg ben om mee te mogen doen. Althans, zo ervoer ik het. 

Afgelopen week heb ik dus geprobeerd om mijn motivatie zo perfect mogelijk op papier te zetten. Schrijven, herschrijven en nog eens herschrijven. Ik heb tig filmpjes opgenomen want steeds was er wel iets wat naar mijn idee niet goed genoeg was. Waardoor ik voor mijn gevoel niet goed genoeg uit de verf kwam. Dit zette me wel aan het denken. Ik baalde enorm dat ik er van alles aan deed om het goed te doen. Eerlijk gezegd was het niet alleen maar moeite doen om het goed te doen, het was een allesoverheersende drive om het perfect te willen doen. Het nam steeds meer ruimte in beslag. ’s Avonds in bed bedacht ik mooie volzinnen, die ik vervolgens niet gebruikte omdat ik later alweer nieuwe mooie zinnen had verzonnen. 

Ik ben echt wel eens vaker vol van bepaalde gebeurtenissen. Of ik voel wel vaker druk en stress van dingen die ik moet doen. Maar dat is niks bij wat ik voelde bij deze sollicitatie voor de Sprekers Academie. Dit ligt overigens niet aan de Sprekers Academie zelf, maar geheel aan hoe ik ermee omging. 

Uiteraard heb ik dit besproken met manlief en wat vriendinnetjes. En ik ontdekte dat het allemaal te maken heeft met God en hoe Hij met mij omgaat. Dat staat haaks op hoe de maatschappij met mij omgaat. Of misschien is het beter verwoord wanneer ik zeg hoe ik de maatschappij met mij om laat gaan. Ik realiseer me namelijk dat ik daar zelf een groot aandeel in heb. Ik ben degene die dat toelaat.

Wanneer ik om me heen kijk zie ik wat de wereld allemaal voor moois te bieden heeft. Alles lijkt beschikbaarte zijn voor iedereen, maar… je moet er wel wat voor doen. Het kost tijd, geld en energie. Vaak gaat dat in meer of mindere mate ten koste van jezelf. We hebben ten diepste het gevoel dat we onszelf moeten bewijzen. Tegenover de ander en tegenover deze maatschappij. We moeten bewijzen dat we goed genoeg zijn. Soms leveren we een gevecht om in een bepaalde positie te komen. Dan moeten we laten zien dat we echt recht hebben op die positie of rol die de maatschappij ons aanbiedt. Vervolgens kost het ons een boel strijd om in deze positie rechtop te blijven staan. Dan moeten we blijven bewijzen dat we echt recht hebben op de verworven positie. We moeten als het ware ons grondgebied blijven verdedigen en dat kost, opnieuw, tijd, geld en energie. De vraag is; hoe lang hou je dat vol?

Ik heb zelf ontdekt dat ik dit niet lang vol hou. Ik wil niet leven in een continue strijd waarin ik het gevoel heb de beste te moeten zijn, omdat ik dan pas verdien waar ik recht op heb. Ik weiger mee te gaan in de manier van leven van deze huidige maatschappij. Ik heb ook ontdekt dat dit helemaal niet hoeft. 

Het is zoals Gods woord zegt: Ik leef wel in de wereld, maar ik ben niet van de wereld. 

Ik ben van God. Ik ben al Gods geliefde dochter. Ik ben al een Koningskind en dat maakt mij al een burger van Gods Koninkrijk. Dit betekent dat ik niet hoef te vechten voor een positie die ik al heb. Wat een heerlijkheid! In Gods ogen ben ik al perfect, ik hoef dus niet meer te streven naar perfectie. 

Ik geloof oprecht dat God me roept om een bepaalde positie in te nemen in deze wereld. Maar de positie van deze wereld is niet bepalend voor wie ik ben in Christus. Omdat ik weet dat ik van Gods eigen Koninkrijk ben, kan ik er ook op vertrouwen dat God mij zal helpen om me in die positie van de wereld te zetten. Ik hoef dat niet op eigen kracht te doen. Ik hoef de wereld niet te bewijzen dat ik er geschikt voor ben. Als God mij geschikt vindt, dan zal het gebeuren. Niet terwijl ik achterover leun (al is dat op zijn tijd ook nodig), maar het gebeurt wanneer ik de weg ga die God van mij vraagt. Wanneer ik de stappen zet waartoe Hij me uitnodigt. Daar hoorde het solliciteren naar een plek op deze Sprekers Academie ook bij. Ik heb geen spijt dat ik mijn best hiervoor heb gedaan. Ik heb wel spijt dat ik het mijn gedachten heb laten beheersen. Dat laat ik nu los en ik vertrouw erop dat God het leidt en de rest doet.

57. Vrijheid

Vrijheid, wat zegt het jou, wat zegt het mij? Vandaag vieren we onze vrijheid. We vieren dat we kunnen gaan en staan waar we willen, zonder angst te hoeven hebben. We vieren dat we in alle vrijheid alles mogen zeggen, alles mogen vinden en overal een mening over mogen hebben.

Laat ik voorop stellen dat ook ik blij ben dat ik in een vrij land leef. Vandaag gaan manlief en ik een heerlijk weekend samen weg. Wij hebben de vrijheid om op het moment dat ikzelf bepaal in de auto te stappen en er een paar dagen samen op uit te trekken. Die vrijheid is fijn en zo zou het voor iedereen moeten zijn.

Toch zie ik om me heen nog zoveel mensen die ten diepste niet in vrijheid leven. Ze kunnen gaan en staan waar ze willen. Maar ze zijn gebonden aan verslavingen, aan beperkende gedachten, aan onwaarheden over zichzelf of aan veroordeling naar anderen toe. Ze zitten als het ware opgesloten in een onzichtbare gevangenis, achter de tralies van leugens of veroordeling, van verslaving of misschien wel van vervloekingen.

Hoevelen van ons zitten dagelijks letterlijk vast omdat ze de hele dag door hun mobiel in de hand vasthouden. Hoeveel uur turen we naar dat schermpje en laat jij, laat ik mijn gedachten beheersen door social media, het nieuws of onze agenda?

Er zijn ook mensen die gevangen zitten in herinneringen uit het verleden. Heftige ervaringen bepalen hun denkpatronen en de wijze waarop ze beslissingen nemen. Misschien voelen zij zich niet vrij in hun gaan en staan en kijken voortdurend achterom als ze op straat lopen, omdat ze het gevoel hebben achtervolgd te worden. Want, ook al is hier in Nederland geen oorlog, leven we niet onder een bezetter en horen we geen kanonnen-gebulder, toch kan het achter elke willekeurige voordeur als oorlog aanvoelen.

Traumatische ervaringen in levens van kinderen kunnen ervoor zorgen dat zij wanneer ze volwassen zijn achter de bank kruipen als er buiten de knal van een klapband klinkt.

Jarenlang heb ik in zo’n gevangenis gezeten. Elke dag keek ik tegen de tralies van dreigend onheil en angst aan. Doordat ik in een onveilige gezinssituatie opgroeide heeft angst jarenlang mijn leven bepaald. Ik voelde me niet vrij om te zeggen wat ik zelf wilde zeggen, ik voelde me niet vrij om te kiezen wat ik zelf wilde kiezen. Ik voelde geen vrijheid welk boek ik wilde lezen of met welk vriendinnetje ik wilde spelen. Ik heb niet in vrijheid durven kiezen voor de opleiding die ik wilde. De meeste van mijn keuzes waren gebaseerd op veilige beslissingen nemen door het traumatische gevoel van niet veilig zijn. Dat is geen vrijheid. Want hoewel het geen oorlog in Nederland meer was, ervoer ik bijna dagelijks oorlog in mijn hoofd en de dreiging van onheil.

Om als kind zo onzichtbaar mogelijk te zijn, heb ik ook als volwassene zo lang mogelijk onzichtbaar willen zijn. Ik durfde niet op te vallen en praatte met iedereen mee. Ik had nooit geleerd een eigen mening te mogen hebben. Maar ik heb wel heel goed geleerd om me alle meningen eigen te maken. Lange tijd heb ik geleefd als een kameleon.

Pas de laatste vijf jaar ontdek ik steeds meer wat echte vrijheid is. Ik heb geestelijke vrijheid ontvangen door af te rekenen met verkeerde denkpatronen. Ik heb generatievloeken verbroken waardoor ik bevrijd werd van continue pijnen in mijn lichaam. In plaats van nog langer in de gevangenis te blijven zitten kies ik er zelf voor om in het Licht te staan. Deze beslissing heeft me letterlijk meer lucht gegeven.

Dat lukt me niet alleen. Net als dat je in een ‘gewone’ oorlog een leger nodig hebt om te overwinnen, zo heb je ook in de geestelijke oorlog een leger om je heen nodig om de strijd te voeren. Om rechtop te blijven staan en het Koninkrijk te kunnen laten zien. Bekende én soms onbekende broers en zussen hebben mij voor Gods troon gebracht. Zij strijden met me mee. Ik ben hen dankbaar, ik heb hen zo nodig.

Om mij heen zie ik nog dagelijks onrecht, verdriet en strijd. Ik zie duisternis en onmacht. Ik vermoed onzichtbaar leed. Ik voel soms letterlijk de pijn en gebrokenheid van hen die gevangen zitten in de duisternis en door niemand echt gezien worden. God heeft me gezegend met een bewogen en gevoelig hart. Maar soms is dat ook zwaar. Ik voel me verbonden met Gods hart voor al dit leed. Zijn liefde en Zijn verlangen om Zijn licht te laten schijnen in die duisternis. Ik ervaar dat er een nieuw leger mag opstaan. Dat we Lichtdragers mogen zijn en ik ervaar de urgentie om onzichtbaar leed niet langer gewoon maar te laten gebeuren. Ik heb nog geen idee hoe, maar soms moet je gewoon beginnen met te spreken. In mijn geval vooral schrijven.

De woorden ‘arise My people’ klinken al een paar dagen door mijn hoofd. Ik sta op, ik bereid me voor en ik ben beschikbaar. Ik ben onderdeel van het Koninklijke leger.

Ik strijd mee voor volkomen vrijheid, voor iedereen.

56. De vloek van mijn vondeling-zijn

Een vondeling zijn heeft blijkbaar ontzettend veel impact op ontzettend veel verschillende vlakken van je als persoon. Ik heb dat ervaren, maar ik heb me dat lange tijd niet gerealiseerd. Vondeling is als het ware een verborgen identiteit. Want hoewel ik al lange tijd weet dat mijn identiteit in God ligt en ik Zijn geliefde dochter ben, heb ik afgelopen tijd ook weer ontdekt hoe diep dat vondeling-zijn in mij zat. Ik heb ooit de opmerking gehoord: ‘je kan een kind uit de sloppenwijk halen, maar je haalt nooit de sloppenwijk uit het kind’. Zo werkte dat met het vondeling-zijn bij mij ook. Zoveel leugens en zoveel aanklachten in mijn hoofd zijn wanneer ik er dieper over nadenk terug te leiden naar mijn vondeling-zijn. 

Enige tijd geleden was ik op een vrouwendag van Debora’s Faith Movement. Het was een heerlijke dag, vol ontmoeting en aanmoediging. Vol ook van aanbidding en in de aanwezigheid van God zijn. Zo werden we in de ochtend uitgenodigd om een uur lang in de stilte bij God te zijn. Hoewel ik hou van conferenties omdat er altijd zoveel onderwijs aangeboden wordt, hou ik ook van in de stilte zijn. Op een conferentie een uur lang stil zijn heb ik nog niet eerder ervaren.

Tijdens het stilte moment, wat veel te snel voorbij was wat mij betreft, vroeg ik God wat Hij mij te zeggen had. En er gebeurde het volgende, ik zei:

‘Heer spreek, ik luister. Help me luisteren, echt luisteren naar Uw stem. Wat wilt U mij zeggen?’

En meteen op dat moment ervoer ik zoveel blijdschap, liefde en vertedering. Ik geloof echt dat de Heilige Geest mij dit op dat moment liet voelen. Het deed mij denken aan die eerste dagen na de bevalling wanneer je de wieg inkijkt en je pasgeboren kindje ziet liggen. Afgezien van de opluchting dat de bevalling voorbij is, is er ook zoveel blijdschap en vertedering voor je kindje. Je wilt het koesteren en voor altijd bij je houden en beschermen voor al het kwaad dat in de wereld aanwezig is. En ik realiseerde me dat dit is wat God voor mij voelt. Zoveel blijdschap, zoveel liefde.

Toen zei God: ‘Jij bent niet langer een vondeling, schud dat van je af. Gooi die vloek van je af. Breek daarmee. Laat deze vloek niet langer over je heersen. Jij bent Mijn innig geliefde dochter. Noem mij Abba, je hebt er recht toe.’ 

Dit was het punt dat ik mij realiseerde hoezeer ik onder die vloek heb geleefd. Het is net als die uitdrukking over het kind uit de sloppenwijk. Ook ik werd van vondeling, geliefde dochter van God. Toch heb ik nooit echt met het vondeling-zijn afgerekend. 

Misschien komt het raar bij je over wanneer ik het heb over ‘een vloek’. Ergens voel je wat ik bedoel, maar geloof me dat de manier waarop je over jezelf of de ander spreekt gevolgen heeft. Ik heb het in mijn eerdere blog over mijn olijfboompje ook al genoemd. Woorden hebben kracht. Door mijzelf regelmatig een vondeling te noemen heb ik een vloek over mijzelf uitgesproken. Hiermee heb ik ten diepste gezegd dat het logisch is dat ik geen ruimte mag innemen, dat ik weggezet kan worden, dat men mij niet nodig heeft, enzovoorts. En geloof me, ik heb dat niet bewust gedaan, maar het gebeurde wel. 

Terwijl ik daar op die vrouwendag in de betrekkelijke stilte zat, heb ik me afgekeerd van deze vloek. Ik heb hardop beleden dat dit niet is hoe ik wil en behoor te leven. Daar op mijn knieën in volledige overgave heb ik mijn vondelingschap afgelegd. Ik heb me afgekeerd van elke twijfel of ook ik volledig en compleet Gods geliefde dochter ben. Ik heb gebroken met de vloek en zo mijn kindschap compleet aangenomen en aanvaard. 

God vestigde hierna mijn aandacht op Galaten 4: 4-7. En ik begreep ineens echt wat God bedoelde. Mijn identiteit als kind van God ligt al jaren vast, geen twijfel hierover. Toch had ik altijd nog moeite met Abba of Pappa tegen God te zeggen. Daar zat een stukje schaamte of schroom. Ik voelde me niet vrij genoeg. 

Maar toen kon eindelijk in alle vrijheid en met zekerheid God aanroepen met Abba en Pappa. Ik heb het daar gecheckt en gecheckt. Eerst zachtjes voor me uit prevelend Pappa, Pappa. Daarna steeds harder en tijdens de aanbidding voluit. Geen greintje twijfel en schroom meer. Alleen maar vreugde! 

Het is zo’n bijzondere ervaring. Opnieuw weer meer vrijheid. Vrijheid om steeds meer te zijn en te leven zoals God mij al ziet. Te leven als kind van de Koning betekent een koninklijk leven. Ik ontdek steeds meer wat dit inhoudt, al weet ik zeker dat hierover nog genoeg te ontdekken is en in te groeien valt.

Hoe dan ook, wat zeker is en niemand mij meer af kan nemen is;  

Ik ben een Koningsdochter, kind en erfgenaam. Gods Geest is Zijn DNA in mij. Hierdoor ben ik voor altijd een Abba-zegger!

Voor nu geniet ik van deze wetenschap en kijk ik uit naar nog meer avontuurlijke ontdekkingen met de Geest.