60. Over hoe modder mijn fundament bedekte

Deze vakantie werd ik weer geconfronteerd met het negatief denken over mijzelf.
In het sanitair-gebouw hier op de camping is een mega grote spiegel waar ik elke keer langs moet lopen als ik het sanitair binnenkom. Elke keer zie ik mezelf in volle glorie, maar dan op de negatieve manier. De dingen die ik in mijn gedachten hoorde over mezelf waren niet goed. Zo negatief, ik zou ze tegen niemand anders willen uitspreken. Die gedachten begonnen geleidelijk aan, maar kregen steeds meer ruimte in mijn denken. Tot ik ineens inzag hoe ik de gefluisterde leugens in mijzelf herhaalde. Er ontstond een negatieve denkwijze. En ik realiseerde me hoeveel en wat voor invloed dit had op mijn innerlijke rust. Het sijpelde door naar andere vlakken. Ik wilde eigenlijk niet meer op de foto, ik werd steeds kritischer naar mezelf. Het ergste was dat ik steeds minder zag hoe God mij ziet. Dat is hoe satan te werk gaat, hoe klein en onbeduidend het ook kan beginnen, na verloop van tijd gaat het invloed krijgen op andere facetten in je leven. En voor we het weten lopen we steeds verder bij God vandaan, in plaats dat we met Hem meelopen.

Vanochtend woonde ik een vakantie-samenkomst bij in een prachtig wit kerkje in het Luxemburgse Enscherange. Wim Hoddenbagh leidde de dienst en hij sprak over hoe God de modder van ons fundament wil wegspoelen. Wat mij betrof sloot het goed aan bij wat ik hierboven deelde.
Alle negatieve en verkeerde gedachten over mijzelf zorgden voor een verkeerd zelfbeeld. Dat verkeerde zelfbeeld had als een modderstroom mijn fundament overspoeld, waardoor ik het fundament van mijn identiteit niet meer goed kon zien. Ik ben Gods kind, Zijn erfgenaam en burger van Zijn koninkrijk. Dát is het fundament van mijn identiteit. En met die identiteit en Gods kracht in mij, heb ik het recht en de autoriteit om elke boze geest die mijn gedachten met leugens beïnvloedt weg te sturen.

Eerder, al voor de samenkomst van vanochtend had ik mij afgekeerd van alle leugens over mijzelf. Ik heb daar Gods waarheid voor in de plaats gezet. Ik heb alle modder met Gods woord en door het bloed van Jezus weg laten spoelen. Ik ben in vrijmoedigheid weer aan de voeten van Jezus gaan zitten en kies ervoor om niet meer in de leugens te geloven! Ik weet dat ik zonder schuldgevoel, met een oprecht hart in alle vrijheid weer bij God mag komen. Dankzij het leven en het bloed dat Jezus voor mij heeft gegeven. (Hebreeën 10: 19-22).

Misschien lijkt het negatieve denken over jezelf niet zo erg. Maar wees je ervan bewust dat dit leugens van de duivel zijn. Geef hier geen gehoor aan, ga er niet in mee. Laat Gods waarheid in je hele leven heersen, ook in de manier hoe jij naar jezelf kijkt. Jouw identiteit is in Christus.
Weet wie je bent en vooral, weet van Wíe je bent! (Citaat van Tessa van Olst).

Ps. Toen ik God van de week vroeg hoe Hij mij ziet (vraag ik wel vaker, heb ik vaker nodig blijkbaar😅 ) zag ik het beeld van mij
als bruid. Én ik zag God naar mij kijken. Vol liefde, vol vreugde. Die blik, die hou ik mezelf nu telkens voor als ik langs die spiegel loop!

59. Hartenkreet

Zojuist hoor ik een gebedsoproep die me ontzettend raakt. Het raakt me omdat ik, ten dele, weet hoe het is om in die positie te zitten.
Op 9-jarige leeftijd had ik al heel wat van het leven gezien. Meer dan goed voor mij was. Het was een onveilige en angstige opvoedsituatie en toen mijn ouders eindelijk uit elkaar gingen was ik opgelucht. Ik mocht bij mijn moeder blijven wonen, wat in die tijd vrij gewoon was. Vrijwel direct ontstond er een omgangsregels waardoor ik eens per twee weken een weekend lang bij mijn vader moest zijn. Dat wilde ik niet. Het ophalen en brengen was altijd letterlijk een drama. Het weekend bracht ik door in het huis waar in elke kamer wel meerdere nare herinneringen hingen. Laat ik duidelijk maken dat ikzelf nooit het slachtoffer ben geweest van letterlijk lichamelijk of seksueel geweld. Maar misschien is getuige zijn wel net zo erg…

Hoe dan ook, in die tijd kon ik nog niet officieel besluiten dat ik niet meer naar mijn vader wilde en hoewel mijn moeder van alles geprobeerd heeft om mij niet te hoeven laten gaan, was ze gebonden aan de uitspraken van de kinderrechter. Ik had ook geen goede redenen. Met ‘goede redenen’ bedoel ik dan eigenlijk redenen die erg genoeg waren.
Het was blijkbaar niet erg genoeg dat ik hele nachten wakker lag omdat ik bang was om toch zelf aangevallen te worden. Want ook al ben je zelf nooit letterlijk slachtoffer geweest, de angst om slachtoffer te worden als er niemand in de buurt is, is misschien wel net zo erg…
Het was blijkbaar ook niet erg genoeg dat ik in elke kamer daar herinneringen heb liggen waardoor ik vreselijke beelden op mijn netvlies kreeg alleen al als ik daar dat huis binnenstapte. Soms zie ik die beelden nog.

Overigens, naar mij als kind werd niet eens geluisterd. In al die tijd heeft geen enkele volwassene mij gevraagd wát ik had meegemaakt. Geen enkele volwassene vroeg naar mijn mening of hoe ik me voelde. Pas toen ik 12 jaar was, kreeg ik de mogelijkheid om mijn stem te laten horen. Tot die tijd was ik niet echt in beeld voor het rechtssysteem, ik bleef onzichtbaar aanwezig. En dat puzzelt me. Want wanneer het gaat om de veiligheid van kinderen en er instanties in het leven zijn geroepen om juist die veiligheid te waarborgen en te verdedigen, hoe kan het dan dat er niet naar het kind zelf geluisterd wordt?
Natuurlijk begrijp ik ook dat het een immense taak is voor deze medewerkers. Ik heb het over de gezinsvoogden, jeugdbescherming medewerkers, advocaten, kinderrechters. Mensen die in principe garant moeten staan voor het bedenken en begeleiden van goede plannen om de veiligheid van kinderen van alle leeftijden.
Maar mijn hart breekt als ik hoor over een kleuter die zo duidelijk aangeeft dat de situatie waar ze in zit niet veilig is, waarbij het lichamelijk zelfs zichtbaar is. Toch wordt zij gedwongen om naar die onveilige en ongezonde situatie terug te gaan.

Ik ervaar de angst van dat kleine meisje, omdat het kleine kind in mij deze angst om te gaan zo herkent. Ik ervaar ook boosheid en frustratie omdat ik als volwassene weet dat er nog veel meer van dit soort onrechtvaardige en onveilige situaties zijn geweest en nog steeds zijn.
Ik ervaar ook intens verdriet. Dit is absoluut geen onderdeel van Gods plan. Ik heb vaak zat te horen gekregen dat God mij iets wil(de) leren met de tegenslagen die Hij me liet doormaken. En ja, het geweld dat ik gezien heb, de tegenslagen die ik mee heb gemaakt, hebben me inzichten gegeven en dingen geleerd. Maar ik weiger te geloven dat ze van God kwamen, het was nooit Gods plan dat ik alles wat ik heb geleerd door deze onveilige situaties zou leren. Het waren continue plannen van de vijand om dood, verderf en angst te zaaien in mijn leven waardoor ik niet zou gaan doen wat ik nu doe.

Toen ik vroeger op behoorlijk hoog niveau volleybalde leerde ik dat, naast gewoon trainen het ook goed is om je tegenstander te kennen. Weten hoe zij het spel spelen, wat hun strategieën zijn. Kennis hebben van hun sterke én zwakke kanten. Zo bekeken we regelmatig een wedstrijd van de tegenstanders en hielden we hun scores bij. Door de tegenstander te kennen konden wij onze eigen strategie bepalen.
Zo werkt het ook in de geestelijke wereld. Door mijn tegenstander, de duivel, te kennen weet ik hoe ik moet reageren. Mijn vijand zal er alles aan doen om vrede te kunnen roven. Om verdeeldheid en angst te zaaien. Hij is ten diepste degene die zal blijven proberen om onveilige situaties te creëren. Hij is de veroorzaker van geweld, ziekte, oorlog en ander verdriet. Hij is degene die achter deze intens verdrietige situatie zit. Evenals achter al het andere onrecht en geweld achter gesloten deuren.

Hoe ik hier mee omga? Door te bidden, door mijn wapenrusting te dragen en te staan in mijn koninklijke autoriteit. Samen met anderen.

Ik heb lange tijd weggekeken. Ik was zo iemand die de confrontaties liever omzeilde door ze uit de weg te gaan en de gulden middenweg koos. Het was voor mij comfortabeler om water bij de wijn te doen, in plaats van geloof te hebben om water in wijn te veranderen.
Ik geloof dat het tijd is om op te staan. Niet alleen ik, maar met mij nog vele anderen. Regelmatig is in het verleden, ook door wildvreemden, de tekst uit Esther 4: 14 over mij uitgesproken. Ik geloofde er nooit echt in. Noem het valse bescheidenheid. Maar, inmiddels wéét ik, dat ik geboren ben voor een tijd als deze. Ik ben door de Koning Zelf opgenomen in Zijn gezin. Ook ik heb, net als Esther ‘koninklijke waardigheid’ ontvangen. Ook ik mag, net als Esther spreken en zal niet langer zwijgen of wegkijken.
Vandaag ben ik een spreekbuis voor dat kleine meisje. Het is mijn gebed dat in die situatie ingegrepen wordt en dat er duidelijke bewijzen boven water mogen komen waardoor de autoriteiten anders gaan beslissen.

Deze blog voelt als een hartenkreet. Om aandacht te vragen voor al die kinderen die gevangen zitten in onveilige situaties. Zij die onzichtbaar zijn, die geen beschermers hebben en overgeleverd zijn aan volwassenen die zich niet om hen bekommeren, maar enkel en alleen hun eigen lusten en andere geneugten najagen.

58. Perfectionisme

Afgelopen week is mijn drang naar perfectionisme weer aangeraakt en aangewakkerd. Het duurde even voordat ik doorhad dat dit de reden was waarom ik me zo onrustig voelde deze week. Inmiddels heb ik er mee afgerekend. En heeft God me laten weten dat ik dit proces via mijn blog mag delen. 

Voor komend najaar heb ik me ingeschreven voor een Sprekers Academie. Ongeveer een jaar geleden heeft God dat op mijn hart gelegd. Vorige week mocht ik eindelijk mijn sollicitatie voor één van de tien beschikbare plekken inleveren. En dat deed wat met me. 

Ik moest iets delen met anderen waar ik op beoordeeld werd. De motivatiebrief en de motivatievlog gaan bepalend zijn of ik die plek op de Sprekers Academie zometeen de mijne mag noemen. Ik moet bewijzen dat ik geschikt genoeg ben om mee te mogen doen. Althans, zo ervoer ik het. 

Afgelopen week heb ik dus geprobeerd om mijn motivatie zo perfect mogelijk op papier te zetten. Schrijven, herschrijven en nog eens herschrijven. Ik heb tig filmpjes opgenomen want steeds was er wel iets wat naar mijn idee niet goed genoeg was. Waardoor ik voor mijn gevoel niet goed genoeg uit de verf kwam. Dit zette me wel aan het denken. Ik baalde enorm dat ik er van alles aan deed om het goed te doen. Eerlijk gezegd was het niet alleen maar moeite doen om het goed te doen, het was een allesoverheersende drive om het perfect te willen doen. Het nam steeds meer ruimte in beslag. ’s Avonds in bed bedacht ik mooie volzinnen, die ik vervolgens niet gebruikte omdat ik later alweer nieuwe mooie zinnen had verzonnen. 

Ik ben echt wel eens vaker vol van bepaalde gebeurtenissen. Of ik voel wel vaker druk en stress van dingen die ik moet doen. Maar dat is niks bij wat ik voelde bij deze sollicitatie voor de Sprekers Academie. Dit ligt overigens niet aan de Sprekers Academie zelf, maar geheel aan hoe ik ermee omging. 

Uiteraard heb ik dit besproken met manlief en wat vriendinnetjes. En ik ontdekte dat het allemaal te maken heeft met God en hoe Hij met mij omgaat. Dat staat haaks op hoe de maatschappij met mij omgaat. Of misschien is het beter verwoord wanneer ik zeg hoe ik de maatschappij met mij om laat gaan. Ik realiseer me namelijk dat ik daar zelf een groot aandeel in heb. Ik ben degene die dat toelaat.

Wanneer ik om me heen kijk zie ik wat de wereld allemaal voor moois te bieden heeft. Alles lijkt beschikbaarte zijn voor iedereen, maar… je moet er wel wat voor doen. Het kost tijd, geld en energie. Vaak gaat dat in meer of mindere mate ten koste van jezelf. We hebben ten diepste het gevoel dat we onszelf moeten bewijzen. Tegenover de ander en tegenover deze maatschappij. We moeten bewijzen dat we goed genoeg zijn. Soms leveren we een gevecht om in een bepaalde positie te komen. Dan moeten we laten zien dat we echt recht hebben op die positie of rol die de maatschappij ons aanbiedt. Vervolgens kost het ons een boel strijd om in deze positie rechtop te blijven staan. Dan moeten we blijven bewijzen dat we echt recht hebben op de verworven positie. We moeten als het ware ons grondgebied blijven verdedigen en dat kost, opnieuw, tijd, geld en energie. De vraag is; hoe lang hou je dat vol?

Ik heb zelf ontdekt dat ik dit niet lang vol hou. Ik wil niet leven in een continue strijd waarin ik het gevoel heb de beste te moeten zijn, omdat ik dan pas verdien waar ik recht op heb. Ik weiger mee te gaan in de manier van leven van deze huidige maatschappij. Ik heb ook ontdekt dat dit helemaal niet hoeft. 

Het is zoals Gods woord zegt: Ik leef wel in de wereld, maar ik ben niet van de wereld. 

Ik ben van God. Ik ben al Gods geliefde dochter. Ik ben al een Koningskind en dat maakt mij al een burger van Gods Koninkrijk. Dit betekent dat ik niet hoef te vechten voor een positie die ik al heb. Wat een heerlijkheid! In Gods ogen ben ik al perfect, ik hoef dus niet meer te streven naar perfectie. 

Ik geloof oprecht dat God me roept om een bepaalde positie in te nemen in deze wereld. Maar de positie van deze wereld is niet bepalend voor wie ik ben in Christus. Omdat ik weet dat ik van Gods eigen Koninkrijk ben, kan ik er ook op vertrouwen dat God mij zal helpen om me in die positie van de wereld te zetten. Ik hoef dat niet op eigen kracht te doen. Ik hoef de wereld niet te bewijzen dat ik er geschikt voor ben. Als God mij geschikt vindt, dan zal het gebeuren. Niet terwijl ik achterover leun (al is dat op zijn tijd ook nodig), maar het gebeurt wanneer ik de weg ga die God van mij vraagt. Wanneer ik de stappen zet waartoe Hij me uitnodigt. Daar hoorde het solliciteren naar een plek op deze Sprekers Academie ook bij. Ik heb geen spijt dat ik mijn best hiervoor heb gedaan. Ik heb wel spijt dat ik het mijn gedachten heb laten beheersen. Dat laat ik nu los en ik vertrouw erop dat God het leidt en de rest doet.

57. Vrijheid

Vrijheid, wat zegt het jou, wat zegt het mij? Vandaag vieren we onze vrijheid. We vieren dat we kunnen gaan en staan waar we willen, zonder angst te hoeven hebben. We vieren dat we in alle vrijheid alles mogen zeggen, alles mogen vinden en overal een mening over mogen hebben.

Laat ik voorop stellen dat ook ik blij ben dat ik in een vrij land leef. Vandaag gaan manlief en ik een heerlijk weekend samen weg. Wij hebben de vrijheid om op het moment dat ikzelf bepaal in de auto te stappen en er een paar dagen samen op uit te trekken. Die vrijheid is fijn en zo zou het voor iedereen moeten zijn.

Toch zie ik om me heen nog zoveel mensen die ten diepste niet in vrijheid leven. Ze kunnen gaan en staan waar ze willen. Maar ze zijn gebonden aan verslavingen, aan beperkende gedachten, aan onwaarheden over zichzelf of aan veroordeling naar anderen toe. Ze zitten als het ware opgesloten in een onzichtbare gevangenis, achter de tralies van leugens of veroordeling, van verslaving of misschien wel van vervloekingen.

Hoevelen van ons zitten dagelijks letterlijk vast omdat ze de hele dag door hun mobiel in de hand vasthouden. Hoeveel uur turen we naar dat schermpje en laat jij, laat ik mijn gedachten beheersen door social media, het nieuws of onze agenda?

Er zijn ook mensen die gevangen zitten in herinneringen uit het verleden. Heftige ervaringen bepalen hun denkpatronen en de wijze waarop ze beslissingen nemen. Misschien voelen zij zich niet vrij in hun gaan en staan en kijken voortdurend achterom als ze op straat lopen, omdat ze het gevoel hebben achtervolgd te worden. Want, ook al is hier in Nederland geen oorlog, leven we niet onder een bezetter en horen we geen kanonnen-gebulder, toch kan het achter elke willekeurige voordeur als oorlog aanvoelen.

Traumatische ervaringen in levens van kinderen kunnen ervoor zorgen dat zij wanneer ze volwassen zijn achter de bank kruipen als er buiten de knal van een klapband klinkt.

Jarenlang heb ik in zo’n gevangenis gezeten. Elke dag keek ik tegen de tralies van dreigend onheil en angst aan. Doordat ik in een onveilige gezinssituatie opgroeide heeft angst jarenlang mijn leven bepaald. Ik voelde me niet vrij om te zeggen wat ik zelf wilde zeggen, ik voelde me niet vrij om te kiezen wat ik zelf wilde kiezen. Ik voelde geen vrijheid welk boek ik wilde lezen of met welk vriendinnetje ik wilde spelen. Ik heb niet in vrijheid durven kiezen voor de opleiding die ik wilde. De meeste van mijn keuzes waren gebaseerd op veilige beslissingen nemen door het traumatische gevoel van niet veilig zijn. Dat is geen vrijheid. Want hoewel het geen oorlog in Nederland meer was, ervoer ik bijna dagelijks oorlog in mijn hoofd en de dreiging van onheil.

Om als kind zo onzichtbaar mogelijk te zijn, heb ik ook als volwassene zo lang mogelijk onzichtbaar willen zijn. Ik durfde niet op te vallen en praatte met iedereen mee. Ik had nooit geleerd een eigen mening te mogen hebben. Maar ik heb wel heel goed geleerd om me alle meningen eigen te maken. Lange tijd heb ik geleefd als een kameleon.

Pas de laatste vijf jaar ontdek ik steeds meer wat echte vrijheid is. Ik heb geestelijke vrijheid ontvangen door af te rekenen met verkeerde denkpatronen. Ik heb generatievloeken verbroken waardoor ik bevrijd werd van continue pijnen in mijn lichaam. In plaats van nog langer in de gevangenis te blijven zitten kies ik er zelf voor om in het Licht te staan. Deze beslissing heeft me letterlijk meer lucht gegeven.

Dat lukt me niet alleen. Net als dat je in een ‘gewone’ oorlog een leger nodig hebt om te overwinnen, zo heb je ook in de geestelijke oorlog een leger om je heen nodig om de strijd te voeren. Om rechtop te blijven staan en het Koninkrijk te kunnen laten zien. Bekende én soms onbekende broers en zussen hebben mij voor Gods troon gebracht. Zij strijden met me mee. Ik ben hen dankbaar, ik heb hen zo nodig.

Om mij heen zie ik nog dagelijks onrecht, verdriet en strijd. Ik zie duisternis en onmacht. Ik vermoed onzichtbaar leed. Ik voel soms letterlijk de pijn en gebrokenheid van hen die gevangen zitten in de duisternis en door niemand echt gezien worden. God heeft me gezegend met een bewogen en gevoelig hart. Maar soms is dat ook zwaar. Ik voel me verbonden met Gods hart voor al dit leed. Zijn liefde en Zijn verlangen om Zijn licht te laten schijnen in die duisternis. Ik ervaar dat er een nieuw leger mag opstaan. Dat we Lichtdragers mogen zijn en ik ervaar de urgentie om onzichtbaar leed niet langer gewoon maar te laten gebeuren. Ik heb nog geen idee hoe, maar soms moet je gewoon beginnen met te spreken. In mijn geval vooral schrijven.

De woorden ‘arise My people’ klinken al een paar dagen door mijn hoofd. Ik sta op, ik bereid me voor en ik ben beschikbaar. Ik ben onderdeel van het Koninklijke leger.

Ik strijd mee voor volkomen vrijheid, voor iedereen.

56. De vloek van mijn vondeling-zijn

Een vondeling zijn heeft blijkbaar ontzettend veel impact op ontzettend veel verschillende vlakken van je als persoon. Ik heb dat ervaren, maar ik heb me dat lange tijd niet gerealiseerd. Vondeling is als het ware een verborgen identiteit. Want hoewel ik al lange tijd weet dat mijn identiteit in God ligt en ik Zijn geliefde dochter ben, heb ik afgelopen tijd ook weer ontdekt hoe diep dat vondeling-zijn in mij zat. Ik heb ooit de opmerking gehoord: ‘je kan een kind uit de sloppenwijk halen, maar je haalt nooit de sloppenwijk uit het kind’. Zo werkte dat met het vondeling-zijn bij mij ook. Zoveel leugens en zoveel aanklachten in mijn hoofd zijn wanneer ik er dieper over nadenk terug te leiden naar mijn vondeling-zijn. 

Enige tijd geleden was ik op een vrouwendag van Debora’s Faith Movement. Het was een heerlijke dag, vol ontmoeting en aanmoediging. Vol ook van aanbidding en in de aanwezigheid van God zijn. Zo werden we in de ochtend uitgenodigd om een uur lang in de stilte bij God te zijn. Hoewel ik hou van conferenties omdat er altijd zoveel onderwijs aangeboden wordt, hou ik ook van in de stilte zijn. Op een conferentie een uur lang stil zijn heb ik nog niet eerder ervaren.

Tijdens het stilte moment, wat veel te snel voorbij was wat mij betreft, vroeg ik God wat Hij mij te zeggen had. En er gebeurde het volgende, ik zei:

‘Heer spreek, ik luister. Help me luisteren, echt luisteren naar Uw stem. Wat wilt U mij zeggen?’

En meteen op dat moment ervoer ik zoveel blijdschap, liefde en vertedering. Ik geloof echt dat de Heilige Geest mij dit op dat moment liet voelen. Het deed mij denken aan die eerste dagen na de bevalling wanneer je de wieg inkijkt en je pasgeboren kindje ziet liggen. Afgezien van de opluchting dat de bevalling voorbij is, is er ook zoveel blijdschap en vertedering voor je kindje. Je wilt het koesteren en voor altijd bij je houden en beschermen voor al het kwaad dat in de wereld aanwezig is. En ik realiseerde me dat dit is wat God voor mij voelt. Zoveel blijdschap, zoveel liefde.

Toen zei God: ‘Jij bent niet langer een vondeling, schud dat van je af. Gooi die vloek van je af. Breek daarmee. Laat deze vloek niet langer over je heersen. Jij bent Mijn innig geliefde dochter. Noem mij Abba, je hebt er recht toe.’ 

Dit was het punt dat ik mij realiseerde hoezeer ik onder die vloek heb geleefd. Het is net als die uitdrukking over het kind uit de sloppenwijk. Ook ik werd van vondeling, geliefde dochter van God. Toch heb ik nooit echt met het vondeling-zijn afgerekend. 

Misschien komt het raar bij je over wanneer ik het heb over ‘een vloek’. Ergens voel je wat ik bedoel, maar geloof me dat de manier waarop je over jezelf of de ander spreekt gevolgen heeft. Ik heb het in mijn eerdere blog over mijn olijfboompje ook al genoemd. Woorden hebben kracht. Door mijzelf regelmatig een vondeling te noemen heb ik een vloek over mijzelf uitgesproken. Hiermee heb ik ten diepste gezegd dat het logisch is dat ik geen ruimte mag innemen, dat ik weggezet kan worden, dat men mij niet nodig heeft, enzovoorts. En geloof me, ik heb dat niet bewust gedaan, maar het gebeurde wel. 

Terwijl ik daar op die vrouwendag in de betrekkelijke stilte zat, heb ik me afgekeerd van deze vloek. Ik heb hardop beleden dat dit niet is hoe ik wil en behoor te leven. Daar op mijn knieën in volledige overgave heb ik mijn vondelingschap afgelegd. Ik heb me afgekeerd van elke twijfel of ook ik volledig en compleet Gods geliefde dochter ben. Ik heb gebroken met de vloek en zo mijn kindschap compleet aangenomen en aanvaard. 

God vestigde hierna mijn aandacht op Galaten 4: 4-7. En ik begreep ineens echt wat God bedoelde. Mijn identiteit als kind van God ligt al jaren vast, geen twijfel hierover. Toch had ik altijd nog moeite met Abba of Pappa tegen God te zeggen. Daar zat een stukje schaamte of schroom. Ik voelde me niet vrij genoeg. 

Maar toen kon eindelijk in alle vrijheid en met zekerheid God aanroepen met Abba en Pappa. Ik heb het daar gecheckt en gecheckt. Eerst zachtjes voor me uit prevelend Pappa, Pappa. Daarna steeds harder en tijdens de aanbidding voluit. Geen greintje twijfel en schroom meer. Alleen maar vreugde! 

Het is zo’n bijzondere ervaring. Opnieuw weer meer vrijheid. Vrijheid om steeds meer te zijn en te leven zoals God mij al ziet. Te leven als kind van de Koning betekent een koninklijk leven. Ik ontdek steeds meer wat dit inhoudt, al weet ik zeker dat hierover nog genoeg te ontdekken is en in te groeien valt.

Hoe dan ook, wat zeker is en niemand mij meer af kan nemen is;  

Ik ben een Koningsdochter, kind en erfgenaam. Gods Geest is Zijn DNA in mij. Hierdoor ben ik voor altijd een Abba-zegger!

Voor nu geniet ik van deze wetenschap en kijk ik uit naar nog meer avontuurlijke ontdekkingen met de Geest.

55. In rust en vertrouwen…

Afgelopen weekend had ik een vrouwenweekend. Het was opnieuw weer mooi. Zet een stel prachtige vrouwen die elkaar niet of nauwelijks kennen bij elkaar en geef God alle ruimte. Dan gebeuren er bijzondere dingen! Samen in Gods aanwezigheid en door de kracht van Zijn Heilige Geest delen, ontdekken, groeien en genieten!

Vanochtend, toen ik weer heerlijk in mijn eigen bed wakker werd voelde ik me ietwat uitgeput. Om te mogen dienen in, en te bouwen aan Gods Koninkrijk is prachtig, maar kost ook best wat energie. Toch was mijn vraag aan God ‘wat nu? Wat mag ik nu gaan doen?’ Terwijl ik dit nog vroeg klonken Zijn woorden in mijn hoofd ‘in rust en vertrouwen ligt jouw kracht’.

Alleen al bij het woord rust, ervoer ik een oase van ontspanning en ik moest terugdenken aan een training die ik vorig jaar mei mocht bijwonen. Hier heb ik toen een blog over geschreven. Voor mijn gevoel is het een belangrijke herinnering en aanmoediging, voor jou én voor mezelf. Vandaar dat ik deze blog hieronder met je deel.

Vorige jaar was de LoveGodGreatly Intensive. Een tweejaarlijkse conferentie waarbij LGG teams van over de hele wereld bij elkaar komen voor training, bemoediging en het uitwisselen van ervaringen en getuigenissen. Als onderdeel van het Nederlandse team mocht ik daar samen met een collega aanwezig zijn. Het was letterlijk intensief maar zo goed om met elkaar en bij elkaar in Gods aanwezigheid te zijn en bekrachtigd te worden in onze bediening. Één van de trainingen ging over ‘self-care in ministry’. Voor jezelf zorgen wanneer je in Gods Koninkrijk aan het werk bent. Dat klink goed toch?! Een prachtig mooi streven waar velen van ons naar verlangen.

Maar… zo vaak vergeten wij dat. Of we doen het niet omdat we ons er schuldig over voelen. Vaak hebben we het ook te druk en weten we eigenlijk niet waar we de tijd vandaan moeten halen. Het lijkt wel dat in deze huidige maatschappij waarin er van alles van ons verwacht wordt, we het druk moeten hebben. Dat we moeten presteren, dat we moeten kunnen vertellen dat we ‘iets’ aan het doen zijn. De druk op het ‘moeten’ ligt hoog.

Over de christenvrouw is er ooit ergens het beeld ontstaan dat we alles altijd perfect moeten kunnen doen. We werken, we doen het huishouden, we zorgen voor de kinderen, we hebben een vrijwilligerstaak en houden de financiën bij. En dat alles moet het hele jaar als een goed geoliede machine draaien. In spreuken 31 lezen we hoe een ‘goede vrouw’ moet zijn. Misschien bekruipt jou ook, net als mij, dat ongemakkelijke gevoel dat je dit toch nooit zo zal bereiken. Persoonlijk vind ik vers 30 van dit hoofdstuk een bemoediging. Ik leer hier uit dat het niet om de uiterlijkheden draait, maar om het feit dat je ontzag hebt voor God.

Ontzag hebben voor God ontstaat wanneer je God leert kennen. Wanneer je weet wie Hij is en wat Zijn karakter is. Wanneer je weet wie Hij voor jou wil zijn. Wat Hij voor jou wil betekenen en hoe Hij jou wil helpen.

Om God te leren kennen is het nodig om Zijn woord te bestuderen en in Zijn aanwezigheid te zijn. Dit kost tijd, kostbare tijd. Kostbaar omdat we vaak denken dat we die tijd niet hebben. Tegelijk kostbaar in de diepere zin van het woord. Omdat het een investering is in onszelf die uiterst waardevol is, vanuit geestelijke zin bekeken dan.

De spreekster van deze training noemde de term ‘strategic withdrawal’. Strategisch terugtrekken. En dat is precies wat er nodig is om ons staande te houden in onze bediening.

Als christenvrouwen in een bediening bevinden we ons midden in de geestelijke strijd. Om in die strijd te kunnen volharden is het belangrijk om je soms strategisch terug te trekken. Terugtrekken is dan onderdeel van je strategie om te kunnen blijven strijden en te kunnen verslaan! Als we als strijders uitgeput raken kunnen we in de strijd niet meer van betekenis zijn.

Net als een brandweerman die tijdens het blussen regelmatig even een stap terug moet doen om zijn longen van verse zuurstof te voorzien, zo moeten ook wij regelmatig even een stap terug doen. Ons even uit de strijd terug trekken om ons van nieuwe kracht en energie te laten voorzien.

Ik vond dat zo mooi en zo bemoedigend! Het werk wat je doet, jouw taak en de mijne is belangrijk in het Koninkrijk van God. Het is belangrijk om dat serieus te nemen en daar serieus mee om te gaan. Zet jezelf en jouw taak niet weg als onbelangrijk. Richt jezelf niet op wat de maatschappij van je verwacht of verlangt. Maar richt je op God. Geloof in Zijn woord en zie Zijn manier van kijken naar jou. Jij bent het waard en jij bent van betekenis in Zijn Koninkrijk.

Je hebt de verantwoordelijkheid om goed voor jezelf te zorgen. Hoe je dat doet is voor iedereen anders. Denk niet dat je altijd maar alles aan moet kunnen. Dat wanneer je in Gods koninkrijk bezig bent, je ook altijd op alles ja moet zeggen en altijd overal van betekenis moet zijn. Dat kan je menselijk gezien niet. Het is echt oké om je terug te trekken en uit te rusten en nieuwe energie op te doen! Rust maar uit bij God. Laad jezelf op in Zijn aanwezigheid. Hij zal je alles geven wat je nodig hebt. Hij zorgt voor jou! Hij is jouw bron en Hij zegent jou met nieuwe energie. Zodat je vanuit Zijn kracht het strijdveld weer op kan gaan om de vijand te verslaan.

Wij strijden vanuit God! Wij strijden vanuit de overwinning!

Komende dagen trek ik me dus weer even terug. Gewoon genieten van de zon en mooie ontmoetingen hebben met God. Het is mijn gebed dat ook jij, met regelmaat deze ruimte voor jezelf durft in te nemen. Je bent het waard!

ps. De blog “Strategisch terugtrekken’ is terug te vinden op de website van LoveGodGreatly Nederlands

54. Vondelingenkamer

Met tranen in mijn ogen zit ik hier achter mijn laptop. Ik weet dat ik moet schrijven, het helpt mij om dingen te verwerken die vaak te groots zijn aan emoties. Mijn schrijfsels zijn net zo goed tot zegen voor mij als voor jou. 

Vandaag was een dag vol emotie. Halverwege de ochtend ervoer ik al een gouden rand om deze dag, soms heb je van die dagen! Ik had een supertoffe ontmoeting met een vriendinnetje die ik al tijden niet had gezien. Wij zijn beide uit diepe onstabiele dalen omhoog geklommen. We concludeerden allebei dat we nu steady in het leven staan. Dat we weten wat we (aan)kunnen, wie we zijn en bovenal van Wie we zijn. 

Daarna naar mijn ‘kantoor’ om heerlijk te schrijven en zo een paar projectjes te kunnen afronden.  Tijdens mijn middagwandeling eindelijk de Blauwborst gespot. Een prachtig zangvogeltje die vanaf half maart ons land aandoet. Als ik hem zie is dat voor mij hét teken dat het voorjaar is begonnen! Het seizoen van nieuw leven is weer aangebroken. Ik zie het overal om me heen. En ik geniet er enorm van. Toch, een kwartiertje later zag ik een andere kant van nieuw leven. Pijnlijk, rauw en confronterend. Op dat moment brak mijn hart opnieuw in duizend stukjes… 

Na mijn ontmoeting met de Blauwborst moest ik eigenlijk nodig naar de wc. Als ik vanuit het groen net buiten de stad, naar huis wandel, kom ik langs het ziekenhuis waar ik even naar de wc kan. Super handig! Terwijl ik het ziekenhuis inloop zie ik ineens op een deur een bordje met daarop ‘Vondelingenkamer’. Ik registreer het niet direct, maar terwijl ik doorloop naar de wc bonkt mijn hart in mijn keel. En in mijn hoofd klinkt continu ‘vondeling, vondeling, vondeling…’ Wanneer ik terugloop en weer in het halletje sta waar die deur is zie ik dat het er echt staat. En mijn hart huilt. Ik weet dan nog niet precies wat er achter die deur zit. Maar alleen al dat woord zo op de deur te zien raakt me enorm. Het herinnert me eraan hoe eigen ik me dat woord heb gemaakt. Hoe ik het woord ‘vondeling’ als het ware voel. En zomaar ineens komen oude gevoelens van afwijzing, eenzaamheid, verlatenheid en geen recht van bestaan weer in me op. Met mijn hoofd weet ik dat het geen waarheid is, maar oh wat voelt het weer even als waarheid. 

Daar waar ik eerder deze dag met een dankbaar hart had geconcludeerd dat ik nu veel steadier ben dan voorheen, zak ik een halve dag later bijna door mijn knieën van pijn en verdriet. 

Thuis app ik mijn buurvrouw die in het ziekenhuis werkt en vraag haar wat zij hiervan afweet. En ze stuurt me een artikel met verwijzing naar de website van de stichting Beschermde wieg. Google ze maar eens, ze doen prachtig werk. Met hun Vondelingenkamers (er zijn er meerderen door het land verspreid) hebben ze al heel wat levens van moeder én kind gered. En dat is prachtig. 

Tegelijk is het super pijnlijk en confronterend. Het is pijnlijk omdat het blijkbaar nodig is. Te weten dat er zwangere vrouwen zijn die om wat voor redenen dan ook hun kindje af moeten staan. Ik kan me niet voorstellen hoe je dat als moeder zou kunnen. Ik zou het niet kunnen. Tegelijk vind ik het voor mezelf confronterend omdat het me herinnert aan mijn eigen vondelingschap en de impact hiervan op mijn identiteit. 

Ik kan beredeneren dat mijn geboortemoeder misschien wel de meest liefdevolle en krachtigste beslissing heeft genomen door mij op de trappen van het kindertehuis neer te leggen. Misschien mag ik juist wel blij zijn dat ze me juist daar heeft achtergelaten en niet ergens in een steegje achteraf.  Dan was ik hoogstwaarschijnlijk overleden. Ik kan er al pratend een mooi verhaal van maken. Feit blijft toch dat mijn geboortemoeder mij niet heeft gehouden. Ik ben afgestaan, weggelegd en verlaten. En omdat ik weet hoeveel impact dit kan hebben op je persoonlijke ontwikkeling breekt mijn hart voor al die baby’tjes die in een wiegje in een Vondelingenkamer hebben moeten liggen. Ook al zijn hun omstandigheden beter, toch zijn ook zij afgestaan, weggelegd en verlaten. En echt ik spreek hiermee geen veroordeling uit naar de moeders. Het is moedig om te erkennen dat je kind beter af kan zijn bij een ander. Maar hoe goed het kindje het ook gaat hebben bij een ander gezin, het gaat ook iets doen met hechting en andere issues die van invloed zijn op de identiteitsontwikkeling. 

Nu ik dit allemaal typ en erover nadenk huil ik en ervaar ik het diepe verdriet van onrecht en duisternis. Mijn hart schreeuwt omdat het allemaal zo ontzettend gemeen en oneerlijk is. Dit is niet waarom God de wereld maakte. Dit is niet wat God voor ogen had toen Hij aan het eind van de schepping zag dat ‘het goed was’. Dit is niet goed. 

En toch… ik wil niet hopeloos blijven zitten. Mijn hart schreeuwt het opnieuw uit naar God, omdat ik weet dat ik ook met dit verdriet bij Hem mag zijn. En Hij huilt met mij mee en beaamt dat het niet is zoals Hij de wereld bedoeld heeft. Al het onrecht en de pijn. Terwijl mijn tranen vloeien hoor ik Zijn troostvolle stem die zegt; ‘Dit is precies waar Mijn Zoon Jezus voor stierf. Om ook dit onrecht teniet te doen’. 

Terwijl het in mijn binnenste nog één grote warboel is ervaar ik ten diepste toch ook een innerlijke rust en vrede. Verschillende intense emoties overspoelen me, golf na golf, ondanks alles weet ik dat het vondeling zijn niet bepalend is voor mijn identiteit. Ik kies ervoor om dit weten belangrijker te vinden en mijn waarheid te laten zijn. Mijn ware identiteit wordt bepaald door mijn Hemelse Vader. Hoe Hij mij ziet en wie Hij zegt dat ik ben. En hoewel ik me nu nog wat wiebelig en warrig voel, sta ik ten diepste stevig rechtop. Omdat ik weet van Wie ik ben. Ik ben echt nog steeds verdrietig, ik geloof ook dat ik dit er even mag laten zijn. Tegelijk ben ik ook getroost en dankbaar voor het offer van mijn Jezus. Zijn bloed maakt dat ik God mijn Vader mag noemen. Door mijn Hemelse Vader ben ik opnieuw gevonden en maak ik nu voor eeuwig deel uit van Zijn huisgezin! 

53. Verrassen

‘Wil jij je door God laten verrassen?’ Deze vraag hoorde ik afgelopen weekend iemand stellen en hij kwam bij mij binnen.

Eerlijk gezegd hou ik niet zo van verrassingen. Ik ben in mijn leven teveel verrast, maar dan op een negatieve manier. Verrassingen maken me onzeker, de onvoorspelbaarheid ervan zorgen bij mij niet voor een positieve verwachting. 

Vroeger was het altijd een verrassing hoe mijn vader thuiskwam uit zijn werk. Aan zijn manier van het huis binnen komen kon ik al enigszins horen welk humeur hij had. Aan de manier waarop hij de deur dicht deed, of de sleutels aan de kant legde kon ik afleiden hoe hij zou gaan reageren op wat ik zou gaan doen. Die verwachting bepaalde wat ik hem bijvoorbeeld zou kunnen vertellen. Ondanks dat ik leerde anticiperen op hoe hij reageerde, kon het toch altijd weer een verrassing zijn hoe hij daadwerkelijk reageerde. De enkele keer dat ik positief verrast was werd toch vaak na verloop van tijd afgestraft door alsnog een negatieve reactie te krijgen. 

Opgroeien met een manisch depressieve moeder heeft er ook voor gezorgd dat ik regelmatig op een negatieve manier verrast werd. Het was lange tijd een verrassing hoe ik de boel thuis aan zou treffen als ik uit school kwam. Stond de thee klaar, dan wist ik dat mijn moeder een goede dag had gehad. Was het aanrecht een chaos, stonden de kastdeurtjes open, dan kon ik met behoorlijke zekerheid verwachten dat mijn moeder inmiddels uitgeput op bed lag en mocht ik puinruimen. 

Zelf hou ik er dus niet van om verrast te worden, omdat de verrassingen die ik heb meegemaakt niet zo positief waren. Toch hou ik ervan om anderen te verrassen. Ik heb meerdere verrassingsverjaardagsfeestjes georganiseerd voor lieve mensen in mijn omgeving. Elke keer weer een succes en dan geniet ik ook echt van de verraste gezichten. Ik hou ervan om mensen te laten merken hoe geliefd ze zijn en verras de ander graag met een kaartje of bloemetje. Misschien probeer ik hiermee te compenseren wat de lading van het woord verrassen eigenlijk bij mij oproept. 

Op mijn afgelopen verjaardag zei manlief dat de maaltijd anders zou gaan dan ik in gedachten had. Ik moest op een bepaalde tijd klaar zijn en me laten verrassen. Eerlijk mijn hartslag vloog omhoog. En hoewel ik met een stoere blik deed alsof ik me overgaf voelde het alles behalve relaxed. Dat zette me aan het denken. Wat werd er hier getriggerd?

Lange tijd heb ik het nodig gehad om zelf de controle op elk gebied in mijn leven te hebben. Mede omdat ik de mensen om me heen niet echt kon vertrouwen. In de basis zouden ouders een stabiel en betrouwbaar voorbeeld voor hun kinderen moeten zijn. Ik heb dat nooit echt gekend, sterker nog; ík heb thuis jaren die stabiele en betrouwbare factor moeten zijn. Dat begon al op veel te jonge leeftijd. 

Verrassingen en vertrouwen hebben dus wat mij betreft heel veel met elkaar te maken. En toen ik me dat realiseerde viel er bij mij een kwartje. Het onbetrouwbare van mijn ouders zorgde ook voor onbetrouwbare verrassingen. Mijn ouders hebben mij nooit moedwillig een verrassend leven bezorgd, daar ben ik van overtuigd. Maar de verrassing die manlief voor mij gepland had, daar zit een stabiel en betrouwbaar hart achter. Dat was wat ik me ineens realiseerde en waardoor ik werkelijk in de relaxe stand kon gaan zitten. Ik realiseerde me dat ik een verrassing aankan wanneer ik de persoon erachter kan vertrouwen. 

Zo werkt het ook met God. Toen ik afgelopen weekend de vraag kreeg ‘wil jij je door God laten verrassen?’ Klonk daar allereerst de vraag ‘durf ik me door God te laten verrassen?’ Ik wilde het namelijk heel graag, maar durfde ik het ook? Bijzonder hoe ik dan eerder die week hier al in mocht oefenen en ontdekt had dat dit voor mij zo samenhangt met door wie ik me laat verrassen. 

Dus, om op de eerste vraag van deze blog antwoord te geven; Ja, door God wil ik me laten verrassen. Omdat ik Hem vertrouw. Ik weet dat ik Hem kan vertrouwen, Hij zegt in Zijn woord dat Hij een goede toekomst voor mij heeft. Dan kan het niet anders dat een leven met Hem vol mooie verrassingen zal zijn. Daar durf ik wel op te vertrouwen.

Bovendien heeft Hij mij in het verleden nog nooit teleurgesteld. Hij was en is en zal zijn betrouwbaar! Hij is een goede God. Altijd!

52. Gods gouden confetti

Afgelopen weekeind mocht ik aanwezig zijn bij een vrouwenconferentie die georganiseerd werd door Lume en She Rises. Het thema was Expedition Glory; Gods glorie zien, ontvangen en delen. Zelf mocht ik samen met mijn co leader van Love God Greatly een workshop geven over onze bijbelstudiemethode. Dit schrijven gaat geen promotie blog voor de organisatie of voor het ‘SOAPen’ worden, daarvoor verwijs ik je graag naar onze site.

Tijdens deze conferentie werd ik opnieuw geraakt door de grootsheid van de God die ik dien. Persoonlijk heb ik Gods glorie tijdens de aanbidding mogen aanschouwen. Wanneer iemand zingt dat God groot is, of Hem aanbidt omdat Hij zo’n liefdevolle Vader is, dan gebeurt er iets met het gezicht van die ander. Als er een koor van stemmen opklinkt en we gezamenlijk zingen over Gods grootheid, dan verandert de atmosfeer. Alsof de hemel open gaat en wat van Gods glorie veel directer bij ons binnen kan komen. Ik zag als het ware gouden confetti uit de hemel op een ieder in de zaal neerdalen.  

Ik ontving ook Gods glorie terwijl ik hoorde hoe geliefd ik ben. Ik ervoer Zijn glorie toen ik me, opnieuw, realiseerde dat het bloed van Zijn Zoon Jezus mij volkomen heeft vrijgemaakt en ik Gods Koningsdochter ben. Ik mag mijn gouden kroon dagelijks dragen met trots en waardigheid.

Ik mocht Gods glorie delen, toen ik getuigde tijdens het geven van de workshop over een moment hoe God door de bijbel heen tot mij sprak. Over hoe Hij, net als bij Elisabeth, mijn schaamte heeft weggenomen, door het bloed van Jezus.

Klinkt goed wat ik tot nu toe deel nietwaar?! Gods glorie zien, ontvangen en delen. Ik heb het allemaal meegemaakt. Toch, als ik hier zou stoppen krijg je een heel vertekenend beeld van hoe ik het weekeind heb ervaren. 

Ik kwam namelijk niet thuis in een glorieuze stemming. Erger nog, ik baalde en was gefrustreerd. Tijdens het evaluatierondje met lieve zussen waarmee ik samen was heb ik een potje zitten huilen van boosheid en teleurstelling. Het grootste gedeelte van het weekeind had ik namelijk verschrikkelijke hoofdpijn. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik niet zo intens van het weekeind heb kunnen genieten als ik anders waarschijnlijk had gedaan. Ik ben eerder van programmaonderdelen weggegaan omdat het geluid in de zaal niet te harden was vanwege de hoofdpijn. Ik kan eerlijk zeggen dat niet ik, maar God in mij tijdens het weekeind functioneerde. 

In mijn vorige blog sprak ik over dat God wil dat ik spreek. Het leiden van de workshop was wat mij betreft een prachtige oefenplek. Ik heb echt ervaren dat God verschillende puzzelstukjes hiermee op de juiste plek schoof. Vooraf had ik verwacht op mijn gedachten en identiteit aangevallen te zullen worden. Daar had ik me op voorbereid door Gods woord hierover paraat te hebben, zodat ik naar hartelust met mijn zwaard kon staan zwaaien om zo Gods waarheid tegenover de leugens van de vijand te zetten. Om eerlijk te zijn, Godzijdank, heb ik me geen moment onzeker of zenuwachtig gevoeld. Geen leugen die omhoog popte in mijn brein. Niet over wat ik wilde zeggen, over hoe ik zou reageren of wat de deelnemers van mij zouden gaan denken. ook achteraf geen aanklacht die mijn gedachten binnenkwam. Ik wist me zeker van het feit dat God wilde dat ik die workshop zou leiden. Tijdens de conferentie werd er telkens tegen de spreekster gezegd ‘the stage is yours’. Zo heb ik ook echt ervaren dat God tegen mij zei ‘the stage is yours. Given by Me’.

Maar die hoofdpijnen dan? Tijdens de evaluatie zei één van mijn zussen heel wijs ‘de vijand weet dat jij niet gaat wankelen als hij je aanvalt op je identiteit, dus valt hij je lichaam aan en maakt hij je op die manier zwak. Zo moet je wel afhankelijk zijn van God en kan Hij door je heen werken.’

Helemaal mee eens, toch is dat niet het einde en hoef ik daar geen genoegen mee te nemen. Juist tijdens deze conferentie heb ik opnieuw gezien en geleerd over Gods glorie en dat wij die al ontvangen hebben. Er werd ook gesproken over belemmeringen die je tegen houden om Gods glorie uit te delen. Voor mijn gevoel was mijn hoofdpijn echt één van die belemmeringen. Het heeft me belemmerd om volop te kunnen genieten van in Gods glorie zijn. Vooraf had ik al het gevoel dat ik een blog over deze conferentie mocht schrijven. Toen ik thuiskwam had ik er eigenlijk niet zoveel zin in. Naar een beeldscherm kijken maakt mijn hoofdpijn er ook niet echt minder op. Dus gister was ik echt in een mineurstemming. Met mijn hoofd kon ik bedenken dat ik Gods glorie heb kunnen delen, maar glorieus was het niet. 

Vanochtend toen ik in gesprek was met God liet Hij me weten dat het in elk geval goed zit tussen Hem en mij. Ik ben nog steeds Zijn innig geliefde dochter waar Hij over jubelt. Zijn glorie is ín mij, of ik nu hoofdpijn heb of niet. Vanochtend zei God me dat ik die hoofdpijnen elk moment mag wegsturen. Hoofdpijn is niet wat Hij voor Zijn geliefde kinderen wil, ook niet om hen iets te leren. Ik hoef me hier niet door te laten tegenhouden. Tegelijk hoef ik het ook niet te negeren! Het is zoals dit weekeind krachtig verkondigd werd ‘Pray, Prepare and Pursue’. Door te bidden richt ik me op God, ik treed Zijn troonzaal binnen waar Zijn glorie tastbaar aanwezig is. Wanneer ik in Zijn aanwezigheid ben, kan het niet anders dan dat ik Zijn glorie ontvang en met me meeneem. Die glorie is in mij aanwezig, of ik nu hoofdpijn heb of niet. Bij God zijn en van Hem ontvangen helpt mij te weten hoe ik kan wandelen in mijn roeping. Ik streef ernaar om Gods glorie te delen met de mensen om me heen. Ik wil laten zien wie God is door te getuigen van Zijn wonderen in mijn leven. Dit gebeurt met vallen en opstaan. Dus nog lang niet op de perfecte manier zoals ik het natuurlijk liever zou zien. Groeimogelijkheden genoeg! Met of zonder hoofdpijn.

Weet je nog dat ik het aan het begin van deze blog had over de gouden confetti die uit de hemel neerdaalde tijdens de worship?! Het leuke aan confetti is dat je het overal tegen kan komen. Als je met confetti bestrooid bent geweest, dan kan het zomaar zijn dat er een paar uur later ineens weer een confetti uit je haar valt. Zo werkt het ook echt met Gods glorie. Zomaar op een onverwachts moment mag je Gods glorie delen of ervaar je bij een ander Gods glorie. 

Het is mijn verlangen dat iedereen regelmatig onder een douche van gouden confetti uit de hemel mag staan en zo Gods glorie mag ervaren, om te ontvangen en weer uit te delen. Hoe tof zou het zijn wanneer we zo deze wereld van een gouden gloed kunnen voorzien. 

Wat mij betreft heeft deze prachtige conferentie hier al een mooie aanzet toe gegeven. Te bedenken dat de deelnemers uit alle hoeken van Nederland kwamen doet me zeker weten dat Gods gouden confetti in alle hoeken van Nederland te zien gaat zijn. Hoe of wanneer maakt niet uit. Gods glorie is overal aanwezig!

51. Woorden van zegen

Sinds wij op vakantie zijn geweest naar Griekenland roep ik aldoor dat ik zo graag een olijfboom zou wil hebben. Olijfbomen zijn prachtig. Ze staan symbool voor leven, standvastigheid, wijsheid en betrouwbaarheid. Het volk Israël wordt in de bijbel vergelijken met een olijfboom. Ze zijn heilig en apart gezet door God Zelf. Helaas zijn de olijfbomen die wij hebben gezien natuurlijk veel te groot voor onze kleine stadstuin. Dus ik had me er bij neergelegd gewoon vaker naar Griekenland op vakantie te gaan om daar de olijfbomen te bewonderen. 

Toch kreeg ik afgelopen juli een prachtige olijfboom. Manlief had er speciaal voor mij één besteld en vlak na onze 25ste trouwdag werd hij bezorgd. Een bonsai olijfboompje. Zo lief. Een prachtige miniatuur van de grote Griekse olijfbomen. Superlief bedacht en ik vind hem echt heel mooi. Toch vraagt zo’n bonsai versie nog wel de nodige aandacht. Na een paar maand bleek dat ik het niet de aandacht gaf die het nodig had en hij verdorde. Alleen al als ik er op blies vielen zijn blaadjes er af. Vanaf toen gaf ik het echt meer aandacht, ik zocht op internet op hoe ik het moest behandelen en deed dat. Maar het hielp niet. Ik baalde en dacht ja hoor, heb ik weer. Dus toch geen groene vingers…

Tot ik op een nacht bedacht dat ik niet mee wil gaan in die negatieve gedachten. Ik geloof dat woorden kracht hebben. Met het woord ‘geloof’ bedoel ik dat ik het zeker weet. Het is niet een aarzelend denken van dat het eventueel misschien wel zo zal zijn. Het is zo en zal zo zijn.

Ik geloof in de kracht van woorden, zowel negatief als positief. In de bijbel lees ik dat ‘dood en leven in de macht van mijn tong zijn’ (Spreuken 18: 21). Als ik geloof dat de bijbel Gods woord en waarheid bevat, en dat weet ik zeker, dan mag ik ook zeker weten dat de woorden die ik spreek leven of dood kunnen betekenen. 

Die nacht stond ik te wachten tot de waterkoker klaar zou zijn voor mijn kruik en vanuit mijn ooghoek zag ik het dorre olijfboompje. Terwijl ik nadacht over de kracht van woorden herinnerde ik me een voorbeeld van iemand over twee potjes gekookte rijst. Het ene potje rijst werd elke dag vervloekt maar over de andere werd elke dag zegen uitgesproken. Het resultaat was dat de vervloekte na verloop van tijd schimmel vertoonde. De gezegende rijst bleef goed. Misschien klinkt je dit ongelofelijk in de oren, dat was bij mij in elk geval wel zo. Tegelijk is het een bewijs van hoe krachtig onze uitgesproken woorden zijn. 

Terwijl ik daarover nadacht en de verlepte olijfboom zag staan, begon ik zegen uit te spreken over de olijfboom. Ik zegende zijn takken, zijn wortels en zijn groei. En ondertussen dacht ik aan de wonderboom van Jona en hoe die in één nacht omhoog kwam. 

Ik voelde me ergens een beetje stom, ik was blij dat het nacht was en ik alleen tegen de olijfboom stond te praten. Tegelijk had ik wel een innerlijke overtuiging dat het goed was wat ik deed. 

Achteraf heb ik het niemand durven vertellen, het was wel een beetje gek. Ik hoorde de aanklacht in mijn hoofd dat het maar een stom idee was, wie gaat er nou tegen een boompje praten en het zegenen. Met de verwachting dat het weer gaat groeien. 

Toch ben ik het blijven zegenen. Niet als er anderen bij waren hoor, dat geef ik eerlijk toe. Ik sprak er af en toe een positief bemoedigend woord tegen als ik er langs liep. Ik vertelde het boompje dat ik blij was dat het er nog steeds stond. Het boompje stond voor mij symbool voor Gods kracht en heiligheid. Het herinnerde mij aan de moeite en liefde die mijn man voor mij gedaan had. Het deed me denken aan de toffe vakantie die wij als gezin in Griekenland hadden ter gelegenheid van ons 25-jarig huwelijk. Dus ik bleef het olijfboompje zegenen met allerlei goede woorden die ik hardop over hem uitsprak. 

En weet je, na een week zag ik kleine lichtgroene stipjes op de takken. In eerste instantie geloofde ik het niet echt, toch werden ze groter. Binnen twee week had mijn dorre olijfboompje weer nieuwe frisgroene blaadjes. Telkens als ik er langs loop, er mensen over vertel of er weer aan denk word ik blij en krijg ik een glimlach van oor tot oor. 

Het heeft mij bevestigd om te geloven in de kracht van woorden. Ik besef dat ik de kracht van woorden onderschat heb. Over het algemeen ben ik vrij stil van aard. Van huis uit heb ik geleerd dat het pijnlijk kan zijn om teveel te zeggen, dus nam ik het risico liever niet en hield me stil. Maar de afgelopen maanden heeft God me laten weten dat ik een stem heb gekregen om hem te gebruiken. God wil dat ik Zijn woorden spreek. Hij wil dat ik Zijn waarheid deel. Waarheid die ik uit Zijn woord, de bijbel haal. Eerlijk gezegd heeft me dat beangstigd. Gods (nieuwe) opdracht omarmde ik niet direct. Tegelijk merk ik Gods geduld hierin. Hij vormt, Hij kneed en Hij laat me groeien. Hij zet mij niet direct op een groot podium, al heb ik wel de verwachting dat ik daar ooit zal staan. Voorlopig mag ik doorgaan met het dienen van vrouwen, hen onderwijzen en delen van Gods waarheid zodat zij Gods Vaderhart steeds beter leren kennen en Zijn stem steeds beter leren verstaan. Ik realiseer me dat mijn geschreven én gesproken woorden leven kunnen geven. Dat maakt me bewust van wat ik schrijf en zeg. Daarin vertrouw ik ook op Gods leiding. Vaak zat heb ik geen flauw idee wat ik moet zeggen. Maar ik weet wel dat als ik mijn mond niet open doe er überhaupt geen woord uitkomt. Dus ik begin met mijn mond open te doen en vertrouw dan maar op Gods Geest in mij die mij Zijn waarheid laat spreken.

Hij heeft mij mijn stem gegeven en ik vertrouw erop dat Hij mij zal leren te spreken. Ik ben geboren voor een tijd als deze om woorden van zegen en nieuw leven te spreken.  

Bizar, terwijl ik deze voorgaande zinnen typ waarvan ik dacht dat dat de laatsten van deze blog waren, ontvang ik een appje van een zus in het geloof. Zij vraagt me of ik een interview wil doen. Waarin ik mag getuigen van Wie God is en wat Hij voor mij heeft gedaan. 

God laat me direct spreken!