55. In rust en vertrouwen…

Afgelopen weekend had ik een vrouwenweekend. Het was opnieuw weer mooi. Zet een stel prachtige vrouwen die elkaar niet of nauwelijks kennen bij elkaar en geef God alle ruimte. Dan gebeuren er bijzondere dingen! Samen in Gods aanwezigheid en door de kracht van Zijn Heilige Geest delen, ontdekken, groeien en genieten!

Vanochtend, toen ik weer heerlijk in mijn eigen bed wakker werd voelde ik me ietwat uitgeput. Om te mogen dienen in, en te bouwen aan Gods Koninkrijk is prachtig, maar kost ook best wat energie. Toch was mijn vraag aan God ‘wat nu? Wat mag ik nu gaan doen?’ Terwijl ik dit nog vroeg klonken Zijn woorden in mijn hoofd ‘in rust en vertrouwen ligt jouw kracht’.

Alleen al bij het woord rust, ervoer ik een oase van ontspanning en ik moest terugdenken aan een training die ik vorig jaar mei mocht bijwonen. Hier heb ik toen een blog over geschreven. Voor mijn gevoel is het een belangrijke herinnering en aanmoediging, voor jou én voor mezelf. Vandaar dat ik deze blog hieronder met je deel.

Vorige jaar was de LoveGodGreatly Intensive. Een tweejaarlijkse conferentie waarbij LGG teams van over de hele wereld bij elkaar komen voor training, bemoediging en het uitwisselen van ervaringen en getuigenissen. Als onderdeel van het Nederlandse team mocht ik daar samen met een collega aanwezig zijn. Het was letterlijk intensief maar zo goed om met elkaar en bij elkaar in Gods aanwezigheid te zijn en bekrachtigd te worden in onze bediening. Één van de trainingen ging over ‘self-care in ministry’. Voor jezelf zorgen wanneer je in Gods Koninkrijk aan het werk bent. Dat klink goed toch?! Een prachtig mooi streven waar velen van ons naar verlangen.

Maar… zo vaak vergeten wij dat. Of we doen het niet omdat we ons er schuldig over voelen. Vaak hebben we het ook te druk en weten we eigenlijk niet waar we de tijd vandaan moeten halen. Het lijkt wel dat in deze huidige maatschappij waarin er van alles van ons verwacht wordt, we het druk moeten hebben. Dat we moeten presteren, dat we moeten kunnen vertellen dat we ‘iets’ aan het doen zijn. De druk op het ‘moeten’ ligt hoog.

Over de christenvrouw is er ooit ergens het beeld ontstaan dat we alles altijd perfect moeten kunnen doen. We werken, we doen het huishouden, we zorgen voor de kinderen, we hebben een vrijwilligerstaak en houden de financiën bij. En dat alles moet het hele jaar als een goed geoliede machine draaien. In spreuken 31 lezen we hoe een ‘goede vrouw’ moet zijn. Misschien bekruipt jou ook, net als mij, dat ongemakkelijke gevoel dat je dit toch nooit zo zal bereiken. Persoonlijk vind ik vers 30 van dit hoofdstuk een bemoediging. Ik leer hier uit dat het niet om de uiterlijkheden draait, maar om het feit dat je ontzag hebt voor God.

Ontzag hebben voor God ontstaat wanneer je God leert kennen. Wanneer je weet wie Hij is en wat Zijn karakter is. Wanneer je weet wie Hij voor jou wil zijn. Wat Hij voor jou wil betekenen en hoe Hij jou wil helpen.

Om God te leren kennen is het nodig om Zijn woord te bestuderen en in Zijn aanwezigheid te zijn. Dit kost tijd, kostbare tijd. Kostbaar omdat we vaak denken dat we die tijd niet hebben. Tegelijk kostbaar in de diepere zin van het woord. Omdat het een investering is in onszelf die uiterst waardevol is, vanuit geestelijke zin bekeken dan.

De spreekster van deze training noemde de term ‘strategic withdrawal’. Strategisch terugtrekken. En dat is precies wat er nodig is om ons staande te houden in onze bediening.

Als christenvrouwen in een bediening bevinden we ons midden in de geestelijke strijd. Om in die strijd te kunnen volharden is het belangrijk om je soms strategisch terug te trekken. Terugtrekken is dan onderdeel van je strategie om te kunnen blijven strijden en te kunnen verslaan! Als we als strijders uitgeput raken kunnen we in de strijd niet meer van betekenis zijn.

Net als een brandweerman die tijdens het blussen regelmatig even een stap terug moet doen om zijn longen van verse zuurstof te voorzien, zo moeten ook wij regelmatig even een stap terug doen. Ons even uit de strijd terug trekken om ons van nieuwe kracht en energie te laten voorzien.

Ik vond dat zo mooi en zo bemoedigend! Het werk wat je doet, jouw taak en de mijne is belangrijk in het Koninkrijk van God. Het is belangrijk om dat serieus te nemen en daar serieus mee om te gaan. Zet jezelf en jouw taak niet weg als onbelangrijk. Richt jezelf niet op wat de maatschappij van je verwacht of verlangt. Maar richt je op God. Geloof in Zijn woord en zie Zijn manier van kijken naar jou. Jij bent het waard en jij bent van betekenis in Zijn Koninkrijk.

Je hebt de verantwoordelijkheid om goed voor jezelf te zorgen. Hoe je dat doet is voor iedereen anders. Denk niet dat je altijd maar alles aan moet kunnen. Dat wanneer je in Gods koninkrijk bezig bent, je ook altijd op alles ja moet zeggen en altijd overal van betekenis moet zijn. Dat kan je menselijk gezien niet. Het is echt oké om je terug te trekken en uit te rusten en nieuwe energie op te doen! Rust maar uit bij God. Laad jezelf op in Zijn aanwezigheid. Hij zal je alles geven wat je nodig hebt. Hij zorgt voor jou! Hij is jouw bron en Hij zegent jou met nieuwe energie. Zodat je vanuit Zijn kracht het strijdveld weer op kan gaan om de vijand te verslaan.

Wij strijden vanuit God! Wij strijden vanuit de overwinning!

Komende dagen trek ik me dus weer even terug. Gewoon genieten van de zon en mooie ontmoetingen hebben met God. Het is mijn gebed dat ook jij, met regelmaat deze ruimte voor jezelf durft in te nemen. Je bent het waard!

ps. De blog “Strategisch terugtrekken’ is terug te vinden op de website van LoveGodGreatly Nederlands

54. Vondelingenkamer

Met tranen in mijn ogen zit ik hier achter mijn laptop. Ik weet dat ik moet schrijven, het helpt mij om dingen te verwerken die vaak te groots zijn aan emoties. Mijn schrijfsels zijn net zo goed tot zegen voor mij als voor jou. 

Vandaag was een dag vol emotie. Halverwege de ochtend ervoer ik al een gouden rand om deze dag, soms heb je van die dagen! Ik had een supertoffe ontmoeting met een vriendinnetje die ik al tijden niet had gezien. Wij zijn beide uit diepe onstabiele dalen omhoog geklommen. We concludeerden allebei dat we nu steady in het leven staan. Dat we weten wat we (aan)kunnen, wie we zijn en bovenal van Wie we zijn. 

Daarna naar mijn ‘kantoor’ om heerlijk te schrijven en zo een paar projectjes te kunnen afronden.  Tijdens mijn middagwandeling eindelijk de Blauwborst gespot. Een prachtig zangvogeltje die vanaf half maart ons land aandoet. Als ik hem zie is dat voor mij hét teken dat het voorjaar is begonnen! Het seizoen van nieuw leven is weer aangebroken. Ik zie het overal om me heen. En ik geniet er enorm van. Toch, een kwartiertje later zag ik een andere kant van nieuw leven. Pijnlijk, rauw en confronterend. Op dat moment brak mijn hart opnieuw in duizend stukjes… 

Na mijn ontmoeting met de Blauwborst moest ik eigenlijk nodig naar de wc. Als ik vanuit het groen net buiten de stad, naar huis wandel, kom ik langs het ziekenhuis waar ik even naar de wc kan. Super handig! Terwijl ik het ziekenhuis inloop zie ik ineens op een deur een bordje met daarop ‘Vondelingenkamer’. Ik registreer het niet direct, maar terwijl ik doorloop naar de wc bonkt mijn hart in mijn keel. En in mijn hoofd klinkt continu ‘vondeling, vondeling, vondeling…’ Wanneer ik terugloop en weer in het halletje sta waar die deur is zie ik dat het er echt staat. En mijn hart huilt. Ik weet dan nog niet precies wat er achter die deur zit. Maar alleen al dat woord zo op de deur te zien raakt me enorm. Het herinnert me eraan hoe eigen ik me dat woord heb gemaakt. Hoe ik het woord ‘vondeling’ als het ware voel. En zomaar ineens komen oude gevoelens van afwijzing, eenzaamheid, verlatenheid en geen recht van bestaan weer in me op. Met mijn hoofd weet ik dat het geen waarheid is, maar oh wat voelt het weer even als waarheid. 

Daar waar ik eerder deze dag met een dankbaar hart had geconcludeerd dat ik nu veel steadier ben dan voorheen, zak ik een halve dag later bijna door mijn knieën van pijn en verdriet. 

Thuis app ik mijn buurvrouw die in het ziekenhuis werkt en vraag haar wat zij hiervan afweet. En ze stuurt me een artikel met verwijzing naar de website van de stichting Beschermde wieg. Google ze maar eens, ze doen prachtig werk. Met hun Vondelingenkamers (er zijn er meerderen door het land verspreid) hebben ze al heel wat levens van moeder én kind gered. En dat is prachtig. 

Tegelijk is het super pijnlijk en confronterend. Het is pijnlijk omdat het blijkbaar nodig is. Te weten dat er zwangere vrouwen zijn die om wat voor redenen dan ook hun kindje af moeten staan. Ik kan me niet voorstellen hoe je dat als moeder zou kunnen. Ik zou het niet kunnen. Tegelijk vind ik het voor mezelf confronterend omdat het me herinnert aan mijn eigen vondelingschap en de impact hiervan op mijn identiteit. 

Ik kan beredeneren dat mijn geboortemoeder misschien wel de meest liefdevolle en krachtigste beslissing heeft genomen door mij op de trappen van het kindertehuis neer te leggen. Misschien mag ik juist wel blij zijn dat ze me juist daar heeft achtergelaten en niet ergens in een steegje achteraf.  Dan was ik hoogstwaarschijnlijk overleden. Ik kan er al pratend een mooi verhaal van maken. Feit blijft toch dat mijn geboortemoeder mij niet heeft gehouden. Ik ben afgestaan, weggelegd en verlaten. En omdat ik weet hoeveel impact dit kan hebben op je persoonlijke ontwikkeling breekt mijn hart voor al die baby’tjes die in een wiegje in een Vondelingenkamer hebben moeten liggen. Ook al zijn hun omstandigheden beter, toch zijn ook zij afgestaan, weggelegd en verlaten. En echt ik spreek hiermee geen veroordeling uit naar de moeders. Het is moedig om te erkennen dat je kind beter af kan zijn bij een ander. Maar hoe goed het kindje het ook gaat hebben bij een ander gezin, het gaat ook iets doen met hechting en andere issues die van invloed zijn op de identiteitsontwikkeling. 

Nu ik dit allemaal typ en erover nadenk huil ik en ervaar ik het diepe verdriet van onrecht en duisternis. Mijn hart schreeuwt omdat het allemaal zo ontzettend gemeen en oneerlijk is. Dit is niet waarom God de wereld maakte. Dit is niet wat God voor ogen had toen Hij aan het eind van de schepping zag dat ‘het goed was’. Dit is niet goed. 

En toch… ik wil niet hopeloos blijven zitten. Mijn hart schreeuwt het opnieuw uit naar God, omdat ik weet dat ik ook met dit verdriet bij Hem mag zijn. En Hij huilt met mij mee en beaamt dat het niet is zoals Hij de wereld bedoeld heeft. Al het onrecht en de pijn. Terwijl mijn tranen vloeien hoor ik Zijn troostvolle stem die zegt; ‘Dit is precies waar Mijn Zoon Jezus voor stierf. Om ook dit onrecht teniet te doen’. 

Terwijl het in mijn binnenste nog één grote warboel is ervaar ik ten diepste toch ook een innerlijke rust en vrede. Verschillende intense emoties overspoelen me, golf na golf, ondanks alles weet ik dat het vondeling zijn niet bepalend is voor mijn identiteit. Ik kies ervoor om dit weten belangrijker te vinden en mijn waarheid te laten zijn. Mijn ware identiteit wordt bepaald door mijn Hemelse Vader. Hoe Hij mij ziet en wie Hij zegt dat ik ben. En hoewel ik me nu nog wat wiebelig en warrig voel, sta ik ten diepste stevig rechtop. Omdat ik weet van Wie ik ben. Ik ben echt nog steeds verdrietig, ik geloof ook dat ik dit er even mag laten zijn. Tegelijk ben ik ook getroost en dankbaar voor het offer van mijn Jezus. Zijn bloed maakt dat ik God mijn Vader mag noemen. Door mijn Hemelse Vader ben ik opnieuw gevonden en maak ik nu voor eeuwig deel uit van Zijn huisgezin! 

53. Verrassen

‘Wil jij je door God laten verrassen?’ Deze vraag hoorde ik afgelopen weekend iemand stellen en hij kwam bij mij binnen.

Eerlijk gezegd hou ik niet zo van verrassingen. Ik ben in mijn leven teveel verrast, maar dan op een negatieve manier. Verrassingen maken me onzeker, de onvoorspelbaarheid ervan zorgen bij mij niet voor een positieve verwachting. 

Vroeger was het altijd een verrassing hoe mijn vader thuiskwam uit zijn werk. Aan zijn manier van het huis binnen komen kon ik al enigszins horen welk humeur hij had. Aan de manier waarop hij de deur dicht deed, of de sleutels aan de kant legde kon ik afleiden hoe hij zou gaan reageren op wat ik zou gaan doen. Die verwachting bepaalde wat ik hem bijvoorbeeld zou kunnen vertellen. Ondanks dat ik leerde anticiperen op hoe hij reageerde, kon het toch altijd weer een verrassing zijn hoe hij daadwerkelijk reageerde. De enkele keer dat ik positief verrast was werd toch vaak na verloop van tijd afgestraft door alsnog een negatieve reactie te krijgen. 

Opgroeien met een manisch depressieve moeder heeft er ook voor gezorgd dat ik regelmatig op een negatieve manier verrast werd. Het was lange tijd een verrassing hoe ik de boel thuis aan zou treffen als ik uit school kwam. Stond de thee klaar, dan wist ik dat mijn moeder een goede dag had gehad. Was het aanrecht een chaos, stonden de kastdeurtjes open, dan kon ik met behoorlijke zekerheid verwachten dat mijn moeder inmiddels uitgeput op bed lag en mocht ik puinruimen. 

Zelf hou ik er dus niet van om verrast te worden, omdat de verrassingen die ik heb meegemaakt niet zo positief waren. Toch hou ik ervan om anderen te verrassen. Ik heb meerdere verrassingsverjaardagsfeestjes georganiseerd voor lieve mensen in mijn omgeving. Elke keer weer een succes en dan geniet ik ook echt van de verraste gezichten. Ik hou ervan om mensen te laten merken hoe geliefd ze zijn en verras de ander graag met een kaartje of bloemetje. Misschien probeer ik hiermee te compenseren wat de lading van het woord verrassen eigenlijk bij mij oproept. 

Op mijn afgelopen verjaardag zei manlief dat de maaltijd anders zou gaan dan ik in gedachten had. Ik moest op een bepaalde tijd klaar zijn en me laten verrassen. Eerlijk mijn hartslag vloog omhoog. En hoewel ik met een stoere blik deed alsof ik me overgaf voelde het alles behalve relaxed. Dat zette me aan het denken. Wat werd er hier getriggerd?

Lange tijd heb ik het nodig gehad om zelf de controle op elk gebied in mijn leven te hebben. Mede omdat ik de mensen om me heen niet echt kon vertrouwen. In de basis zouden ouders een stabiel en betrouwbaar voorbeeld voor hun kinderen moeten zijn. Ik heb dat nooit echt gekend, sterker nog; ík heb thuis jaren die stabiele en betrouwbare factor moeten zijn. Dat begon al op veel te jonge leeftijd. 

Verrassingen en vertrouwen hebben dus wat mij betreft heel veel met elkaar te maken. En toen ik me dat realiseerde viel er bij mij een kwartje. Het onbetrouwbare van mijn ouders zorgde ook voor onbetrouwbare verrassingen. Mijn ouders hebben mij nooit moedwillig een verrassend leven bezorgd, daar ben ik van overtuigd. Maar de verrassing die manlief voor mij gepland had, daar zit een stabiel en betrouwbaar hart achter. Dat was wat ik me ineens realiseerde en waardoor ik werkelijk in de relaxe stand kon gaan zitten. Ik realiseerde me dat ik een verrassing aankan wanneer ik de persoon erachter kan vertrouwen. 

Zo werkt het ook met God. Toen ik afgelopen weekend de vraag kreeg ‘wil jij je door God laten verrassen?’ Klonk daar allereerst de vraag ‘durf ik me door God te laten verrassen?’ Ik wilde het namelijk heel graag, maar durfde ik het ook? Bijzonder hoe ik dan eerder die week hier al in mocht oefenen en ontdekt had dat dit voor mij zo samenhangt met door wie ik me laat verrassen. 

Dus, om op de eerste vraag van deze blog antwoord te geven; Ja, door God wil ik me laten verrassen. Omdat ik Hem vertrouw. Ik weet dat ik Hem kan vertrouwen, Hij zegt in Zijn woord dat Hij een goede toekomst voor mij heeft. Dan kan het niet anders dat een leven met Hem vol mooie verrassingen zal zijn. Daar durf ik wel op te vertrouwen.

Bovendien heeft Hij mij in het verleden nog nooit teleurgesteld. Hij was en is en zal zijn betrouwbaar! Hij is een goede God. Altijd!

52. Gods gouden confetti

Afgelopen weekeind mocht ik aanwezig zijn bij een vrouwenconferentie die georganiseerd werd door Lume en She Rises. Het thema was Expedition Glory; Gods glorie zien, ontvangen en delen. Zelf mocht ik samen met mijn co leader van Love God Greatly een workshop geven over onze bijbelstudiemethode. Dit schrijven gaat geen promotie blog voor de organisatie of voor het ‘SOAPen’ worden, daarvoor verwijs ik je graag naar onze site.

Tijdens deze conferentie werd ik opnieuw geraakt door de grootsheid van de God die ik dien. Persoonlijk heb ik Gods glorie tijdens de aanbidding mogen aanschouwen. Wanneer iemand zingt dat God groot is, of Hem aanbidt omdat Hij zo’n liefdevolle Vader is, dan gebeurt er iets met het gezicht van die ander. Als er een koor van stemmen opklinkt en we gezamenlijk zingen over Gods grootheid, dan verandert de atmosfeer. Alsof de hemel open gaat en wat van Gods glorie veel directer bij ons binnen kan komen. Ik zag als het ware gouden confetti uit de hemel op een ieder in de zaal neerdalen.  

Ik ontving ook Gods glorie terwijl ik hoorde hoe geliefd ik ben. Ik ervoer Zijn glorie toen ik me, opnieuw, realiseerde dat het bloed van Zijn Zoon Jezus mij volkomen heeft vrijgemaakt en ik Gods Koningsdochter ben. Ik mag mijn gouden kroon dagelijks dragen met trots en waardigheid.

Ik mocht Gods glorie delen, toen ik getuigde tijdens het geven van de workshop over een moment hoe God door de bijbel heen tot mij sprak. Over hoe Hij, net als bij Elisabeth, mijn schaamte heeft weggenomen, door het bloed van Jezus.

Klinkt goed wat ik tot nu toe deel nietwaar?! Gods glorie zien, ontvangen en delen. Ik heb het allemaal meegemaakt. Toch, als ik hier zou stoppen krijg je een heel vertekenend beeld van hoe ik het weekeind heb ervaren. 

Ik kwam namelijk niet thuis in een glorieuze stemming. Erger nog, ik baalde en was gefrustreerd. Tijdens het evaluatierondje met lieve zussen waarmee ik samen was heb ik een potje zitten huilen van boosheid en teleurstelling. Het grootste gedeelte van het weekeind had ik namelijk verschrikkelijke hoofdpijn. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik niet zo intens van het weekeind heb kunnen genieten als ik anders waarschijnlijk had gedaan. Ik ben eerder van programmaonderdelen weggegaan omdat het geluid in de zaal niet te harden was vanwege de hoofdpijn. Ik kan eerlijk zeggen dat niet ik, maar God in mij tijdens het weekeind functioneerde. 

In mijn vorige blog sprak ik over dat God wil dat ik spreek. Het leiden van de workshop was wat mij betreft een prachtige oefenplek. Ik heb echt ervaren dat God verschillende puzzelstukjes hiermee op de juiste plek schoof. Vooraf had ik verwacht op mijn gedachten en identiteit aangevallen te zullen worden. Daar had ik me op voorbereid door Gods woord hierover paraat te hebben, zodat ik naar hartelust met mijn zwaard kon staan zwaaien om zo Gods waarheid tegenover de leugens van de vijand te zetten. Om eerlijk te zijn, Godzijdank, heb ik me geen moment onzeker of zenuwachtig gevoeld. Geen leugen die omhoog popte in mijn brein. Niet over wat ik wilde zeggen, over hoe ik zou reageren of wat de deelnemers van mij zouden gaan denken. ook achteraf geen aanklacht die mijn gedachten binnenkwam. Ik wist me zeker van het feit dat God wilde dat ik die workshop zou leiden. Tijdens de conferentie werd er telkens tegen de spreekster gezegd ‘the stage is yours’. Zo heb ik ook echt ervaren dat God tegen mij zei ‘the stage is yours. Given by Me’.

Maar die hoofdpijnen dan? Tijdens de evaluatie zei één van mijn zussen heel wijs ‘de vijand weet dat jij niet gaat wankelen als hij je aanvalt op je identiteit, dus valt hij je lichaam aan en maakt hij je op die manier zwak. Zo moet je wel afhankelijk zijn van God en kan Hij door je heen werken.’

Helemaal mee eens, toch is dat niet het einde en hoef ik daar geen genoegen mee te nemen. Juist tijdens deze conferentie heb ik opnieuw gezien en geleerd over Gods glorie en dat wij die al ontvangen hebben. Er werd ook gesproken over belemmeringen die je tegen houden om Gods glorie uit te delen. Voor mijn gevoel was mijn hoofdpijn echt één van die belemmeringen. Het heeft me belemmerd om volop te kunnen genieten van in Gods glorie zijn. Vooraf had ik al het gevoel dat ik een blog over deze conferentie mocht schrijven. Toen ik thuiskwam had ik er eigenlijk niet zoveel zin in. Naar een beeldscherm kijken maakt mijn hoofdpijn er ook niet echt minder op. Dus gister was ik echt in een mineurstemming. Met mijn hoofd kon ik bedenken dat ik Gods glorie heb kunnen delen, maar glorieus was het niet. 

Vanochtend toen ik in gesprek was met God liet Hij me weten dat het in elk geval goed zit tussen Hem en mij. Ik ben nog steeds Zijn innig geliefde dochter waar Hij over jubelt. Zijn glorie is ín mij, of ik nu hoofdpijn heb of niet. Vanochtend zei God me dat ik die hoofdpijnen elk moment mag wegsturen. Hoofdpijn is niet wat Hij voor Zijn geliefde kinderen wil, ook niet om hen iets te leren. Ik hoef me hier niet door te laten tegenhouden. Tegelijk hoef ik het ook niet te negeren! Het is zoals dit weekeind krachtig verkondigd werd ‘Pray, Prepare and Pursue’. Door te bidden richt ik me op God, ik treed Zijn troonzaal binnen waar Zijn glorie tastbaar aanwezig is. Wanneer ik in Zijn aanwezigheid ben, kan het niet anders dan dat ik Zijn glorie ontvang en met me meeneem. Die glorie is in mij aanwezig, of ik nu hoofdpijn heb of niet. Bij God zijn en van Hem ontvangen helpt mij te weten hoe ik kan wandelen in mijn roeping. Ik streef ernaar om Gods glorie te delen met de mensen om me heen. Ik wil laten zien wie God is door te getuigen van Zijn wonderen in mijn leven. Dit gebeurt met vallen en opstaan. Dus nog lang niet op de perfecte manier zoals ik het natuurlijk liever zou zien. Groeimogelijkheden genoeg! Met of zonder hoofdpijn.

Weet je nog dat ik het aan het begin van deze blog had over de gouden confetti die uit de hemel neerdaalde tijdens de worship?! Het leuke aan confetti is dat je het overal tegen kan komen. Als je met confetti bestrooid bent geweest, dan kan het zomaar zijn dat er een paar uur later ineens weer een confetti uit je haar valt. Zo werkt het ook echt met Gods glorie. Zomaar op een onverwachts moment mag je Gods glorie delen of ervaar je bij een ander Gods glorie. 

Het is mijn verlangen dat iedereen regelmatig onder een douche van gouden confetti uit de hemel mag staan en zo Gods glorie mag ervaren, om te ontvangen en weer uit te delen. Hoe tof zou het zijn wanneer we zo deze wereld van een gouden gloed kunnen voorzien. 

Wat mij betreft heeft deze prachtige conferentie hier al een mooie aanzet toe gegeven. Te bedenken dat de deelnemers uit alle hoeken van Nederland kwamen doet me zeker weten dat Gods gouden confetti in alle hoeken van Nederland te zien gaat zijn. Hoe of wanneer maakt niet uit. Gods glorie is overal aanwezig!

51. Woorden van zegen

Sinds wij op vakantie zijn geweest naar Griekenland roep ik aldoor dat ik zo graag een olijfboom zou wil hebben. Olijfbomen zijn prachtig. Ze staan symbool voor leven, standvastigheid, wijsheid en betrouwbaarheid. Het volk Israël wordt in de bijbel vergelijken met een olijfboom. Ze zijn heilig en apart gezet door God Zelf. Helaas zijn de olijfbomen die wij hebben gezien natuurlijk veel te groot voor onze kleine stadstuin. Dus ik had me er bij neergelegd gewoon vaker naar Griekenland op vakantie te gaan om daar de olijfbomen te bewonderen. 

Toch kreeg ik afgelopen juli een prachtige olijfboom. Manlief had er speciaal voor mij één besteld en vlak na onze 25ste trouwdag werd hij bezorgd. Een bonsai olijfboompje. Zo lief. Een prachtige miniatuur van de grote Griekse olijfbomen. Superlief bedacht en ik vind hem echt heel mooi. Toch vraagt zo’n bonsai versie nog wel de nodige aandacht. Na een paar maand bleek dat ik het niet de aandacht gaf die het nodig had en hij verdorde. Alleen al als ik er op blies vielen zijn blaadjes er af. Vanaf toen gaf ik het echt meer aandacht, ik zocht op internet op hoe ik het moest behandelen en deed dat. Maar het hielp niet. Ik baalde en dacht ja hoor, heb ik weer. Dus toch geen groene vingers…

Tot ik op een nacht bedacht dat ik niet mee wil gaan in die negatieve gedachten. Ik geloof dat woorden kracht hebben. Met het woord ‘geloof’ bedoel ik dat ik het zeker weet. Het is niet een aarzelend denken van dat het eventueel misschien wel zo zal zijn. Het is zo en zal zo zijn.

Ik geloof in de kracht van woorden, zowel negatief als positief. In de bijbel lees ik dat ‘dood en leven in de macht van mijn tong zijn’ (Spreuken 18: 21). Als ik geloof dat de bijbel Gods woord en waarheid bevat, en dat weet ik zeker, dan mag ik ook zeker weten dat de woorden die ik spreek leven of dood kunnen betekenen. 

Die nacht stond ik te wachten tot de waterkoker klaar zou zijn voor mijn kruik en vanuit mijn ooghoek zag ik het dorre olijfboompje. Terwijl ik nadacht over de kracht van woorden herinnerde ik me een voorbeeld van iemand over twee potjes gekookte rijst. Het ene potje rijst werd elke dag vervloekt maar over de andere werd elke dag zegen uitgesproken. Het resultaat was dat de vervloekte na verloop van tijd schimmel vertoonde. De gezegende rijst bleef goed. Misschien klinkt je dit ongelofelijk in de oren, dat was bij mij in elk geval wel zo. Tegelijk is het een bewijs van hoe krachtig onze uitgesproken woorden zijn. 

Terwijl ik daarover nadacht en de verlepte olijfboom zag staan, begon ik zegen uit te spreken over de olijfboom. Ik zegende zijn takken, zijn wortels en zijn groei. En ondertussen dacht ik aan de wonderboom van Jona en hoe die in één nacht omhoog kwam. 

Ik voelde me ergens een beetje stom, ik was blij dat het nacht was en ik alleen tegen de olijfboom stond te praten. Tegelijk had ik wel een innerlijke overtuiging dat het goed was wat ik deed. 

Achteraf heb ik het niemand durven vertellen, het was wel een beetje gek. Ik hoorde de aanklacht in mijn hoofd dat het maar een stom idee was, wie gaat er nou tegen een boompje praten en het zegenen. Met de verwachting dat het weer gaat groeien. 

Toch ben ik het blijven zegenen. Niet als er anderen bij waren hoor, dat geef ik eerlijk toe. Ik sprak er af en toe een positief bemoedigend woord tegen als ik er langs liep. Ik vertelde het boompje dat ik blij was dat het er nog steeds stond. Het boompje stond voor mij symbool voor Gods kracht en heiligheid. Het herinnerde mij aan de moeite en liefde die mijn man voor mij gedaan had. Het deed me denken aan de toffe vakantie die wij als gezin in Griekenland hadden ter gelegenheid van ons 25-jarig huwelijk. Dus ik bleef het olijfboompje zegenen met allerlei goede woorden die ik hardop over hem uitsprak. 

En weet je, na een week zag ik kleine lichtgroene stipjes op de takken. In eerste instantie geloofde ik het niet echt, toch werden ze groter. Binnen twee week had mijn dorre olijfboompje weer nieuwe frisgroene blaadjes. Telkens als ik er langs loop, er mensen over vertel of er weer aan denk word ik blij en krijg ik een glimlach van oor tot oor. 

Het heeft mij bevestigd om te geloven in de kracht van woorden. Ik besef dat ik de kracht van woorden onderschat heb. Over het algemeen ben ik vrij stil van aard. Van huis uit heb ik geleerd dat het pijnlijk kan zijn om teveel te zeggen, dus nam ik het risico liever niet en hield me stil. Maar de afgelopen maanden heeft God me laten weten dat ik een stem heb gekregen om hem te gebruiken. God wil dat ik Zijn woorden spreek. Hij wil dat ik Zijn waarheid deel. Waarheid die ik uit Zijn woord, de bijbel haal. Eerlijk gezegd heeft me dat beangstigd. Gods (nieuwe) opdracht omarmde ik niet direct. Tegelijk merk ik Gods geduld hierin. Hij vormt, Hij kneed en Hij laat me groeien. Hij zet mij niet direct op een groot podium, al heb ik wel de verwachting dat ik daar ooit zal staan. Voorlopig mag ik doorgaan met het dienen van vrouwen, hen onderwijzen en delen van Gods waarheid zodat zij Gods Vaderhart steeds beter leren kennen en Zijn stem steeds beter leren verstaan. Ik realiseer me dat mijn geschreven én gesproken woorden leven kunnen geven. Dat maakt me bewust van wat ik schrijf en zeg. Daarin vertrouw ik ook op Gods leiding. Vaak zat heb ik geen flauw idee wat ik moet zeggen. Maar ik weet wel dat als ik mijn mond niet open doe er überhaupt geen woord uitkomt. Dus ik begin met mijn mond open te doen en vertrouw dan maar op Gods Geest in mij die mij Zijn waarheid laat spreken.

Hij heeft mij mijn stem gegeven en ik vertrouw erop dat Hij mij zal leren te spreken. Ik ben geboren voor een tijd als deze om woorden van zegen en nieuw leven te spreken.  

Bizar, terwijl ik deze voorgaande zinnen typ waarvan ik dacht dat dat de laatsten van deze blog waren, ontvang ik een appje van een zus in het geloof. Zij vraagt me of ik een interview wil doen. Waarin ik mag getuigen van Wie God is en wat Hij voor mij heeft gedaan. 

God laat me direct spreken! 

50. De ver-strekkende gevolgen van adoptie.

“Adoptie is de aanname van een persoon als kind. In juridische zin is adoptie de breuk van de familieband tussen biologische ouders en hun kind en tegelijk de vaststelling van een nieuwe, wettelijk geldende familieband tussen adoptieouders en dit kind, met alle rechten en plichten die daarbij horen”. Aldus Wikipedia. 

De dag dat mijn adoptie definitief werd kan ik me nog herinneren. Ik weet dat we een lange tijd in de auto zaten en daarna een groot gebouw betraden. Ik hoor nog het tikken van de hakken van mijn moeder in de lange gang. Een kamer met een grote tafel zie ik in mijn herinnering. Voor mij als drie-jarige erg indrukwekkend natuurlijk. Ik weet ook dat mijn ouders gespannen waren en na afloop juist uitbundig blij. Ik kan mij niet veel gelukkige momenten uit mijn kindertijd herinneren, maar dit is er wel eentje. Ook het moment dat ik eindelijk de kinderdoop mocht ontvangen herinner ik mij. Mijn adoptievader had me in zijn armen en ik ervaar vaag nog de blijdschap die hij ervoer toen hij mij ten doop mocht houden en het moment dat mijn adoptieouders hun trouw aan God en mij beloofden. Ik geloof ook echt dat ze dit beide in alle oprechtheid hebben beloofd. Dat de situatie zo anders werd hadden ze vermoed ik toen nog niet voorzien. 

Momenteel volg ik een bijbelschool waar ik ook onderwezen wordt over adoptie, maar dan mijn adoptie door God. Eerlijk gezegd is adoptie voor mij altijd een wat vaag begrip geweest. Het betekende lange tijd voor mij niet meer dan dat ik in principe vier ouders had. Waarbij de ouders waar ik bij woonde voor me konden zorgen en de andere ouders niet. 

Bij adoptie wordt een kind aangenomen als een eigen kind, terwijl voor mijn gevoel het toch nooit echt je eigen kind is. De bloedband mist. Als kind mis je het DNA van je adoptieouders. Voor mijn gevoel is dat een essentieel iets wat het kind de jouwe maakt. Toch zegt de wet anders. Wanneer een kind wettelijk is geadopteerd dan heeft het kind dezelfde rechten als het biologische kind. Voor de wet is er geen enkel onderscheid. En vanuit wat ik van mijn adoptieouders heb begrepen is er ook bij hen geen enkel onderscheid. 

Ik heb me in het verleden vaak afgevraagd wie ik nou als mijn ‘echte’ ouders moest zien. Het adopteren houdt wel iets meer in dan alleen voor het kind zorgen. In materieel opzicht had ik het in Nederland goed. Maar misschien hadden mijn biologische ouders mij in emotioneel opzicht wel meer kunnen geven van wat ik nodig had. En misschien was dat uiteindelijk wel beter voor mij geweest. 

Ik heb geen antwoorden op deze vragen en het verandert uiteindelijk niks aan hoe mijn leven is verlopen. Dus er veel over nadenken heeft weinig zin. Ik laat het los.

Wat ik door de bijbelschool leer is dat God net als mijn adoptieouders, ook geen enkel onderscheid maakt. Door het offer van Jezus ziet God mij als volmaakt, heilig en rein. Door het bloed van Jezus ben ik Gods eigen kind geworden, mede erfgenaam van Jezus Christus. Volkomen en voor altijd. God gaat zelfs nog een stapje verder. 

Wanneer er in de rechtszaal een adoptie plaatsvindt, ontvang je vanaf dat moment als kind dezelfde wettelijke rechten én plichten die zijn vastgesteld voor het biologische kind. Deze adoptie wordt vastgelegd door het opstellen van papieren en het zetten van handtekeningen. De adoptie geeft mij wettelijke rechten en plichten, maar geen zelfde DNA als die van mijn adoptieouders. 

De bijbel leert mij dat ik Gods aangenomen kind ben. Ik lees hierover onder andere in de Romeinen-, Galaten- en Efezebrief. In Romeinen 8 en Galaten 4 lees ik dat ik de Geest van God Zelf heb ontvangen. Toen ik besloot Jezus aan te nemen als mijn Verlosser en met mijn geloofsdoop mij volledig overgaf aan Gods leiding voor de rest van mijn leven, ontving ik Gods eigen Geest. Dit is dat stukje meer in vergelijking met een natuurlijke adoptie zoals we die hier op aarde meemaken. Door Gods Geest in mij heb ik Gods DNA in mij. Zo ben ik volkomen Gods kind, Zijn erfgenaam en kan ik God mijn Vader noemen. Als Zijn erfgename heb ik ook het recht gekregen om Zijn erfenis mij toe te eigenen. Daar waar ik van mijn aardse adoptievader mijn erfenis pas ontvang wanneer hij overleden is, mag ik nu al, door Jezus’ sterven en opstanding aanspraak maken op alles wat mijn hemelse Vader voor mij heeft klaarliggen. Zijn liefde, Zijn heling, Zijn vrede en Zijn genezing. 

Ik zie grote overeenkomsten en verschillend tussen mijn leven als kind hier op aarde en mijn leven als kind van God. 

Als vondeling in het portiek van het kindertehuis werd ik gevonden en opgepakt. Er werd vanaf dat moment voor me gezorgd en men had het beste met mij voor. 

Ik geloof dat God mij al zag voordat ik bestond, ook Hij heeft altijd voor mij gezorgd en altijd het beste met mij voorgehad.

Vanaf het moment dat ik in Nederland arriveerde en ik bij mijn adoptieouders kwam te wonen hebben zij, ik geloof echt met de beste bedoelingen, voor mij gezorgd en van mij gehouden. Ik ben weliswaar emotioneel tekort gekomen en kwam op een onveilige plek terecht, maar de wettelijke adoptie werd wel een feit waardoor ik in materieel opzicht nooit tekort ben gekomen. Wat betreft de erfenis waar ik ooit in de toekomst recht op ga hebben zit het ook wel goed. 

Daar waar de situatie rondom mijn natuurlijke adoptie nogal wat te wensen overliet, heeft de adoptie door mijn hemelse Vader alles goedgemaakt. Hier zijn geen losse eindjes. Door het offer van Jezus, Zijn gebroken lichaam en Zijn bloed dat voor mij vloeide is alles volkomen hersteld. Al mijn blauwe plekken, mijn lichamelijke én innerlijke wonden zijn volkomen geheeld. Het is niet dat ik dat altijd even volkomen voel, maar ik wéét dat het wel zo is. 

Door Gods Geest in mij weet ik mij ook verzekerd dat ik Zijn DNA in mij heb. 

Terwijl ik mijn twee adopties bestudeer, vergelijk en tot me door laat dringen realiseer ik me eindelijk hoe volmaakt Gods adoptie is. Wat een diepe liefde en volkomen genade. De zichtbare en onzichtbare gevolgen van Zijn adoptie zijn subliem, compleet en overweldigend. Nauwelijks te bevatten voor mijn menselijke brein. 

De tekortkomingen in het hele aardse proces worden volkomen opgeheven en goedgemaakt door mijn goddelijke adoptie. Ik weet mij volkomen geliefd door mijn hemelse Vader. 

Ik ben Gods geliefde dochter, Zijn erfgename. Nu al en tot in de eeuwigheid.

49. Het vergeten kind

Misschien ken je de organisatie die deze naam draagt. Zij vragen aandacht voor en geven aandacht aan kinderen die uit hun onveilige thuissituaties in een pleeggezin of plaatsvervangend tehuis geplaatst zijn. Deze kinderen zijn verwaarloosd of mishandeld. Fysiek, emotioneel, vaak ook beide. Het kind voelt zich vergeten, niet gezien. Ik lees op hun site: ‘In ons land wonen maar liefst 100.000 kinderen in onveilige of onleefbare thuissituaties. Ze krijgen niet de liefde en aandacht die ze nodig hebben. Zo’n jeugd veroorzaakt trauma’s voor het leven. Het Vergeten Kind roept iedereen op: laat deze kinderen er niet alleen voor staan!’

Als je dit leest snap je dat ik me hier in herken. Dat ik bewogen ben met al deze kinderen en dat mijn hart huilt om dat wat zij hebben meegemaakt en de trauma’s die zij moeten verwerken.

Ikzelf heb niet echt het gevoel gehad ‘vergeten’ te zijn, maar eerder ‘niet gezien’. Gevoelsmatig ligt het vlakbij elkaar. Ik heb me als kind vaak niet gezien gevoeld, wat ergens best raar is omdat ik juist vaak in beeld kwam door de manier waarop mijn ouders met mij omgingen. Ik mocht als het ware regelmatig optreden door te showen wat ik goed kon. Op school scoorde ik goed en heel vaak werd ik eruit gepikt om als voorbeeld te dienen. Ik haatte het, maar ik wist dat het moest om de schijn op te houden en om geen risico’s te lopen thuis. Mijn thuissituatie was echt onveilig en niemand wist dat. Ik werd niet echt gezien. Men zag wat ik deed en presteerde, dat wat ik liet zien. Maar men zag niet de onzekerheid, angst en de vele trauma’s. Men herinnerde mij als ‘dat meisje dat zo goed kan lezen’, maar men zag niet dat ik mijzelf bleef herinneren aan de gevolgen van die ene zin die ik fout voorlas. 

Wij mensen zijn heel goed in de schijn ophouden. Om de buitenwereld te laten zien wat we willen dat ze zien. Zeker als we volwassen zijn dan is het zo verleidelijk om te kijken naar de buitenkant en dan een oordeel te hebben over hoe goed die ander zijn of haar leven voor elkaar heeft. Soms heb ik wel eens het gevoel dat de maatschappij in twee kampen verdeeld is. Het kamp dat alleen maar kwijlend en verlangend omhoog kan kijken naar de ander die het allemaal veel beter doet en veel beter heeft. En het kamp dat arrogant en veroordelend op de ander neerkijkt omdat die lang niet zo goed de zaakjes voor elkaar heeft zoals zijzelf. Ik ben benieuwd in welk kamp jij je bevindt, of je het überhaupt hiermee eens bent. 

Hoe dan ook, ik denk dat in elk kamp mensen zitten die zich op een extreme manier gedragen. Dan bestaat de kans dat thuissituaties zo onveilig worden en er sprake is van emotionele of fysieke verwaarlozing. En of je als kind nou uit huis geplaatst wordt of niet, trauma’s zijn ontstaan en het heeft impact op de ontwikkeling van het kind. Het beïnvloedt je manier van denken, van leren omgaan met situaties. Het kan bepalend zijn voor hoe je naar jezelf leert kijken en het heeft zeker invloed op je eigen identiteitsontwikkeling. 

Zoals ik al zei heb ik mezelf lang als het niet geziene kind beschouwd. Daar kwam ik aan het begin van mijn burn-out achter. Als kind heb ik altijd geprobeerd om me zo braaf mogelijk te gedragen, zodat ik niet als straf naar de hel hoefde. Ik heb God leren kennen als een streng en rechtvaardige God. Naast het beste meisje van de klas, was ik dus ook graag het braafste meisje van de klas. Toen ik later tot ontdekking kwam dat God degene zou moeten zijn die je helpt en beschermt heb ik me lang afgevraagd waarom Hij mij dan nooit heeft geholpen of beschermd. Opnieuw voelde ik me niet gezien. En dat stukje pijn kwam tijdens mijn burn-out heel erg naar boven. 

Soms zomaar ineens komt die emotie weer even boven. Niet gezien, niet gekend en vergeten. Als kind in een onveilige situatie kies je er soms bewust voor, omdat je weet dat je nu maar beter even niet gezien en vergeten moet worden. Dat is het veiligst voor jezelf. Maar wat als dat gevolgen kan hebben voor andere gezinsleden, waar kies je dan voor? Je kent de risico’s, voor welke kies je? Een betere vraag is eigenlijk: voor wíe kies je? 

Iedereen snapt dat een kind dit soort dilemma’s nooit zou moeten hebben. Het kan je beschadigen voor de rest van je leven. Je leert met alles en iedereen rekening te houden, behalve met jezelf. Omdat niemand jou heeft geleerd dat ook jij belangrijk bent om gezien te worden. Al van jongs af aan in een soort schaduw leven maakt het lastig om als volwassene in het licht te gaan staan. 

Afgelopen weken ben ik opnieuw bepaald bij deze kinderen. Ik wist al een tijdje dat ik deze blog moest schrijven. Maar soms is het schrijfproces zo’n sudderproces. Dan worden de gedachtengangen in mijn hoofd pas langzaam logische en mooie zinnen. Tegelijkertijd was het in dit geval ook een drempel overstappen, want het is best een kwetsbaar onderwerp. Hoeveel leg ik hierover van mijzelf bloot? Dit stukje van mijn leven hou ik graag vaag, de term ‘onveilige thuissituatie’ zegt genoeg en eigenlijk te weinig. 

Toch laat God me steeds opnieuw weten dat ik hier aandacht aan mag geven en aandacht voor mag vragen. Hij heeft mij allang laten weten dat Hij mij altijd al zag. Zijn woord zegt dat en ik geloof dat ook echt. Ook heb ik bevestigende beelden van anderen gehad. Ik weet dat Zijn engelen om mij heen waren en Zijn hand mij beschermde. Door Hem was ik altijd al gezien en Hij zal mij nooit vergeten. Het is alsof Hij me influistert dat ook al die andere kinderen moeten weten dat God hen ziet en ook niet vergeten is. Hij belooft niemand van ons ooit te zullen vergeten. 

Ik heb nog geen idee hoe God me verder hiervoor gaat inzetten. Hij weet dat ik beschikbaar ben. Voor nu is dat alleen nog maar achter de laptop met de dringende oproep of jij, lieve lezer, je ogen en oren open wil houden. Misschien kom jij wel ergens zo’n vergeten kind tegen. Je herkent ze vaak aan hun schrikachtige of angstige houding. Soms is het een kind dat op een ongezonde manier in alles de beste moet zijn en gericht is op prestaties. Maar ook zij die zich in de schaduw van de gewone massa meebewegen en niet op willen vallen. Het kind dat nooit een ander kind thuis te spelen vraagt. Etcetera.

Omdat elke situatie anders is, elk kind anders is en elke ouders ook anders zijn is het lastig om specifiek gedragingen te noemen die standaard zijn. Dat maakt het ook zo lastig om te ontdekken. Ik verwijt ook niemand uit mijn vroegere omgeving iets. Maar ik vraag je, kijk gewoon eens om je heen. Wees alert. En wees niet al te naïef in het denken dat dat ene gezin er niet voor in aanmerking komt. Tegelijkertijd, denk nu ook niet dat elk angstig kind in een onveilige thuissituatie leeft. En als je wel eens bidt, alsjeblieft bid! Bid voor deze kinderen, voor Gods beschermde engelen om hen heen. Bid om oplossingen, om liefdevolle knuffels, om ogen die hen zien. Zodat ze weten dat ook zij niet vergeten worden. Door de maatschappij maar vooral nooit door hun hemelse Vader die altijd voor hen zorgt. 

https://www.hetvergetenkind.nl

48. Het beste meisje van de klas

Laatst zei manlief tegen mij; “Jij wilt gewoon het beste meisje van de klas zijn.” Dat raakte me en bleef wat door mijn hoofd heen zoemen. Het is niet dat ik het pijnlijk vond, hij heeft volkomen gelijk, ik weet dat ook. Maar het raakte me omdat ik niet zo goed weet hoe ik daar afstand van kan doen. En, wil ik dat eigenlijk wel echt?

Afgelopen weken waren voor mij een achtbaan aan verschillende soms heftige emoties op elkaar volgend en door elkaar heen. Je hebt erover kunnen lezen in mijn vorige blog. Soms werd ik er letterlijk misselijk van. Tegelijkertijd nam ik eigenijk te weinig tijd om hier bij stil te staan. Ik heb het gewoon druk. Ik mag veel mooie dingen doen in het Koninkrijk van God. Prachtig, maar dat kost wel tijd. Daarnaast wil ik zelf graag blijven groeien in mijn geloof, dus daar moet ik ook tijd aan besteden. Ik wil de dingen goed begrijpen, ik wil graag dingen weten, ik hou van (be)studeren. 

Ik wil de juiste boeken lezen, ik wil de juiste preken luisteren en omdat ik een bijbelschool volg heb ik daar ook lessen te volgen. Mijn dagen zijn behoorlijk vastomlijnd en volgepland. 

Prima allemaal, maar afgelopen weken voelde ik het verlangen van God om meer echte tijd met Hem persoonlijk door te brengen. Of beter gezegd, God nodigde mij uit om meer tijd met Hem door te brengen. Om enkel en alleen stil te zitten aan de voeten van Jezus. Geen hap snap tussendoor momentjes. Maar langere tijd gewoon in elkaars aanwezigheid zijn. Me te laten vullen met Zijn liefde, wijsheid en inzichten. Leren van Hem en niet alleen over Hem.

Ik weet dat ik het nodig heb, maar eerlijk gezegd wist ik niet waar ik die tijd vandaan moest halen. Wat kon ik schrappen in mijn planning, behalve slaap?? 

Toen ik dit met mijn man besprak en alles opnoemde wat ik doe en wil blijven doen zei hij dus: “Jij wilt gewoon het beste meisje van de klas zijn.” En hij had hartstikke gelijk. Het is niet zo dat ik perfectionistisch ben. Ik realiseer me heel goed dat ik dat nooit kan bereiken, dus waarom ernaar streven?! Maar ik wil wel altijd alles gedaan hebben. Huiswerk voor de bijbelschool, leeswerk voor bijbelkring of vergadering. Mijn drang om op schema te zitten, goed voorbereid te zijn zodat ik mee kan praten is groot. Ik heb er een hekel aan om niet goed voorbereid zijn. Het gevoel van achter de feiten aan lopen haat ik. En daar zit mijn knelpunt. Ik realiseer me sinds kort dat ook dit een stukje controledrang is die me in de weg zit. Door alles goed voorbereid te hebben voelt het alsof ik de gang van zaken in de hand heb, althans mijn gedeelte. Zo kan ik het mezelf in elk geval niet verwijten wanneer ik er niet alles uit kan halen wat er in zit. Wat dat dan ook maar mag zijn.

En terwijl ik erover na denk waar die drang vandaan komt, springen er tranen in mijn ogen en zie ik het beeld van een klein meisje op een podium voorin de kerk en ik voel haar paniek als het ware. Als kind ging ik natuurlijk met mijn adoptieouders mee naar de kerk. Ook daar werd kerst gevierd en tijdens de dienst speciaal voor kinderen mochten kinderen naar voren op het podium om een liedje of proclamatie te laten horen. Tijdens zo’n dienst, ik was vijf volgens mij, hoorde ik ineens mijn naam en dat ik een kerstliedje zou zingen. Mijn adoptieouders hadden me blijkbaar opgegeven. Dat wat ik normaal gesproken in huiselijke kring prima kon lukte me op het podium in de kerk niet. Het was een drama. Diepe teleurstelling bij mijn adoptieouders, dat heb ik gevoeld toen we thuis waren. Terwijl ik daarover nadenk voel ik niet eens die teleurstelling. Wat ik voel is de verontwaardiging van dat me dat nooit meer zal overkomen. Ik nam me op dat moment voor om altijd op het onverwachte voorbereid te zijn. Dit soort falen zou ik me nooit meer laten overkomen. Sindsdien hou ik rekening met verschillende scenario’s. 

Ik hoef dus eigenlijk niet per se het beste meisje van de klas te zijn, maar wel het meisje dat goed is voorbereid. Ik heb dat nodig. Ik wil nooit meer voelen wat ik toen tijdens dat kinderkerstfeest ervoer. Mijn drang naar voorbereiding is ontstaan uit angst. Angst voor dat gevoel van falen. 

Deze dagen vraag ik me af of die angst nog steeds terecht is. De drang om goed voorbereid te zijn is gebaseerd op gevoelens van een vijfjarige. Nu veertig jaar later zou ik inmiddels prima in staat moeten zijn om hier op een volwassen manier mee om te gaan. Toch mag ik dat eerst leren. 

En waar is de beste plek om te leren? Precies, aan de voeten van Jezus. Daar mag ik als vijfjarige zitten en genezen van mijn innerlijke pijnen en angsten. Ik mag daar ook als volwassene zitten en leren hoe ik hier relaxter mee om mag gaan. Ik mag ontdekken wanneer het goed is om voorbereid te zijn of wanneer ik de touwtjes kan laten vieren. Daar aan de voeten van Jezus mag ik zijn en leren zonder angst voor veroordeling als ik faal. 

Aan de voeten van Jezus is geen angst of oordeel. Alleen maar liefde, geborgenheid en vrijheid!

Daar ben ik al ‘het beste meisje van de klas’ zonder enige voorbereiding. Daar hoef ik helemaal niets meer voor te doen! Voor God hoef ik mij niet te bewijzen. Ook dat zei manlief tegen mij. 

47. Hoe vreugde me beschaamd maakte

Soms word oude pijn weer even aangeraakt. Zo’n moment dat er iemand iets zegt of je leest iets en ergens in je hoofd gaat een luikje open en voel je bepaalde pijn van vroeger weer. 

Ik heb al heel veel van mijn pijn verwerkt, ermee afgerekend en ben van heel wat wonden echt genezen. Ik ga nog steeds voor volledige bevrijding, volledige genezing en volkomen heling. Ook hier al op deze aarde omdat ik geloof dat het offer van Jezus volkomen en compleet was. Hij heeft dit alles voor mij al volkomen betaald. Ik ben niet van plan om in een hoekje te gaan zitten wachten op volkomen heelheid, totdat Jezus terugkomt. 

Ondanks die wetenschap, heb ook ik wel eens last van de gebrokenheid hier op aarde. Eerder deze week las ik in de bijbel over de aankondiging en de geboorte van Johannes de Doper. Zijn moeder Elisabeth zou vanuit het natuurlijke gezien geen kinderen meer kunnen krijgen. Toch raakte zij op hoge leeftijd nog zwanger en in de vijfde maand van haar zwangerschap getuigt zij van Gods liefde met de woorden: ‘De Heer God heeft dit gedaan om te laten zien dat Hij mij niet is vergeten. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik mij niet meer hoef te schamen (omdat ik geen kinderen heb). Lukas 1: 25 BB. In die tijd was het beschamend wanneer je geen kinderen had gekregen. Het was een schande omdat men het als straf van God zag, waardoor schaamtegevoelens logisch waren. Elisabeth voelde die schaamte ook en ging er mogelijk zelfs onder gebukt.

Er was in die tijd blijkbaar een bepaald beeld over wat goed en niet goed was. Elke tijd, elke maatschappij heeft hier zelf voorbeelden van. Toen ik kind was heb ik dat aan de lijve ondervonden. 

In de tijd dat ik geadopteerd ben was adopteren een maatschappelijk goede daad. Hierdoor steeg je zelfs wat in aanzien. Adopteren kostte behoorlijk wat geld. Mijn adoptieouders hadden geld genoeg om alle kosten rondom mijn adoptie te betalen. En ze deden echt iets goeds. Een zielig kindje een veilig thuis geven. Er werd naar ons gezin opgekeken. We hoorden erbij, we hadden een bepaalde positieve status. Mijn adoptiemoeder heeft, net als Elisabeth, zich altijd geschaamd dat ze zelf geen kinderen kon krijgen. Voor haar was adopteren de perfecte oplossing. Ik weet dat ze het nog steeds betreurt dat ze zelf nooit zwanger is geweest, maar ze zegt dat ze niet meer of anders van een biologisch kind had kunnen houden dan van mij.

Dus, mijn adoptieouders genoten hoge aanzien in hun gemeenschap, lange tijd hebben we als gezin dat beeld hoog moeten houden. Terwijl ik als kind wist dat het niet goed ging thuis. Naar de buitenwereld waren we gelukkig, blij en altijd hartelijk en bereid wat voor de gemeenschap te doen. In het weekend was er altijd wel bezoek. Ik moest altijd wel iets laten zien van wat ik goed kon en zo konden mensen opnieuw denken dat het toch prachtig was wat mijn adoptieouders hadden gedaan. Onze status werd bepaald door het beeld van wat onze omgeving van ons als gezin had.  Een beeld wat mijn adoptieouders gecreëerd hadden en wat wij als gezin in stand hielden. Tot het moment dat…

Mijn adoptiemoeder besloot bij mijn adoptievader weg te gaan. Dat was uiteraard een proces en ging niet zonder slag of stoot, soms ook letterlijk. Maar vanaf het moment dat bleek dat mijn adoptieouders niet langer bij elkaar in één huis woonden, werden we een soort paria. En daar begon mijn schaamte. Ik schaamde me, allereerst omdat de papa en mama die ik kende gingen scheiden van tafel en bed. Ik heb in de klas moeten uitleggen wat dat was. Wist ik veel. Ik wist alleen dat het fout was, zonde, zo werd er in de kerk waar ik opgroeide over mijn thuissituatie gesproken. In die tijd was het schande dat men ging scheiden. Scheiden deed je niet, scheiden mocht niet. En zelfs buiten de kerk werd er in die tijd nog maar nauwelijks aan echtscheiding gedaan. 

Ineens mocht ik niet meer bij sommige vriendinnetjes spelen. Ik was per slotte geadopteerd en kwam uit een gescheiden gezin. Inmiddels zagen mensen het als een schande dat mijn adoptieouders kinderen hadden kunnen adopteren. Of misschien waren die adopties juist wel de oorzaak van de scheiding. Er ontstonden allerlei verhalen en zelfs aan mij werd gevraagd hoe het kwam dat mijn vader ergens anders woonde. 

Van hoog in aanzien, daalde ik enorm snel in de achting van sommige mensen. Ik zat letterlijk alleen achterin de schoolbus. En we kregen ook eigenlijk geen bezoek meer. 

Al met al, was ik er blij om. Vanuit mij bekeken waren er een heleboel redenen waarom ik de nieuwe situatie veel beter vond. Het werd een stuk rustiger en veiliger in mijn leven. Daar was ik blij om, maar tegelijk schaamde ik mij er enorm voor. Hoe kon ik blij zijn als er deze zonde van een scheiding plaatsvond? Ik behoorde me te schamen. Ik behoorde me verdrietig te voelen. Ik behoorde te hopen en te bidden dat mijn adoptieouders weer samen verder zouden gaan. 

Ik heb dat nooit gebeden. Sterker nog, ik bedankte God dat mijn adoptiemoeder eindelijk ergens anders wilde gaan wonen en ik vroeg God of we zo snel mogelijk en zo ver mogelijk bij mijn adoptievader een huis mochten vinden. Direct daarna voelde ik me schuldig en vroeg ik om vergeving. Tegenstrijdig en verwarrend allemaal. Toen al wist ik niet wat ik in die situatie mocht voelen.

Afgelopen dagen zijn deze gevoelens weer omhoog gekomen. Ik voelde schaamte, schuld en verdriet. Maar ik kon er niet echt een oorzaak voor vinden. Beter gezegd, ik wilde de oorzaak geen naam geven en het niet toe laten. Ik vind het ook allemaal verwarrend. Mijn hoofd maakt overuren, waardoor ik het momenteel eigenlijk niet eens aankan om onderdeel van een groep te zijn. Omdat mijn hoofd al zo vol zit ontstaat er zo ongeveer kortsluiting in mijn hoofd. Maar ook dat wil ik niet voelen. 

Ik wil mijn gevoel niet bepalend laten zijn. Tegelijk wil ik het er wel laten zijn, omdat ik weet vanuit mijn hoofd dat het verstandig is. Maar wat voel ik dan eigenlijk, wat mag ik voelen, wat is normaal om te voelen, wat laat ik mezelf voelen en hoe lang laat ik dit allemaal duren?

Één en al verwarring en chaos dus.

Vandaag, eindelijk heb ik ruimte en tijd voor mezelf gevraagd. God is een God van orde, dus ik geloof erin dat Hij ook voor mij orde wil. Ik heb die orde ook nodig, zonder hier krampachtig mee om te gaan. Ik heb een wijze vriendin om tijd en aandacht gevraagd. Dat op zich was al een overwinning voor mij. Gelukkig gaf ze me die direct. Soms helpt het mij om hardop uit te spreken wat mijn gedachten zijn. En dat er dan iemand is die wat orde aanbrengt. Die door gewoon even wat tegengas te geven of juist even benoemt wat er logisch is aan je gevoel, mij de ruimte geeft om tot rust te komen en los te laten. Wat dan zeker helpt is dat er geen veroordeling aan de andere kant is. Dan kunnen de helende tranen stromen. De chaos aan gevoelens kan zo letterlijk mijn lijf uit stromen. De drang naar hierover controle te hebben probeer ik ook los te laten. Dat gaat me nog lang niet altijd even soepel af. Maar ik ervaar zeker groei! Door pijnlijke dingen los te laten, de ruimte te geven om er afstand van te doen, ontvang ik vrijheid. Zoals de boom in de herfst zijn overtollige bladeren loslaat, laat ik ook overtollig blad los waardoor ik energie overhoud die ik op termijn ergens anders in kan steken. 

Dit proces is nog niet volledig af. Maar ik kies er nu voor om dit stukje tijd te geven om te genezen. 

Als kind van gescheiden ouders, mocht ik er voor mijn gevoel niet zijn. En als mensen toen hadden geweten wat ik eigenlijk voelde aan opluchting en blijdschap, dan had ik er helemaal niet mogen zijn. Althans zo voelde dat. Die schaamte, dat schuldgevoel, dat laat ik nu los. Ook dat ligt wat mij betreft nu aan de voet van het kruis. Elke aanklacht dat ik het foute heb gevoeld, verkeerde dingen gedaan of gebeden heb is door God Zelf aan het kruis genageld. Die bevrijding mag ik omarmen. Zonder schaamte mag ik mijn levensweg vervolgen.

“God heeft ook mijn schaamte weg genomen!”

46. de Eekhoorn

De eekhoorn is mijn lievelingsdier! Hij staat met stip bovenaan in mijn lijstje van favoriete dieren. 

Ik herken me op verschillende vlakken in hem, waaronder bijvoorbeeld zijn ietwat schuwe gedrag. Net als de eekhoorn, hou ik er ook niet zo van om gezien te worden. Het voelt gewoon niet comfortabel. Uit mijzelf zal ik er dus niet voor kiezen om op de voorgrond te treden. Tegelijk ben ik net als de eekhoorn, ook erg nieuwsgierig en wil ik eigenlijk wel alles meemaken en van alles op de hoogte zijn. Deze twee karaktereigenschappen willen nog wel eens botsen. Want als ik alles wil meemaken, zal ik ook vooraan in het zicht moeten staan. Om een ander te kunnen helpen zal ik dus ook moeten weten wat de ander nodig heeft, terwijl ik tegelijk ook graag in mijn eigen bubbel blijf. Lastig en tegenstrijdig soms.

Om die botsing te voorkomen probeer ik stevig in verbinding te blijven met God. Ik vraag Hem wat Hij wil dat ik doe. Waarheen zendt Hij mij, op welke plek mag ik zijn? Wat mag ik ontvangen en leren en aan wie mag ik wat uitdelen en zo tot zegen zijn? Ik probeer Zijn leiding te zoeken én te volgen. Zodat ik telkens de juiste keuze kan maken over wat ik wel of niet ga doen. 

De eekhoorn verzamelt in de herfst een heleboel eikels en andere nootjes. Hij verstopt deze op verschillende plekken om de winters te overleven. 

De eikels en nootjes die ik verzamel om mijn winters te overleven zijn bijbelteksten met waarheden en beloftes van God. Waarheden over wie ik ben in Gods ogen. Waarheden wie Hij was, is en altijd zal zijn. Beloftes over hoe Hij voor mij en mijn geliefden zorgt. Uitspraken over Zijn koninkrijk, zowel de toekomstig zoals beschreven in Openbaringen en het Koninkrijk waar ik nu al burger van ben! Ik onderstreep en licht deze teksten op in de bijbels die ik heb. Op verschillende plekken in ons huis verspreid liggen bijbels. Zo kan ik op elke plek Gods woord openslaan en kan ik Zijn waarheden tot mij nemen. Zo wordt mijn innerlijk gevoed en kweek ik geestelijke ‘spierballen’. 

Daar waar de eekhoorn zijn staart gebruikt om in evenwicht te blijven, gebruik ik Gods waarheden om evenwichtig door het leven te gaan. Wanneer er situaties zijn die me proberen onderuit te halen, dan grijp ik terug naar Gods waarheden. Wanneer de vijand leugens en aanklachten in mijn oren fluistert, dan herinner ik mezelf aan wie ik ben in Christus en proclameer ik Wie God is en wat Zijn woord zegt! Zo laat ik God groter worden dan mijn situatie. Ik sla de geestelijke aanval af, door mijn schild en zwaard omhoog te houden. Ik weersta de vijand en hij vlucht. Ik blijf in balans doordat ik stevig geworteld ben in Gods woord en waarheid. 

Net als een eekhoorn de beschutting en veiligheid opzoekt tijdens het slechte weer en in zijn holletje kruipt. Zo zoek ook ik de beschutting, warmte en veiligheid op tijdens de stormen in mijn leven. Voor mij zijn veilige holletjes, in de armen van mijn man, of aan de keukentafel met een kopje koffie met een luisterend oor en gebed van een lief vriendinnetje. Soms is het ook gewoon in bed onder de deken met een warme kruik. 

In alles wil ik God mijn kompas laten zijn. Ik weet dat Hij er naar verlangt dat ik tijd met Hem doorbreng. Net als de eekhoorn kan ik heel bedrijvig heen en weer rennen. In mijn nieuwsgierigheid en verlangen naar meer kan ik dan druk zijn met het bezoeken van allerlei bijeenkomsten en conferenties, wat me heel veel brengt en waardoor ik echt gezegend wordt. Of ik ben druk met het organiseren van momenten waar anderen toegerust en gezegend worden. Maar hierdoor kan ik wel eens vergeten dat God het ook fijn vindt dat ik gewoon aan Zijn voeten zit. Dat ik tot rust mag komen bij Hem. Hij verlangt ten diepste naar mijn hart. Een hart dat gericht is op Hem en niet alleen op iets doen voor Hem. Mijn leven mag één grote aanbidding zijn. Dat is het al, doordat ik gewoon Zijn dochter ben.

Vanuit die wetenschap zit ik regelmatig met God op de bank met een kopje thee en een dekentje over mijn benen, gewoon lekker voor me uit te staren. Soms zijn we in gesprek en soms zitten we gewoon heerlijk samen te zijn. Allebei te genieten van elkaars aanwezigheid. 

Hij is vol vreugde over mij en daar word ik dan weer heel blij van!