Vandaag laat God me zien hoe bepaalde dingen die een mens meemaakt impact hebben (gehad) op hoe het leven vervolgens geleid wordt. Sommige situaties, sommige leugens, sommige beelden kunnen je denken zomaar beïnvloed hebben waardoor foute denkpatronen (bolwerken), bepaalde angsten of zorgen zijn ontstaan. Niet eens bewust. Het is niet zo dat ik zelf die keuze gemaakt heb. Ik geloof dat de vijand dit heeft bedacht en uitgevoerd. Hij heeft die keuze voor mij gemaakt.
Maar… ikzelf heb wel een keuze hoe ik hier mee omga. Op het moment dat God het inzicht geeft dat er ergens iets mis is gegaan, dat er verkeerde ideeën zijn binnen geslopen waardoor er foute denkpatronen, zijn ontstaan, dan kan ik en wil ik ervoor kiezen om hier afstand van te doen. En met verkeerd bedoel ik niet dat ik het verkeerd heb gedaan. Maar wel dat het verkeerd is voor mijn leven, omdat het niet naar Gods wil is. De impact ervan op mijn manier van leven is verkeerd. Ik mag hier Gods waarheid tegenover zetten. En zo mijn denken vernieuwen. Precies wat de Bijbel zegt in 2 Korintiërs 10:3-5.
Ik kan verschillende dingen bedenken uit mijn leven die dit bewijzen. Bijvoorbeeld het feit dat ik ooit mijn vader tegen mijn meester heb horen zeggen dat het voor mij als vrouw niet echt nodig is om te studeren. Ik zou er toch voor gemaakt zijn om te trouwen en kinderen te krijgen en een huishouden te runnen. That’s it. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik lange tijd gedacht heb dat alleen dit mijn roeping was. Ik heb me hierdoor altijd stil gehouden.
Inmiddels weet ik dat dit niet het enige pad was dat God had voorbewerkt. Hij had en heeft nog zoveel meer aan goede werken voor mij klaarliggen. Om die goede werken uit te kunnen voeren heb ik het nodig om af te rekenen met alle verkeerde bolwerken. Dit betekent zuivering op zuivering, mezelf compleet op het altaar zodat Gods heilige vuur al het verkeerde in mij, dat wat mij uit Gods plan houdt, weg te branden. Misschien klinkt je dit heftig in de oren, soms is dat zuiveringsproces ook heftig. Maar ik voel er nooit veroordeling van God, ik weet het is altijd ten goede en ik verlang er ook echt naar omdat ik weet dat ik zo steeds meer tot mijn recht kom. Precies zoals God mij heeft bedoeld, zodat ik steeds meer wordt waarvoor Hij mij heeft gemaakt.
Vandaag stelt God me de vraag waar Zijn dochter is. Hij laat me weten dat ik niet alleen Zijn werknemer ben. Maar op de allereerste plaats Zijn geliefde dochter. Heel eerlijk, ik weet niet echt wat ‘dochter zijn’ is. Althans, ik realiseer me nu dat het beeld van dochter zijn dat ik had, gebaseerd is op het natuurlijke. Dat wat ik zelf hier in mijn eigen leven heb meegemaakt. God liet me zien dat dit niet het juiste beeld is. Dit is typisch zoiets wat de vijand vertroebeld heeft. De vijand heeft er een soort sluier overheen gegooid waardoor ik een vertekend beeld heb ontwikkeld.
Bij mij is het bolwerk ontstaan dat een dochter het perfect moet doen. Als het alles altijd goed regelt, als ze te vertrouwen is, niet faalt en goed voor iedereen zorgt dan is ze goed bezig. Misschien mag er van die dochter dan gehouden worden. Misschien mag die dochter dan gezien worden. Misschien mag die dochter dan blijven…
En zomaar ineens ben ik dan weer terug bij een stukje angst van vroeger. De angst van een ter vondeling gelegde baby. Gekregen, maar afstand van gedaan, weggelegd. Wie zegt mij dat mij dit nooit weer zal overkomen?
Oh wat zit dit diep. Eerlijk gezegd word ik hier zo moe van. Ik weet de waarheid, Gods waarheid. Toch probeert de vijand me weer in dat oude patroon te trekken. Het is weer een nieuwe diepere laag die blootgelegd en aangeraakt wordt. En geloof me, het doet vreselijk pijn.
Toch klinkt ondertussen, tussen alle huilbuien en de momenten dat ik op de grond in foetushouding lig de stem van de Vader. Hij roept me.
‘Dochterlief, waar ben je?’
En ik? Ik roep het uit naar Jezus, mijn Broer. In mijzelf zit nog een stukje angst om naar de Vader te gaan en Zijn dochter te zijn. Ik weet gewoon niet zeker wat dat inhoudt, wat Hij van mij verlangt, wat ik moet doen. Ik weet dat mijn Broer Jezus de Vader volkomen compleet kent. Ik weet dat Hij het weet. Jezus wijst naar onze Vader. Ooit heb ik ervoor gekozen om Jezus in alles te volgen. Vandaag kies ik hier opnieuw voor. Jezus herinnert mij eraan dat Hij al alles hersteld heeft tussen mij en de Vader. Er is geen reden voor een verstoorde relatie. Jezus biedt mij Zijn hand aan. En ik zie de littekens. De herinnering aan wat Hij deed voor mij. Ik kies ervoor om op die waarheid te vertrouwen. Ik kies ervoor om mijn angsten achter me te laten. Samen met mijn Broer loop ik naar de Vader.
En in de troonzaal laat ik de hand van Jezus los. Ik voel hoe het kleine meisje in mij naar de Vader rent. Ik weet het is goed.
Ik heb nog een proces te gaan. Mijn denken te vernieuwen, nieuwe gewoontes aan te leren, maar dat komt wel goed. De Geest is bezig. Ik weet dat het denken van Christus in mij is. Dus de waarheid zal, ook in mij, overwinnen. Altijd. Halleluja.
Het laatste beeld wat ik zie is een kleine ik, al huppelend tussen God mijn Vader en Jezus mijn Broer in…
2 Korinthe 10:4-5, 1 Korinthe 2:16, Johannes 6:38.